Philips, de gieter, en het leerstuk van de lekkende emmer

In een opzichtig een-tweetje speelden Hans Wijers en Cor Boonstra zich deze week naar een plaatsje op de voorpagina's van de kranten....

Coach Wim Kok, opverend uit zijn dug-out, schreeuwde zijn mannen toe: 'De baan voor het leven behoort tot het verleden. Blijf aantrekkelijk voor werkgevers. Wie daaraan niet denkt mist de boot'

Goal!?

Neen. Want uit het niets stond daar ineens linker middenvelder Ad Melkert. Als er één-tweetjes moeten worden gemaakt, doet hij dat het liefste zelf. Scoren is zijn liefste bezigheid. Met een lange sliding over het door mooie praatjes glad geworden veld veroverde hij de bal op zijn verbouwereerde teamgenoot Wijers. Het leder schoot Melkert naast.

Na afloop verklaarde Melkert dat van organisatie-adviseur Wijers, op uitleenbasis actief in de politiek, niet kom worden verlangd dat hij zou scoren. 'Je kunt veel van werknemers vragen, maar alleen tegen de achtergrond van een vast dienstverband.'

De discussie over inzetbaarheid en flexibiliteit van werknemers is al een tijdje aan de gang. De dimensie die hierbij doorgaans uit het oog wordt verloren, ook weer door Boonstra en Wijers, is dat de hervorming van de arbeidsmarkt en de hervorming van de sociale zekerheid bij elkaar horen. Dit is het verhaal van de gieter tegen de lekkende emmer.

Het beeld van de sociale zekerheid als lekkende emmer is afkomstig van de Amerikaanse Arthur Okun. Sociale zekerheid, bedacht hij al in de jaren zestig, bevat een afruil tussen gelijkheid en efficiëntie. Uitkeringen verschaffen zieken, zwakken en werklozen een inkomen en bevorderen daarmee de inkomensgelijkheid. Dat is mooi. Minder mooi is dat de premies en belastingen die moeten worden geheven om die uitkeringen te betalen, de efficiënte werking van de economie verstoren. Hoge belasting- en premiedruk op lonen verstoort de werking van de arbeidsmarkt, hindert economische groei, en veroorzaakt werkloosheid. Anders gezegd: je moet mensen werkloos maken om werklozen aan een uitkering te helpen. Uit de emmer vol goede bedoelingen lekt een deel weg.

Met vertraging wees Okun de Nederlandse beleidsmakers de weg. Er was, zeker in de jaren zeventig, te veel oog voor gelijkheid, te weinig oog voor efficiëntie. Een indicatie hiervoor is de hoogte van uitkeringen als percentage van het door werkloosheid verloren loon. Eind jaren zeventig beliep deze vervangingsratio dik 85 procent, om in de jaren hierna gestaag te dalen tot zo'n 75 procent in de jaren negentig. Minder gelijkheid, meer efficiëntie.

Tegenover de lekke emmer van Okun plaatsen andere economen een gieter. Er zou, zeggen bijvoorbeeld de arbeidseconomen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, wel eens een positief verband kunnen wezen tussen sociale zekerheid en economische prestaties.

De economie, zo gaat de redenering, is voortdurend in beweging, zowel door technologische ontwikkelingen als door het veranderen van de voorkeuren van mensen. Die veranderingen impliceren volksverhuizingen op de arbeidsmarkt. Banen worden vernietigd (mijnen, scheepsbouw), banen worden geschapen (dienstensector). Deze veranderingen in de structuur van de economie bevorderen de groei, en de sociale zekerheid bevordert de snelheid waarmee deze aanpassingen zich voltrekken. Hoe lager de uitkeringen, des te krampachtiger werknemers op hun stoel blijven zitten, des te langzamer het aanpassingsproces zich voltrekt. De sociale zekerheid is de gieter waaruit zegenrijke uitkeringen neerdalen op de arbeidsmarkt.

Het proces van baanvernietiging en baancreatie gaat steeds sneller, blijkt uit een nog ongepubliceerd artikel van Frank den Butter en Udo Kock, twee gieteraars van de VU. In de jaren zeventig werden jaarlijks gemiddeld een kleine 600 duizend banen gecreëerd, dik 600 duizend banen vernietigd, in totaal ruim 1,1 miljoen baanwisselingen. Het aantal baanwisselingen beliep begin jaren negentig een kleine 1,8 miljoen. Ook het aantal mensen dat werkloos wordt, en het aantal mensen dat jaarlijks een baan vindt, is spectaculair toegenomen. De som van instroom in en uitstroom uit de werkloosheid is in de jaren zeventig ruim 600 duizend, in de jaren negentig ruim 1,2 miljoen.

De economie verandert dus steeds sneller - ondanks het afknijpen van de gieter, zou een kritische lezer hieraan kunnen toevoegen - en het wordt hoog tijd dat beleidsmakers de sociale zekerheid hieraan aanpassen. Het is maar één regeling: de verzekering tegen werkloosheid.

Dat Philips zijn werknemers zonder vakbondsgezeur van functie wil laten wisselen, daaraan is niets lelijks, zeker niet voor een bedrijf dat al jaren onderaan bungelt in de mondiale eredivisie van elektronicaconcerns. Het ontslag is, zoals de sociale zekerheid nu is georganiseerd, een andere kwestie. Het bedrijfsrisico van Philips wordt dan immers het inkomensrisico van Philips-werknemers, en dat kan de bedoeling niet wezen.

Die beoordeling verandert als ontslag de gewoonste zaak van de wereld is, het inkomensverlies beperkt blijft, maar de prikkel om een nieuwe baan te zoeken groot is. Als de WW-uitkering dus hoog begint, hoger dan de 70 procent van nu, maar snel lager wordt en korter duurt. Een soort gieteren en emmeren tegelijk dus eigenlijk.

Boonstra, kortom, zette zijn één-tweetje op met de verkeerde man.

Meer over