Profiel

Pier Eringa, opgestapt bij vervoersbedrijf Transdev, heeft een bloedhekel aan bange bestuurders

Pier Eringa stapte vorige week per direct op als topman bij vervoersbedrijf Transdev. De puinruimer ergert zich groen en geel aan de halfwassen marktwerking in het openbaar vervoer. Botsingen met broodheren wijzen op het profiel van een lastpak, maar Eringa’s cv vertelt een ander verhaal.

Pier Eringa is opgestapt als topman bij vervoersbedrijf Transdev. Beeld Kiki Groot
Pier Eringa is opgestapt als topman bij vervoersbedrijf Transdev.Beeld Kiki Groot

Welke topman laat zich fotograferen in een ijsbad, in de buitenlucht, op een van de koudste dagen van het jaar, terwijl de rest van Nederland op de schaatsen staat? En durft die foto daarna zonder gêne op Instagram te zetten? ‘Ieder zijn ijspret’, schreef Pier Eringa vorige maand aan zijn 1.365 volgers.

Het is de zachte kant van een man die bekendstaat als puinruimer en macher. En Eringa heeft er opeens alle tijd voor. Vorige week meldde het vervoersbedrijf Transdev dat de 59-jarige Fries is opgestapt als topman. Eringa was koud anderhalf jaar aan het werk bij de ‘moeder’ van Connexxion en Hermes.

Het bedrijf wijt het scheiden der wegen aan de pandemie. ‘De gevolgen van de coronacrisis zijn groot en de toekomst is ongewis. In het ov zijn de aanbestedingen stilgelegd. (...) De taken van de ceo zijn daardoor zodanig verschoven dat Pier Eringa heeft besloten om afscheid te nemen van Transdev.’

Eringa heeft die tekst vast niet zelf verzonnen. Hij drukt zich doorgaans wat minder onverbloemd uit. Zoals over de ‘beschikbaarheidsvergoeding’ die het kabinet verstrekt om treinen en bussen ook tijdens de crisis te laten rijden, desnoods leeg. ‘Een crepeervergoeding’ noemde Eringa dat. ‘We gaan niet dood, maar we blijven ook niet echt in leven.’ De tegemoetkoming dekt 93 procent van de verliezen.

Rupsje-nooitgenoeg

Het ongemak zit dieper. Van Eringa is al langer bekend dat hij zich groen en geel ergert aan de halfwassen marktwerking in het openbaar vervoer. Buitenlandse investeerders krijgen alleen busconcessies toebedeeld met amper marge, en regionale spoorlijntjes waarvoor de NS de neus optrok.

De belofte dat Transdev (Frans), Arriva (Duits), Keolis (Frans), Qbuzz (Italiaans) en EBS (Israëlisch) konden meedingen naar het hoofdspoornet ging vorig jaar in rook op. Het kabinet besloot het hoofdspoornet toch maar niet aan te besteden en opnieuw aan de NS te gunnen.

‘NS gedraagt zich als rupsje-nooitgenoeg’, klaagde Eringa tegenover NRC. ‘Ze willen het hoofdrailnet, ze willen de internationale lijnen en ze willen weer terugkomen in de regio. En de stations willen ze ook. Ze willen alles. De overheid zou moeten zeggen: we willen gezonde competitie, dus we gunnen anderen ook wat. Maar dat gebeurt niet.’

Zijn uitgesproken meningen brachten Eringa bij ProRail meermalen in botsing met zijn Haagse broodheren. Toen hij opperde dat er miljarden nodig zijn om de hogesnelheidslijn te vervolmaken, viel staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW) uit haar rol. ‘Iedereen kent Pier en weet dat hij het mooi vindt om zaken als een soort Pietje Bell in de media op te schudden.’

Van Veldhoven zal gedacht hebben aan het lot van een van haar voorgangers, die in 2015 sneuvelde op de problemen bij het spoor. Wilma Mansveld kwam mede in de knel door uitlatingen van Eringa. De toen verse ProRail-baas suggereerde in een interview dat zijn organisatie ‘moet stoppen met meebuigen als het ministerie wil dat slecht nieuws wordt uitgesteld’.

Tussen Eringa en Den Haag is het niet meer goed gekomen. Mansvelds opvolger, Sharon Dijksma, besloot in 2016 de teugels weer aan te halen door van ProRail een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) van te maken. Daarmee kwam de benoeming van bestuurders, Eringa incluis, weer in handen van het ministerie.

