Piaffe mon amour

HET GROTE probleem met de paardensport is het aanmoedigingsbeleid. Toen de atleet Vroemen deze week op fraaie wijze de finale van de steeple haalde, had dat (daar ben ik althans van overtuigd) mede te maken met mijn hartstochtelijke steun....

Maar bij paarden ligt dat toch anders. Ik krijg het niet voor elkaar om voor de televisie te gaan roepen: 'Oké Inter Acces De Sjiem! En nou die dubbelsprong. Kom op, ouwe dekhengst! You can do it!'

Bij een menselijke atleet heb je ergens in je achterhoofd het idee dat het helpt, die aanmoedigingen. Dat je een onzichtbare vibratie van Alkmaar naar Sydney tot stand brengt en de ziel van de eenzame strijder bereikt, zodat plotseling een onverklaarbare kracht hem vleugels geeft.

Bij een paard is elke telepathische inspanning nutteloos, vrees ik. Zo'n beest weet niet half waar het mee bezig is, heeft geen benul van olympisch vuur en eeuwige roem. Dus wat zal het zich dan aantrekken van verre aanmoedigingen?

En toch tellen die medailles van de paarden mee in het medailleklassement. Als we die laatste dagen de Roemenen nog voorbij willen, zal het van de paarden moeten komen. Zaterdag Bonfire, zondag Inter Acces De Sjiem. Dus je wilt wat doen.

Nu is het aanmoedigen in de dressuur nog meer onbegonnen werk dan bij het springen. Verbale steun is ook in die laatste discipline uitgesloten, maar stimulerend meebewegen lukt wel en kan ook doorslaggevend zijn. Voor de sloot even omhoog komen van de bank, de armen gestrekt voor de borst om de volbloed de vrije teugel te geven; na het neerkomen weer ontspannen neervallen in de kussens, onderwijl de trouwe viervoeter met de rechterhand even liefdevol over de nek aaien. En dan direct weer dat korte, felle prikje met de hakken, op weg naar de muur.

(Ik heb nooit op een paard gezeten, maar vroeger geen aflevering van Ivanhoe, Fury en diverse cowboy-series gemist. Dat, en de theoretische onderbouwing van Winnetou en Old Shatterhand, maken mij tot een ruiter met de nodige basiskennis.)

Maar die dressuur! De piaffe, passage en pirouette. Het is allemaal verbazingwekkend, daar niet van, maar je weet niet wat je moet doen op de bank. Als ik Anky van Grunsven bezig zie, kan ik alleen maar in volle verbijstering toekijken. Hoe heeft ze dat paard zover gekregen, dat het eerst pootje-over naar links doet en dan weer pootje-over naar rechts? Hoe weet het dat het eerst vier passen naar achteren moet en dan nog eens zes? Zo'n dier kan toch niet tellen?

Wat dóet Anky? Geeft ze ultralichte, onzichtbare rukjes aan de teugel? Port ze Bonfire bijna onvoelbaar en met heel veel respect met kleine zilveren spoortjes in de flanken? Fluistert ze lieve dingen in zijn oor? ('Piaffe, mon amour, piaffe. . .').

Of zit Anky gewoon relaxed op zijn rug en kijkt ze ondertussen een beetje naar de tribune om te zien of er nog bekenden aanwezig zijn? Kent Bonfire het hele programma uit zijn hoofd, en zit Anky alleen maar in het zadel omdat het nu eenmaal onreglementair is het paard solo de ring in te sturen?

Waarom begon Bonfire van de week opeens te draven, terwijl dat helemaal de bedoeling niet was? Ik zag Anky na afloop op de televisie, en ze leek me tamelijk wanhopig. Er was iets misgegaan, en ze wist niet waarom. Bonfire draafde, terwijl hij geen draver is maar een dressuurpaard.

En als Anky het al niet weet, wat moet je dan thuis op de bank?

Het was hoe dan ook het definitieve bewijs dat Bonfire er geen flauw benul van heeft welke belangen op het spel staan. Hij liet achteloos goud door zijn benen glippen en leek niet bepaald aangedaan. Hij vond zilver ook best.

Heel zorgwekkend. Want het kan zaterdag zomaar nog een keer gebeuren. En dan gaat Gigolo er met de gouden plak vandoor, terwijl we in de medaillespiegel toch al in een nek-aan-nek race zijn verwikkeld met de Duitsers.

Inter Acces De Sjiem krijgen we zondag wel over de allesbeslissende dubbele oxer. Maar met Bonfire sta je volstrekt machteloos. En dat is bepaald geen prettige gedachte.

Meer over