Permanente terreur herinnert aan nazi's

OP EEN DAG word je wakker en ontdek je dat op de gevel van je huis een schietschijf is gekalkt met in het midden een foto van jezelf....

Een andere keer word je midden in de nacht uit je slaap gehaald door een enorme klap. Blijkt je voordeur te branden als een fakkel of je huiskamer in lichterlaaie te staan. In een hoek liggen de resten van een molotovcocktail of een van een campinggasfles en vuurwerk vervaardigde brandbom.

Wanneer je besluit mee te doen aan een demonstratie tegen de zoveelste politieke moord in je omgeving, word je opgewacht door tegendemonstranten die roepen ETA, mátale (ETA, vermoord hem) en met je op de vuist gaan.

Als deze bedreigende voorvallen je deel zijn, weet je dat er twee dingen met je aan de hand zijn: je bent een Baskische politicus, gemeenteraadslid, kunstenaar, schrijver of zakenman, maar je bent geen fanatieke nationalist die bereid is alle middelen aan te wenden om de heilige natie Baskenland naar de onafhankelijkheid te leiden. Die combinatie maakt je het mikpunt van de groepen die die bereidheid wel hebben.

Incidenten zijn het al lang niet meer, intimidatie en geweld zijn een dagelijkse praktijk in Baskenland. Praktisch elke dag vliegen de molotovcocktails de burgers om de oren. Groepjes radicale jongeren trekken door steden en dorpen en steken huizen, winkels, bedrijven en partijkantoren van politieke opponenten in brand. Ze vallen postkantoren en stations binnen, sommeren de aanwezigen naar buiten, kalken leuzen op de muren, en hup, de brand erin.

De scènes herinneren nadrukkelijk aan een periode in de Europese geschiedenis waarin dit ongebreidelde geweld duidelijke namen had: nazisme, fascisme. De activiteiten van de jongeren zijn de aanvulling op (of het voorwerk voor) de moorden en bomaanslagen van hun nationalistische grote broers van de ETA. Kale borroka noemen ze deze permanente terreur, straatoorlog. Het is geen zinloos geweld, maar een bewuste strategie om 'het lijden van de Basken te socialiseren': de Baskische nationalisten worden onderdrukt door Spanje en dus moeten de niet-nationalistische Basken even hard onderdrukt worden.

'Er is geen verschil tussen wat de nazi's in 1933 in Duitsland deden en wat de radicale nationalisten nu in Baskenland doen', zegt de socialistische leider Almunia. 'De ETA en haar aanhangers noemen zich extreem-links', aldus communistenleider Frutos, 'maar het zijn fascisten uit het boekje.' 'Puur en keihard fascisme', beaamt de rechtse Partido Popular.

Het enige dat de straatvechters onderscheidt van hun historische voorgangers, is het ontbreken van uniformen. Of nee, zelfs dat niet: hun uniformen zijn sportschoenen, donkere truien en bivakmutsen.

Het merkwaardige is dat er ondanks de enorme aantallen geweldsacties van deze groepen zelden daders worden gearresteerd. Voor de veiligheid in Baskenland is in de eerste plaats de autonome Baskische politie verantwoordelijk die rechtstreeks ressorteert onder de regering van de deelstaat. Die regering wordt gedomineerd door de Baskische Nationalistische Partij (PNV) maar die, zeggen de niet-nationalisten, kijkt bewust de andere kant op. De ETA plus haar aanhang en de PNV zijn als de bekende goede en slechte politieman tijdens een verhoor: de radicalen slaan, de gematigde PNV veroordeelt dit, maar treedt er niet tegen op.

Vertonen de 'troepen in de straatoorlog' fascistoïde gedrag, de PNV heeft een puur racistisch verleden. Xabier Arzalluz, de sterke man van de PNV, geneert zich er nog altijd niet voor te beweren dat Basken een speciale bloedgroep en een afwijkende schedelmaat hebben. Als Haider het had gezegd over de Oostenrijkers, dan was de wereld te klein geweest, maar in Baskenland kan de leider van de partij die al twintig jaar aan de macht is, er rustig mee wegkomen.

'De enige echte Bask is een nationalistische Bask', stelt Arzalluz. Dat geldt dus voor Arnaldo Otegi, de woordvoerder van de politieke tak van de ETA, die anti-nationalisten 'Spaanse wormen' noemt en voor wie het veroordelen van een politieke moord 'een semantische kwestie' is waarmee hij zich niet inlaat.

Helaas moet 50 procent van de Baskische bevolking niets hebben van het nationalisme. Die moeten echter lijden tot zij op andere gedachten komen, want het ideaal van de radicalen zal worden verwezenlijkt, goedschiks of kwaadschiks. Dat de 'patriotten' door hun gewelddadige methoden gebrandmerkt worden als fascisten, lijken zij op de koop toe te nemen.

Meer over