Pierewaaiende Winnink laat zich van de baan vegen

Het mag dan een tussenjaar zijn voor de open Nederlandse tenniskampioenschappen, op Sergei Bruguera na hebben zowat alle gravelspecialisten zich in Amsterdam verzameld....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

AMSTERDAM

Het toernooi aan de Bussummergrintweg stond eenendertig jaar lang voor Hollandse knusheid maar steeds meer ook voor Hollandse knulligheid. Directeur Piet van Eijsden werd door de Association of Tennis Profs te verstaan gegeven dat hij moest omzien naar een beduidend royalere locatie en hoeveel afkeer de associaties, verbonden aan het woord 'Vietnam' hem ook inboezemden, hij verkaste zonder nostalgie naar Amsterdam.

Tenslotte was het dé kans om meer internationale statuur te krijgen. Want hoe vaak ook het tegendeel wordt beweerd, de associaties met het woord 'Amsterdam' zijn zo beroerd nog niet. Ook Paul Haarhuis, het nieuwe bestuurslid van de ATP-spelersraad benadrukte dat: 'Amsterdam maakt de meeste van mijn collega's toch nieuwsgierig.'

Aangezien het nieuwe Amstelpark nog niet gereed is, moest op het oude een volwaardig noodstadion worden opgetrokken, met annex het onvermijdelijke promodorp. Voor wie het antieke complex in vroeger jaren bespeelde of bezocht leek dat een lastig te verwezenlijken eis, maar Van Eijsden, zelf ooit halve finalist in Hilversum, bewees opnieuw hoe flexibel hij is. Het rode centrecourt met de blauwe tribune en de rest van de ambiance zijn op hun minst uiterst toonbaar.

De aardige paradox bij Van Eijsden is dat hij naast flexibel ook stijfkoppig is. Hij weigert Krajicek anderhalve ton startgeld te betalen, dus mag Richard Krajicek in Montreal de kwalificaties spelen. Krajicek schreef zich te laat in voor dat toernooi, vandaar. Bij de Dutch Open dat eigenlijk Grolsch Open wil heten, hanteert Van Eijsden zijn eigen normen: toppers kunnen áchteraf een voorschot krijgen en hoeven niet bij voorbaat te leuren. De beloning volgt ná de prestatie.

Toch is het budget in de loop der jaren niet onaanzienlijk gestegen. Twintig jaar geleden kon Van Eijsden beschikken over een halve ton, nu is het 3,5 miljoen, inclusief bijna acht ton aan prijzengeld. De sponsors staan nog steeds in het gelid.

Ofschoon de tribunes gisteren nauwelijks werden betreden, was het gedrang in de gaanderijen des te groter. Het lijkt de doorsnee bezoeker vooral om de entourage te gaan, maar treuriger is dat ook sommige deelnemers zich gedragen alsof hun aanwezigheid alleen al voldoende is.

Joost Winnink betoonde zich zo'n pierewaaier. Hij was de enige Nederlander die gisteren in actie kwam en liet zich wegvegen door de Tsjech Dosedel. Om vervolgens goedgeluimd te verklaren dat hij eigenlijk 'niet veel minder' had gespeeld dan zijn modale tegenstander.

Winnink, in mei zelfs nog nummer 160 op de wereldranglijst, maar inmiddels gezakt naar de 198ste positie, presenteerde zich na zijn nederlaag als de flierefluiter bij uitstek. Geen kans gehad, nee, weinig ruimte gekregen, te zwakke service, onmogelijk om die vlakslaande Dosedel uit zijn spel te halen. Jammer, maar financieel kon hij het allemaal best redden. Met die frustratie om telkens maar in de eerste of tweede ronde te verliezen, viel toch nog heel goed te leven.

Winnink kreeg een wilde kaart van Van Eijsden, zodat hij direct in het hoofdtoernooi kon aantreden. De waarde ervan was ruim zevenduizend gulden, verdiend in iets meer dan vijftig minuten. Bijna honderd gulden per slagwisseling. 'Het is nu eenmaal mijn werk', klonk het welgemoed en zelfs met een zweem van arrogantie. 'Of nee', zo luidde de correctie: 'Het is meer, mijn leven, het is wat ik wil, het is mijn keuze.'

Winnink voegde eraan toe dat een tennisser die veroordeeld is om veel Challenger-toernooien te spelen, 'mentaal heel sterk' moet zijn. Hij was zelf in de waan die kracht te bezitten. Maar eerder leek hij vroegtijdig verwend. In zijn partij tegen Dosedel, vorig jaar nog nummer 26 van de wereld maar dit jaar afgezakt tot de zestigste plaats, kwam de koene Winnink sporadisch naar boven. Als hij al ooit koen dan wel consequent is geweest.

Een concept tegen Dosedel had hij niet. Winnink deed maar wat. Zijn service, vooral zijn tweede had geen enkele consistentie, en als de Tsjech maar even versnelde werd de voortdurende wankelende Winnink uit het lood geslagen. Bij zijn machteloze spin-forehand was het trouwens veelal niet anders. 'Vanuit de verdediging kan ik niet veel', erkende hij opgewekt. De aanmoedingen verstomden steeds meer. Van Eijsden, die over vijf jaar van 'Amsterdam' een toonaangevend toernooi wil hebben gemaakt, zal tegen die tijd bepaald minder scheutig zijn met wild cards.

Meer over