Nieuws

Periode tussen eerste en tweede prik Pfizer en Moderna voorlopig niet verlengd, maar optie ligt wel op tafel

Om de vaccinatieplanning niet verder in de war te gooien, wil minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) de tweede prikken van Pfizer en Moderna niet later zetten. Als dat toch nodig blijkt om snel door te kunnen vaccineren, zal hij het interval tussen de prikken wel vergroten.

Een huisarts in Gieten vaccineert een man tegen het coronavirus. Beeld ANP
Een huisarts in Gieten vaccineert een man tegen het coronavirus.Beeld ANP

Volgens minister De Jonge zou het tot te veel onrust en onduidelijkheid leiden als de GGD’s nu honderdduizenden afspraken voor een tweede prik zouden moeten afzeggen en opnieuw moeten inplannen. Het risico bestaat dan bovendien dat een deel van deze groep dan zou kunnen afzien van de tweede prik, aldus De Jonge. Daarom wil hij liever niet tornen aan gemaakte prikafspraken met vooral 70-plussers.

De Gezondheidsraad zei eerder deze week dat de eerste effecten van een mogelijke verlenging van het prikinterval pas over zes weken zichtbaar zullen zijn. En dat het maximaal vijf ziekenhuisopnames per dag zou kunnen schelen als dan meer personen beschermd zijn met de eerste prik.

Het risico daarbij is wel dat nieuwe virusvarianten zich mogelijk beter kunnen verspreiden als er meer mensen rondlopen met alleen een eerste prik in de arm, die dan minder antistoffen hebben aangemaakt. Farmaceut Pfizer beklemtoont zelf dat de effectiviteit van het vaccin optimaal is met een interval van slechts drie weken. Kortom: er zitten mitsen en maren aan het vergroten van de tussenperiode.

Praktische overwegingen

De overheid wil dan ook liever niet weer de planning omgooien. Uit de vaccinatiestops met het vaccin van AstraZeneca is duidelijk geworden dat zulke aanpassingen van beleid tot een hoop gedoe kunnen leiden, en bijvoorbeeld de callcenters van de GGD’s dan overbelast kunnen raken.

Aan de andere kant wil de overheid ook zo snel mogelijk iedereen de eerste prik toedienen. Als het interval tussen de twee prikken daarvoor toch moet worden vergroot, zal De Jonge daartoe besluiten. ‘We moeten de geringe voordelen van het uitstellen van de tweede prik dus opwegen tegen de nadelen die het heeft voor de planning van de vaccinatieoperatie, de vaccinatiebereidheid en de volledige bescherming’, aldus De Jonge. Hij zegt hierover zo snel mogelijk uitsluitsel te geven, als bijvoorbeeld ook meer duidelijk is geworden over de status van het vaccin van Janssen.

Er zijn nu namelijk ook twijfels gerezen over de inzet van het vaccin van Janssen, waarvan deze week de eerste bescheiden levering is binnengekomen: mogelijk geeft dit vaccin dezelfde bijwerkingen als dat van AstraZeneca. Gevreesd wordt dat dit grote gevolgen kan hebben voor het Nederlandse vaccinatieprogramma, maar onduidelijk is nog hoe. Hierover wacht de overheid het oordeel af over de veiligheid van dit nieuwe vaccin van onder meer het Europees Geneesmiddelenagentschap EMA.

De GGD’s hebben bovendien hun handen al vol, nu de komende twee weken ook de 68- tot 73-jarigen worden uitgenodigd zich te laten prikken. Een kleine nieuwe doelgroep die voor vaccinatie in aanmerking komt, wordt ook snel uitgenodigd: de zeer kwetsbare 16- en 17-jarigen, met onder meer het syndroom van Down, obesitas of ernstig nierfalen.

Minister de Jonge wil dat met de versnelling van het priktempo meer mensen hun vaccinatietijdslot online gaan boeken. van de 400 duizend gemaakte prikafspraken van de afgelopen weken (dat is inclusief de tweede prik, dus door 200 duizend personen), waren er 135 duizend online gemaakt.

Afhankelijker van Pfizer-vaccin

Uit de nieuwste tabellen van het ministerie van Volksgezondheid met de geplande vaccinleveringen blijkt dat het Nederlandse vaccinatieprogramma alleen maar sterker gaat leunen op het vaccin van Pfizer. Daarvan komen nu zo’n half miljoen doses per week binnen, vanaf juni opgehoogd tot bijna 790 duizend wekelijkse doses.

De leveringen van Moderna zijn aanzienlijk kleiner, gemiddeld ruim 100 duizend om de week.

Van AstraZeneca zijn de leveringen niet alleen onvoorspelbaar, het vaccin wordt nu bovendien niet meer ingezet voor personen onder de 60, vanwege zeer zeldzame maar ernstige bijwerkingen.

AstraZeneca

De binnengekomen AstraZeneca-vaccins gaan nu naar de huisartsen die er de 60- tot 65-jarigen mee inenten. Maar veel van deze 60-plussers blijven nu weg voor een AstraZeneca-prik, vanwege de discussie over de veiligheid van het vaccin.

De Jonge wil vooralsnog niet ingaan op de vraag of dit vaccin ook is toe te dienen aan 60-minners die er zelf voor kiezen zich met AstraZeneca te laten inenten. De huisartsen kunnen voor de overgebleven doses allereerst de 65- en 66-jarigen uitnodigen, aldus de minister.

Meer over