Analyse

Pfizer, Moderna of toch Janssen? De voors en tegens gewogen

Nederlanders die worden uitgenodigd voor vaccinatie, kunnen vanaf volgende week kiezen of ze in plaats van Pfizer of Moderna liever Janssen willen. Een goede oplossing om in één keer op reis te kunnen? We wegen de voor- en nadelen.

Dit Pfizer-BioNtech vaccin, of toch liever een van Janssen? Er zijn verschillen, maar die lijken vooral voer voor scherpslijpers.  Beeld AFP
Dit Pfizer-BioNtech vaccin, of toch liever een van Janssen? Er zijn verschillen, maar die lijken vooral voer voor scherpslijpers.Beeld AFP

Eén keer naar de vaccinstraat, in één keer klaar om op reis te gaan: dat is de belofte die het coronavaccin van Janssen te bieden heeft. Waar men bij andere vaccins nog weken moet wachten op prik nummer twee, kan men na één dosis Janssen al een groen vinkje in de reisapp tegemoet zien.

Ideaal toch? Nou, wacht. Zeker drie addertjes zitten er nog onder het gras.

1| U kunt misschien nog niet meteen op reis

Het groene vinkje in het covidpaspoort is deels schijn: wie net is ingeënt, is nog altijd net zo bevattelijk voor het coronavirus als daarvoor. Zo’n twee tot drie weken duurt het volgens de onderzoeken voordat de immuniteit goed op gang is gekomen. Per individu is het niet te zeggen, maar gemiddeld zal een groep ingeënten dan gemiddeld 67 procent mínder corona krijgen, dan een groep die niet is ingeënt.

In Nederland stapt men voor het gemak over die ‘inwerktijd’ van het vaccin heen, zegt een woordvoerder van het ministerie van VWS desgevraagd. ‘Geprikt is volledig gevaccineerd, nadat de inenting administratief is verwerkt.’ Men kan dan meteen evenementen bezoeken, in eigen land.

Maar voor het buitenland ligt dat anders. Deze week moet Brussel de knoop doorhakken over de vraag of men het vinkje al direct krijgt, of pas twee weken na de prik. Dat wordt dus even afwachten.

2| De bescherming is (iets) minder goed

Vooruit: de 67 procent bescherming van het Janssenvaccin is waarschijnlijk een onderschatting. Zo kwam de effectiviteit van het vaccin bij een analyse in de VS uit op 77 procent bescherming.

Maar dat kan nog steeds niet tippen aan de effectiviteit van de zorgeheten ‘mRNA’-vaccins, van Pfizer/BioNTech en Moderna. Die komen uit op een bescherming tegen covid van 90 (Moderna) tot ruim 95 procent (Pfizer). Ook zijn er voorzichtige aanwijzingen dat de mRNA-vaccins iets beter beschermen tegen de gemuteerde virusvarianten uit onder meer India, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika.

Tegelijkertijd zijn zulke verschillen ook een beetje voor de scherpslijpers. Zo voorkomt het 1-prikvaccin van Janssen liefst 85 procent van alle ernstige ziektegevallen, en (in onderzoeken met een loopduur van enkele maanden) alle sterfgevallen aan corona. Daarin is het vaccin weer wél aardig vergelijkbaar met de prikken van Pfizer en Moderna.

3| Het vaccin heeft (iets) meer bijwerkingen

Verstandig om de eerste dagen na vaccinatie niet al te enthousiast uw agenda vol te proppen: de coronavaccins geven in de meeste gevallen voelbare bijwerkingen, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, spierpijn of koorts.

En het Janssenvaccin doet dat door de bank genomen iets meer. Bij bijwerkingencentrum Lareb werd er over de Janssenprik ongeveer tweemaal zoveel gebeld als over de inenting van Moderna, en zeven keer zoveel als over Pfizer. En bij de vooronderzoeken klaagden Janssengebruikers iets vaker over koorts, hoofdpijn, misselijkheid en spierpijn. Al moet je het niet te zwart-wit zien: zo gaven de Pfizer-ingeënten iets vaker aan dat ze een pijnstiller hadden genomen tegen de bijwerkingen. En ook voor de bijwerkingen geldt: met Janssen bent u in één keer klaar, de Pfizertjes moeten nog een keer afzien.

Dat Janssen in ons land niet meer standaard wordt gegeven aan 40-minners, maar alleen aan mensen die expliciet aangeven het te willen, heeft onder meer te maken met de zeer zeldzame bijwerking TTS: ongewone trombose met bloedplaatjestekort. Zeldzaam is hier echter het sleutelwoord. De bijwerking is na 250 duizend prikken in ons land nog niet gezien, en in de VS na 8 miljoen Janssenprikken 28 keer. Dat is een risico van grofweg 1 op 300 duizend, al kan het voor jongeren wat hoger liggen.

Meer over