In de Volkskrant maakte Eringa daar gehakt van. ‘Helpt dit, wat het ministerie wil doen? Dan zeg ik: dat denk ik niet. Helpt het de reiziger? Ik denk van niet. Een bedrijf onder curatele stellen en elke week op het matje roepen, daar worden mensen in het algemeen niet beter van.’ Prompt riep het ministerie hem op het matje. Daarna zei Eringa dat hij ‘geen zbo-drammer wil worden’ en kondigde aan te vertrekken.

Lastpak

De strubbelingen bij ProRail en Transdev wekken de indruk dat Eringa alleen een lastpak is en een rusteloze jobhopper, maar een blik op zijn loopbaan logenstraft dat. Gemiddeld zit hij vier à vijf jaar op zijn post. De eerste veertien jaar was hij inspecteur bij de politie van Leeuwarden.

Belangrijker is dat de boerenzoon uit een gezin met zes kinderen zaken voor elkaar krijgt. Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht bungelde onderaan alle ranglijsten, maar werd in de vier jaar dat Eringa er aan de touwtjes trok twee keer uitgeroepen tot ziekenhuis van het jaar. Daarvoor was hij gemeentesecretaris in Nijmegen en korpschef van de regio Flevoland. Daar viel hij op omdat hij zijn dienders opdroeg niet alleen boeven te vangen, maar ook tijd in te ruimen voor een praatje met de burger. ‘Anders klaagt het publiek terecht dat ze de politie alleen nog kennen als ze aangifte doen.’

Bij ProRail herstelde Eringa de banden met de NS, waar de spoornetbeheerder ooit uit ontstond. Hij complimenteerde de toenmalige NS-chef Roger van Boxtel met de cultuurverandering die hij had teweeggebracht. ‘Als er licht is aan de top is er een lichtshow op de werkvloer’, constateerde Eringa. Dat geldt evengoed voor hem: onder het ‘voetvolk’ kan Eringa met zijn directe stijl van leidinggeven rekenen op veel sympathie.

Hij voelt zich ook niet te goed om een NS-machiniste die haar geluk in Denemarken ging zoeken op zijn LinkedIn-profiel aan te bevelen. ‘Jullie hebben een erg getalenteerde jonge vrouw binnen jullie grenzen gekregen!’ Saskia Kaetie Redeker ging deze maand aan de slag als lokomotivfører bij Lokaltog, een Deense spoorwegmaatschappij.

Wat gaat Eringa zelf doen? Niet voor een verffabriek werken, zoals hij het zelf zegt. Even niet meer bij het ov, en niet in de politiek. Vorig jaar sprak hij met het onderwijsvakblad VO-magazine. ‘Als lezers als reactie op dit interview denken ‘Pier weet niets van onderwijs’, dan hebben ze helemaal gelijk hoor. Een van de weinige plekken in het publieke domein waar ik niet heb gewerkt, is in het onderwijs. Maar besturen, daar ben ik dan wel weer ervaren in.’ Arie Slob, de onderwijsminister, is gewaarschuwd.

Drie keer Pier Eringa in het nieuws

Over zijn politieke voorkeur: ‘Ik ben niet politiek actief. Ik ben van 2006 tot 2010 gemeentesecretaris geweest in Nijmegen. Onder het eerste linkse college. SP, PvdA, GroenLinks. Havana aan de Waal. Bij mijn afscheidsetentje met B en W heb ik pas gezegd wat ik stem. Ze rolden van hun stoel.’ In 2019 wordt hij genoemd als kandidaat voor het burgemeesterschap van Leeuwarden.

Over de doorgeslagen veiligheidscultuur: onthutste reacties als Eringa in 2015 oppert dat veel dagelijkse mankementen op het spoor makkelijker zijn te verhelpen zonder het treinverkeer uren lam te leggen. ‘Vroeger stapte een machinist van zijn bok als een wissel het niet meer deed en trapte er met zijn werkschoenen tegenaan.’

Over bange bestuurders: Eringa daarover in 2019: ‘Bij de overheid lopen te veel leidinggevenden rond die de voorzichtige kant zoeken. Ze zijn bang voor lelijke telefoontjes uit Den Haag. (...) Als ik kijk naar het CBR, UWV, Belastingdienst, de politie... Mijn handen jeuken dan.’ In 2019 werd Eringa aangetrokken als adviseur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

Meer over