Peter Geerlings (1939-2011)

Hij is de belangrijkste pionier voor de verslavingszorg en een van de grondleggers van het gedoogbeleid.

PETER DE WAARD

Hij introduceerde in 1968 methadon op de Nederlandse markt voor morfinisten. Vier jaar later zou Peter Geerlings deel uitmaken van een commissie die het baanbrekende onderscheid tussen harddrugs en softdrugs ging maken. In de jaren negentig stond hij aan de wieg van een nieuw geneesmiddel voor alcoholverslaving, acamprosaat.

Hij was tegelijkertijd psychiater, psychotherapeut, psycho-analyticus, neuroloog, wetenschapper, docent en ook nog hoofd geneeskunde van de Jellinek Kliniek. Peter Geerlings overleed op 20 september aan de gevolgen van maagkanker. Hij is de belangrijkste pionier voor de verslavingszorg in Nederland en een van de grondleggers van het gedoogbeleid. 'Hij was de meest beminnelijke man die ik kende. En ondanks zijn zachtaardige karakter heeft hij enorme invloed gehad op de veranderingen in de zorg en het politieke denken', zo stelt Wim van den Brink die zijn benoeming als hoogleraar verslavingszorg aan Geerlings' pionierswerk had te danken.

Geerlings werd in 1939 geboren in Batavia - in het toenmalig Nederlands-Indië, waar zijn vader opzichter was op een rubberplantage. Na de Japanse bezetting werd hij te werk gesteld aan de beruchte Birma-spoorweg, terwijl zijn vrouw met zes kinderen werd geïnterneerd. Na de bevrijding pakte zijn vader na een korte onderbreking in Nederland zijn werk op de plantage weer op. Maar in 1951 werd hij vermoord door nationalisten waarna het gezin naar Nederland terugkeerde en in Haarlem ging wonen.

Peter Geerlings was een hartstochtelijk sporter die zowel boksen als wielrennen in wedstrijdverband deed. Hij ging geneeskunde studeren in Amsterdam en volgde later ook de studie tot psychiater of zenuwarts zoals dat toen heette. Tijdens zijn opleiding psychiatrie werd hij in 1965 in Paviljoen III van het Wilhelmina Gasthuis geconfronteerd met drugsgebruikers die last hadden van psychiatrische verschijnselen. In de stage bij de GG&GD die hierop volgde, kwam hij opnieuw in aanraking met kunstenaars, provo's en andere mensen uit de tegenbeweging die verslaafd waren aan opiaten. In 1968 besloot hij geheel op eigen advies een wekelijks poliklinisch drugsspreekuur te beginnen. Een jaar later werd dat omgedoopt tot het Consultatiebureau voor Alcohol & Drugs (CAD). In de VS had hij inmiddels kennisgemaakt met een nieuw middel voor de behandeling van opiaatverslaafden: het lang werkende methadon.

Geerlings maakte daarna deel uit van twee commissies die begin jaren zeventig het Nederlandse drugsbeleid bepaalde: de commissie Hulsman die in 1971 pleitte voor de legalisering van cannabis en de commissie Baan die in 1972 de decriminalisering van drugsgebruik bepleitte door een onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. Geerlings beperkte zich niet tot medicijnengebruik als behandeling voor drugsverslaving. Hij beschouwde verslaving als een psychische stoornis, waarbij afwijkende hersenprocessen een rol spelen. Verslaving was geen zwakte maar een ziekte. Bij de behandelmethodes moesten verslaafden altijd de hoop kunnen hebben een nieuw leven op te bouwen.

Als waarnemend hoofd van de afdeling psychiatrie van het AMC legde hij een directe verbinding tussen verslavingszorg en academisch onderzoek. Hij was continu nieuwsgierig naar nieuwemethoden zoals behandelingen onder narcose met naltrexon en Diepe Hersen Simulatie. Geerlings ging in 2004 met pensioen, maar bleef actief op zoek naar wetenschappelijk en medisch-ethisch verantwoorde oplossingen voor verslaving. Hij pakte ook het fietsen weer op en werd daarnaast een fanatiek ruiter. Vrijwel tot aan zijn dood was hij medisch directeur van Castle Craig Nederland, een Schotse kliniek voor alcohol- en drugsverslaafden.

undefined

Meer over