Phelps breekt medaillerecord

Het zwemfenomeen verbeterde dinsdagavond het recordaantal olympische medailles van Larisa Latinina. Zijn teller staat op negentien en hij is in Londen nog niet klaar.

De eerste: goud, 400 wissel, Athene, 4.08,26

Michael Phelps debuteerde bij de Olympische Spelen van Sydney (2000) als 15-jarig ventje op de 200 meter vlinderslag: vijfde. Vijf maanden later werd hij de jongste wereldrecordhouder op die afstand.

In Athene (2004) won hij voor het eerst op de 400 meter wisselslag. In die race verbrak hij zijn wereldrecord. De zwemwereld had reeds een vermoeden van de eenzame klasse en de vraatzucht van Phelps. Hij had zich bij de Amerikaanse trials voor zes individuele afstanden geplaatst, maar liet in Athene een discipline, de 200 meter rugslag, vallen.

Zes van zijn acht afstanden zette hij in de Griekse hoofdstad in een gouden medaille om. Zijn totaal van acht medailles was gelijk aan het achttal van de Russische turner Alexander Ditiatin, het record van meeste medailles op één Spelen.

De bijzonderste: brons, 200 vrij, Athene, 1.45,32

Gek genoeg herinnert Phelps de wereld nog met regelmaat aan deze race. Hij werd derde, op een handslag afstand van Pieter van den Hoogenband en een halve lichaamslengte van winnaar Ian Thorpe. Phelps' verklaring was telkens dat hij zo graag tegen de grootste zwemmers van de recente geschiedenis had willen aantreden en dat zijn entree tot dit nummer dat mogelijk had gemaakt.

Het was een vingerwijzing dat Phelps werk moest gaan maken van dit nummer. In de 200 meter van Athene vertrok de aan de rug geblesseerde Van den Hoogenband erg snel, maar aan het eind van de race raakte hij zonder benzine. Thorpe stak hem voorbij, als verwacht, en de Nederlander hield Phelps maar juist van het zilver. De voorsprong van een seconde liep terug naar 0,09.

Phelps nam zich heilig voor Thorpe en Van den Hoogenband in Peking te verslaan. Thorpe was vier jaar later al gestopt, Van den Hoogenband trok zich voor het nummer terug. Phelps won in een wereldrecord: 1.42,96.

De krapste: goud, 100 vlinder, Peking, 50,58

In 2004 won Michael Phelps olympisch goud op de vlinderslagsprint door in een laatste extra haal van de armen zijn leidende landgenoot Ian Crocker met 0,04 seconden te verslaan. De voorsprong vier jaar later was nog krapper: 0,01. Milorad Cavic, de Serviër van Amerikaanse geboorte, leek de winnaar, maar Phelps, die als zevende had gekeerd, kwam terug uit verslagen positie.

Met zijn laatste slag, Cavic dreef uit met gestrekte armen, zorgde hij dat de tijdwaarneming hem het voordeel gaf. Beeldje voor beeldje zou het verschil van 4,7 millimeter in het voordeel van Phelps zijn geweest. Tijdwaarnemer Omega, sponsor van Phelps, legde uit dat de tijd niet door een foto werd bepaald, maar door de druk op het finish touchpad dat verticaal tegen de muur hangt. De foto's van AP, van de bodem van het zwembad gemaakt, werden in een week tijd tien miljoen keer aangeklikt.

De voornaamste: goud, 4 x 100 vrij, Peking, 3.08,24

De met veel fanfare gebrachte queeste om acht keer goud te winnen leek op de derde dag in Peking tijdelijk een onhaalbare opdracht. Op de 4 x 100 vrij was Frankrijk de favoriet. Phelps, geen specialist, opende de estafette in een Amerikaans record (47,51). Na hem volgden namens Amerika Webber-Gale, Jones en de 32-jarige veteraan Jason Lezak.

De laatste ging met een halve seconde achterstand op de Franse nummer vier, Alain Bernard, het water in. Met 46,06, de snelste split uit de geschiedenis van de 100 vrij, greep Lezak het goud voor de Amerikaanse estafette, maar vooral voor zijn maat Phelps. De megalomane doelstelling, met argwaan gevolgd, bleef in zicht. Nooit werd Phelps zo extatisch gezien als bij die vreugde-uitbarsting.

De lastigste: goud, 200 vlinder, Peking, 1.52,03

Ook bij Phelps kan er wel eens iets misgaan. In zijn voorkeursnummer, de 200 vlinder, liep in de Waterkubus van Peking halverwege de finale zijn zwembril vol. Ondanks dat ongemak wist hij toch het goud te halen, een aanval van de Hongaar Cseh af te slaan en aan te tikken in een wereldrecord, zijn zesde op die afstand.

Hij leek onberoerd toen hij vertelde van de technische problemen onderweg. 'Na 150 meter kon ik de muur niet zien en ook de finish zag ik niet door die volgelopen bril. Ik ben mijn slagen maar gaan tellen. Ik hoopte precies goed uit te komen. Ik baal wel een beetje, want ik weet zeker dat ik nog harder had gekund.'

De zege op de 200 vlinder van Peking was zijn tiende olympische zege, waarmee hij de legenden Paavo Nurmi, Carl Lewis en Mark Spitz achter zich liet.

De evenaring: 200 vlinder, zilver, Londen, 1.53,01

Nooit leed Michael Phelps een pijnlijker nederlaag dan die op zijn standaardnummer op dinsdag 31 juli. Hij evenaarde deze avond een groot sportrecord, dat van Larisa Latinina, maar hij verloor een deel van zijn reputatie door op de 200 meter vlinderslag bij het aantikken van de Zuid-Afrikaan Chad le Clos voor zich te dulden. De nederlaag geschiedde in de laatste 2 meter van de race. Phelps leidde in de race over vier banen na 50 meter, na 100 meter en na 150 meter en produceerde, ter adstructie van zijn toch niet optimale vorm, drie waardeloze keerpunten. Van de muur na 150 meter accelereren was altijd zijn grote kracht. Die is aan het afnemen, zo bleek.

Le Clos drong aan. Op de finish kreeg Phelps zijn 'Cavic-payback'. Hij dreef als Cavic in 2008 uit. Le Clos haalde nog een keer volle kracht over en haalde het: 1.52,96 om 1.53,01.

De historische: 4 x 200 vrij, goud, Londen, 6.59,70

De historische medaille, de negentiende, kwam met een estafettezege die de Amerkaanse mannenploeg nauwelijks kon ontlopen. Phelps mocht als laatste zwemmer te water en bracht de voorsprong niet meer in gevaar. Voor de uitreiking van de medaille had Larisa Latinina zich bij de organisatie gemeld. De Britten lieten haar in de kou staan.

undefined

Meer over