Pien Keulstra en het enorme misverstand

Hoeveel schept ze op haar bord tijdens het trainingskamp? Vorig jaar kwam het bericht dat de schaatsster kampte met eetproblemen. Dat ligt anders.

Aan tafel in hotel Stella Marina te Cecina verdeelt coach Jac Orie de krokante spinazietaartjes. Bij een tweede ronde houdt Pien Keulstra als enige van de ploeg haar bord bij. Orie schept met een vette lach nog eens op.

Het is een tafereel dat geen bijbetekenis zou moeten hebben. Maar in het Nederlandse schaatsen werd het afgelopen jaar extra op Pien Keulstra gelet. Hoeveel schept ze op? En eet ze alles op?

Na het persbericht van de KNSB van vorig jaar, over het eet- en gezondheidsprobleem van het talent, werd het alleen maar erger. Iedereen had opeens een mening over haar.

Pien Keulstra kreunt als die dagen ter sprake komen. Ze was juist bij een psychiater geweest, de door NOC*NSF aanbevolen Dirk Steenssens in Brabant. Hij had haar verzekerd dat, wat iedereen ook mocht zeggen, ze geen anorexia nervosa had.

'Ik vind het toch wel belangrijk te melden dat hij binnen anderhalf uur had vastgesteld dat ik geen anorexia had. Terwijl me dat vaak was verteld.'

Ze lacht even en zegt dan: 'Ik wist van mezelf direct dat ik het niet had. Maar het wordt je wel steeds gezegd. Probeer jij mensen er dan maar eens van te overtuigen dat het niet zo is. En deze man kon me dat zo snel vertellen. Ik vond het geweldig. Er hoefde geen persbericht uit.

'Ik dacht: klaar, niks meer aan de hand. Dan laten we het verder voor wat het is. Ik heb straks mijn rijbewijs en dan rijden we mooi op en neer van Boekelo naar Heerenveen. In plaats van intern te zijn in Heerenveen. Ik zag het helemaal zitten.'

Het pakte anders uit, door dat persbericht. 'Ik zou de NK afstanden niet meerijden en dat zou een beetje gek overkomen. Of ze hadden moeten melden dat ik geblesseerd was? Ik weet niet of je dat had kunnen doen. Het is niet de waarheid.'

Het persbericht over de time-out viel haar en haar familie koud op het dak. Volgens Arie Koops, directeur sport van de KNSB, is het bericht in overleg met alle betrokkenen opgesteld. Er viel naar zijn idee ook niet te ontkomen aan openheid.

Druk

Toch zeggen haar ouders dat ze het totaal niet eens waren met de tekst. Volgens vader Jos Keulstra is de familie door de KNSB onder druk gezet.

Dochter Pien, in 2011 de jongste Nederlandse schaatskampioene uit de geschiedenis, voorzag ook problemen, maar was vooral in de war. 'Jongens wat moet ik nou? De een zegt dit, de ander zus of zo.'

De tekst, dat weet ze nu wel zeker, liet te wensen over. 'De woordkeuze is tricky. Enfin, het persbericht is uitgekomen. Toen gebeurde waarvoor ik bang was. Het woord eetprobleem wordt al gauw eetstoornis. En dat wordt heel snel anorexia. '

De vergelijking met Leontien van Moorsel, de wielerkampioene die zich bijna kapot vermagerde, volgde snel. Keulstra: 'Dat wilde ik totaal niet. Als ze mij met haar vergelijken, heb je een stempel waar je nooit vanaf gaat komen. Dan ben je voor altijd het meisje met anorexia dat zich er zo keurig doorheen heeft geslagen.'

Afvallen om de beste te zijn, thin is going to win, dat was het probleem van Pien Keulstra niet. Haar probleem lag elders. Dat had effect op haar eetgedrag.

Pien Keulstra werd op haar 16de gevraagd te verhuizen van het Overijsselse Boekelo naar Heerenveen. Daar heeft het Jong Oranje van de KNSB een soort internaat. 'Ik wilde die kans niet voorbij laten gaan. Maar ik wist van mezelf al dat ik snel last van heimwee kreeg. Een paar dagen van huis en het was al zo ver.'

Vader Jos Keulstra: 'Pien heeft zich vanaf de eerste dag bij Jong Oranje in Heerenveen niet senang gevoeld. Ze was uiteindelijk ook niet meer dan een puber, een adolescent met vragen als: hoe zie ik er uit, wat weeg ik?

'Soms kreeg ik haar huilend aan de telefoon.Er is naar haar huisvesting gekeken. Eerst in een serviceflat naast Thialf, later in een sportershuis. Op beide plekken was ze niet gelukkig.'

