Pierre Cardin

Waarom een zaaltje huren als je je nieuwe collectie in je eigen spectaculaire vakantievilla kunt laten zien?..

Tijdens een lunch in Parijs vertelde een Duitse collega me over haar aanstaande snoepreisje naar de show van Pierre Cardin. De 86-jarige ontwerper had het ludieke idee om zijn nieuwe damesmodecollectie te laten zien in zijn vakantievilla in Théoule-sur-Mer, vlakbij Cannes. Er zou een vliegtuig vol pers voor een middagje ingevlogen worden. Dat leek mij ook wel leuk, maar het was te kort dag om een uitnodiging te regelen, dus ik moest het een paar dagen later doen met de foto’s. Maar dan nog: hi-la-risch! Geweldige man, die Pierre Cardin! Hadden meer mensen op aarde zo’n bizarre smaak, dan was het leven een stuk grappiger, met slaapzakachtige gewatteerde tops (denk aan de Teletubbies), en jurken met een reeks horizontale hoepels erin, als een enorme stofzuigerslang. Het was een verademing in een tijd waarin ‘mode’ en ‘saai’ dikwijls rijmen.

En minstens zo leuk aan de show leek me de locatie: in Cardins wereldberoemde bubbelhuis, Le Palais Bulles. Herinneren we ons het huis van Barbapapa nog? Zo ziet Cardins vakantievilla eruit; een verzameling ballen en bollen op de top van een heuvel, met een zwembad met uitzicht op zee. Cardin noemt het vaak zijn droomhuis, en inderdaad, het is een bouwsel dat je in nuchtere toestand niet snel verzint.

De eerste keer dat ik Cardin zag, was vier jaar geleden. Hij zat naast ons in een voor een vermeende miljardair toch erg eenvoudig restaurant in Parijs; een op het eerste gezicht doodgewone man in een grote blauwe blazer en iets te brede stropdas. Een jaar later werd ik aan hem voorgesteld, in de showroom waar hij een wederom totaal absurde modecollectie presenteerde. (Vraagje aan zijn medewerker of dit een retrospectief van de jaren zestig en zeventig was, of écht een nieuwe collectie? ‘Zeker, alles wat je ziet is nieuw.’) Meneer Cardin zat in een diepe fauteuil, er draaide een televisieploeg om hem heen, maar verder was het rustig. Ik schudde de ontwerper de hand, en hij gebood me op de stoel naast hem.

Cardin begon een monoloog: ‘U beleeft een gedenkwaardige dag, jongeman, want u ontmoet een modelegende. Dat ben ik, Pierre Cardin, ontwerper van alles wat mooi is. Natuurlijk, Coco Chanel was ook legendarisch, maar Coco Chanel is dood. Ik maak nog steeds de prachtigste creaties.’ Dat ging een paar minuten zo door. Vragen stellen was er niet bij, dus ik moest zelf fantaseren over het hoe en waarom van Cardins curieuze ontwerpen: vierkante jurkjes; spijkerpakken met gigantische ronde vleugels... Het leek me een briljante marketingtruc.

Geen ontwerper heeft zijn naam zo vaak verkocht als Cardin, die schatrijk werd met zijn duizenden licenties. Resultaat is wel dat warenhuizen vol hangen met saaie Cardin-overhemden, Cardin-sokken, Cardin-stropdassen, en in Portugal staat zijn logo zelfs op de allernormaalste koffiezetapparaten en broodroosters. Hoe houdt een ontwerper zijn eigen identiteit dan? Door zo nu en dan vanuit het Parijse hoofdkantoor een show met weliswaar onverkoopbare maar totaal over the top-ontwerpen te orkestreren.

Zoals gezegd: ik prees mezelf vorige week al gelukkig met het dozijn foto’s van de show in Théoule-sur-Mer dat ik op internet vond, maar hoe had de Duitse collega het evenement ervaren, inclusief bezoek aan het droomhuis? ‘Eh, ik had die dag een wat volle agenda dus ik ben niet gegaan.’ Aaahhhgggrrr!

Meer over