Peres als minister van Spek en Bonen

DE NOBELPRIJS voor de Vrede moet van Shimon Peres worden afgepakt, vindt een Arabisch Israëlisch parlementslid. De brief die hij daartoe aan het Nobel-comité heeft gericht zal weinig uithalen, maar de actie geeft aan hoe ernstig Peres en de Arbeidspartij in diskrediet zijn gebracht door deelname aan de meest extreem-rechtse...

Na bijna twee maanden collaboratie met Ariël Sharon en zijn nog rechtsere medestanders, is de balans voor de Arbeidspartij rampzalig. Peres heeft nauwelijks echte invloed op het regeringsbeleid, de ministers van de Arbeidspartij klaren het vuile werk op voor Sharon, de partij wordt intern verscheurd door deelname aan de coalitie en vervreemdt ook nog eens potentiële kiezers onder de linkse en Arabische Israëli's van zich.

De bijna dagelijkse escalatie in het geweld bewijst dat Peres er niet in slaagt om Sharon in toom te houden, het excuus dat hij gaf voor deelname aan de coalitie. Als minister van Buitenlandse Zaken wordt hij niet eens meer betrokken bij militaire beslissingen die een duidelijke diplomatieke dimensie hebben. Peres werd pas naderhand op de hoogte gesteld van de invasie en tijdelijke herbezetting van een deel van de Gazastrook, vorige week.

Toen Israël onder zware Amerikaanse druk kwam te staan en zich daardoor uiteindelijk terugtrok, was het Peres die aan het buitenland moest gaan uitleggen waarom de regering de Oslo-akkoorden, waarvoor hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, met de voeten trad. De andere minister die het meest te verduren kreeg tijdens de faliekant mislukte operatie was minister van Defensie Benjamin Ben Eliëzer. Jawel, ook van de Arbeidspartij.

Ben Eliëzer probeert vanaf het begin al Sharon op rechts te passeren. Hij wil een gooi doen naar het leiderschap van de Arbeidspartij en schijnt te denken dat onder de huidige omstandigheden een hard imago hem daarbij het best kan helpen. Met de mislukte actie van vorige week en de ruzie tussen regering en leger over de de schuldvraag heeft hij echter voor zichzelf en de Arbeidspartij allesbehalve een goede beurt gemaakt.

Ondertussen is Sharon bij de debacles in geen velden of wegen te bekennen. Zijn schaduwachtige 'adviseurs' geven summiere verklaringen af in zijn naam. Alleen ter gelegenheid van het joodse paasfeest liet de premier zich interviewen. Hij ging niet in op de schadelijke actuele ontwikkelingen, maar gebruikte de gelegenheid om het coalitieakkoord met de Arbeidspartij onderuit te halen en de Groot-Israël-gedachte nieuw leven in te blazen.

De linkervleugel van de Arbeidspartij zit zich intussen op te vreten. De strijd om het leiderschap is verworden tot een schadelijk gevecht over de toekomst van de coalitie met Sharon. De interne verkiezingen zijn tot grote woede van links al belachelijk laat gepland, voor september, terwijl Barak al in februari aftrad. Nu wil Peres, die zonder verkiezingen tijdelijk het leiderschap bekleedt, de race nog verder uitstellen. Hij vreest dat als de linkse kandidaat wint, die de Arbeidspartij uit de coalitie zal halen.

Door Sharon een parlementaire meerderheid te geven, door plaats te nemen in een coalitie met de meest rabiate Arabierenhaters uit het politieke spectrum en door akkoord te gaan met Sharons rücksichtlose escalatie, bewijst Peres wat veel Arabische politici al jaren zeggen: er is geen verschil tussen links en rechts in Israël.

Dat is tragisch, want juist onder Barak was dat verschil duidelijker dan ooit. Ondanks alle fouten in zijn benadering van de Palestijnen, bood die een alternatieve visie die nu door Peres wordt ontkracht.

Het is niet alleen de zucht naar het pluche die de Arbeidspartij doet deelnemen aan de coalitie. Het is vooral symptomatisch voor de teleurstelling op links over het falen van Barak en de gewelddadige Palestijnse reactie op de meest verregaande vredesvoorstellen die de afgelopen vijftig jaar in de regio zijn gedaan.

Dat die teleurstelling vertaald wordt in een verharding van de houding is wellicht te begrijpen, maar niet te rechtvaardigen. Hoe onsympathiek en onredelijk de tegenstander ook is, aan de basisstelling dat er een eind moet worden gemaakt aan de bezetting is niets veranderd. Onder Sharon zal dat niet gebeuren, zelfs niet met de Arbeidspartij in de regering.

Meer over