Pien: 'Ik vond het, als ik daar was, vooral fijn naar huis te gaan. Ik keek er naar uit. Soms ging ik tussendoor terug naar Boekelo. Dat was tweeënhalf uur treinen.

'Op de terugweg naar Friesland dacht ik al: Pien waar ben je mee bezig, joh. Ik ergerde me aan alle vertragingen bij de NS. En dat waren er een hoop hoor.

'Weet je, schaatsen vond ik leuk en naar school gaan ook, maar het wonen in Heerenveen lag me niet. Ik heb het echt geprobeerd. Erik (Bouwman, haar toenmalige trainer, red.) valt ook niks te verwijten. Hij stippelde schema's uit wanneer ik thuis kon zijn en wanneer bij het team.'

Rotzooi

Ze was ongelukkig. 'Ik vond die serviceflat niks. Het sportershuis, daarna, ging ook niet lekker. Het was een rotzooi. Zij haalden mijn gedeelte van de koelkast overhoop. Ik kon daar niet tegen. Ik ben iemand die haar dingen graag op orde heeft.'

Pien Keulstra omschrijft zichzelf dan ook als een controlfreak. Ze noemt dat zelf 'overmatige controlebehoefte'. School op 80 procent doen, kon ze niet. 'Erik zei dan: Pien, doe niet te perfectionistisch op school. Maar ik kon het, net als het schaatsen, alleen maar op 100 procent doen.'

De situatie bezorgde haar maagproblemen. 'Vergelijk het met een leerling in een examenweek op school. Dan gaat het eten ook slecht, krijg je geen hap door de keel.'

Het leek op een eetprobleem, maar het was, zegt zij, een uitvloeisel van haar leefomstandigheden, weg van huis, weg van haar twee broers en twee zusjes.

Vader Jos: 'Pien heeft nooit overgegeven. Ze at matig. Iedereen lette op haar. De trainer, de bondsarts, wij. Pien werd er gek van. In plaats van dat we haar probleem oplosten, ze was ongelukkig door heimwee, waren we een symptoom aan het bestrijden.'

Pas toen ze afstand nam van het schaatsen, na de gemiste NK afstanden van november, ging het beter. Ze had bij een trainingskamp in Inzell al geen last meer van heimwee. Haar gewicht was nog wel een kwestie. Jos: 'Gingen ze haar daar wegen, was ze een halve kilo te licht. Dat modderde maar voort.'

In december werd het besluit genomen. Zo kon het niet verder. De schaatscarrière werd tijdelijk stil gezet. Pien Keulstra ging naar huis. De KNSB hield tegenover de buitenwereld vol dat Keulstra deel uitmaakte van de juniorenploeg.

Jos Keulstra: 'Dat was heel chic van hun directeur, Arie Koops. Wij vonden dat niemand de schuld droeg. Maar Jong Oranje was voor Pien een doodlopende weg geworden.'

Een jaar na haar opzienbarende juniorenrecord op de 5 kilometer (7.03, zes seconden sneller dan Ireen Wüst) was Keulstra haar koffers aan het pakken. 'Ik wilde maar één ding. Rust aan mijn hoofd.

'Ik ben in december ook gestopt met vwo 5. Ik moest resetten. De vrijheid hebben te doen wat ik zelf wil en de sportaanpak te kiezen die ik wil. Eten zoals ik dat wil. Alles even doen zoals ik dat wil. Maar vooral die resetknop indrukken.'

Het was een enorme opluchting dat er niet meer op haar werd gelet. Vooral aan tafel had ze het moeilijk gehad. 'Ik was vroeger een normale eter. Toen allerlei voedingsdeskundigen zich ermee gingen bemoeien werd het al moeizamer.'

Jos Keulstra over die dagen: 'Ze knapte meteen op. Ze werd heel snel de oude Pien. Niemand praatte over eten. Niemand legde haar onder een vergrootglas.'

Pien Keulstra is 1,68 meter lang en 56 kilo zwaar. Haar body mass index is 19,8. Dat geldt als een gezond gewicht. Ze is tenger, heeft niet de zware bilspieren van veel schaatsers. Zij is van huis uit een triatlete en loopt licht. Haar duurvermogen is extreem.

In Cecina, de Italiaanse badplaats waar de ploeg van Jac Orie een trainingskamp heeft belegd, blijkt dat vier maanden rust haar weer op de been hebben geholpen.Teamarts Gee van Enst, een oude rot in het vak, sprak met haar voor de ondertekening van het contract.

'Ik was vooral blij dat Gee aan me kon zien dat het een beetje bullshit was. Maar hij wilde het wel van mezelf zien en horen. Dat is toch wel prettig, dat je iemand in twee uur van je eigen verhaal kan overtuigen.'

Van Enst: 'Ik heb nog een bloedtest gedaan en een paar dagen later een fietstest. Maar het belangrijkste was het gesprek.

'We zijn ervan overtuigd dat het met ons in de buurt niet misgaat. We hebben geen afspraken gemaakt over haar voeding. Ik heb in het begin een paar keer opgelet wat ze eet. Ik ken alle trucjes. Ik heb roeiers zich zien uithongeren om op het goede gewicht te komen. Bij Pien is de input aan voedsel gelijk aan de output.

'We moeten haar genoeg aandacht geven. Ze is in Heerenveen eenzaam geweest. Dan krijg je de reactie van een 4-jarig kind: ik wil niet eten. In een gezin is er altijd wel eentje die dat als wapen gebruikt.'

Stormachtige entree

Pien Keulstra was de revelatie van het NK, waar ze een dag voor en op haar 18de verjaardag de drie en vijf kilometer won. Haar plotse doorbraak was de verrassing van het NK, vooral ook omdat ze pas één keer eerder een 5 kilometer in wedstrijdverband had gereden.

Trouw, november 2011

De schaatskoningin van de NK afstanden voor vrouwen? Dat was niet Ireen Wüst. Nee, de piepjonge Pien Keulstra (18) stal de show, met zeges op de 3.000 en 5.000.

Algemeen Dagblad, november 2011

De Duitse veterane Claudia Pechstein verwoordde het idee dat bij velen leefde: Keulstra zou een vacuüm in de Nederlandse schaatssport gaan vullen. Nederlandse vrouwen hebben al jaren moeite met de 5 kilometer. 'Dat meisje gaat over twee jaar bij de Winterspelen van Sotsji meedoen om goud', aldus Pechstein.

de Volkskrant, december 2011

Eetstoornis is vooral probleem bij vrouwen

In de zucht naar een strak lijf en een laag gewicht zijn het vooral vrouwen in de topsport die met een eetstoornis kampen. Sportpsycholoog Karin de Bruin deed er onderzoek naar en promoveerde daarop drie jaar geleden. De titel van haar proefschrift was veelzeggend: Thin is going to win. Wie dun is, die wint.

De Bruin liet zien dat onevenredig veel topsportsters een eetstoornis hebben. Die vaststelling kwam al eerder voort uit een Noors onderzoek. Dat toonde aan dat 20 procent van de vrouwelijke topsporters een eetstoornis heeft, tegen 8 procent bij de mannelijke collega's. Bij de gewone vrouw en man zijn de verschillen overigens nog veel groter: 9 om 0,5 procent.

Die cijfers zijn volgens Eric van Furth, hoogleraar eetstoornissen van het Leids Universitair Medisch Centrum, nog steeds actueel. 'Er is geen reden aan te nemen dat Noorse cijfers anders zijn dan Nederlandse.

'Zelf zou ik, met sportkoepel NOC*NSF, graag nog eens een groot onderzoek houden onder de topsporters van ons land. Dat zou dan wel in grote vertrouwelijkheid moeten gebeuren. Sporters die met zoiets naar buiten treden, zijn echt bijzonder moedig.'

De Bruin ontdekte dat er een verschil is tussen het lichaam van de topsportvrouw in het dagelijks leven en in het sportbestaan. Buiten de sport voelt een topsportster zich op haar gemak met het lichaam 'dat in vergelijking met anderen' dunner is. 'Ze hebben daarentegen binnen de sport een veel negatiever beeld van zichzelf.'

In de zucht naar perfectie streven vrouwen in de topsport naar een laag gewicht. In een sport als judo werken gewichtsklassen dat in de hand. In een sport als turnen moet het lijf, geperst in een klein pakje, er strak uitzien. In die gymnastische sport komt veel uithongering voor.

De relatie tussen lichaamsgewicht en succes is, zo schrijft De Bruin, voor sommige sportvrouwen allesoverheersend geworden. Het ongezonde beeld wordt nog versterkt door de negatieve invloed van coaches of begeleiders. Jonge vrouwen worden soms ten overstaan van een hele groep gewogen. Wie te zwaar is, wordt bespot.

Mede door de zware trainingsomstandigheden van tegenwoordig ontwikkelen topsportsters een eetstoornis. Voorbeelden daarvan zijn sportvrouwen als wielrenster Leontien van Moorsel, de Belgische judoka Gella Vandecaveye en tennisster Monica Seles.

undefined

Meer over