Peraliya

Sri Lanka krabbelt langzaam overeind, met de trein als symbool van de tsunami...

De trein staat er nog. Zondagochtend 26 december 2005 om 07.10 uurvertrokken uit Colombo, twee uur later iets onder Ambalangoda aan dewestkust van Sri Lanka opgetild en neergekwakt door de monstervloed,sindsdien verstold in de tijd.

Het was, twee dagen na de tsunami, de luguberste plek in hetrampgebied. De geknakte trein lag schuin boven op half ingestorte huizen.Bijna tweeduizend passagiers waren verdronken en de meeste lichamen,verspreid over de omgeving, moesten nog geborgen worden.

Een weeë lijkengeur hing over wat een dag tevoren nog het dorpPeraliya was. Overal lichamen, neergelegd langs het pad, of onaangeraakttussen het puin. Een vrouw in een witte jurk met stippen onder een van decoupés, een hand sereen in haar schoot.

Lijkschouwer Ahangamai vulde zijn formulieren in op het zadel van zijnbrommer. 'Ga even een stukje opzij, ze moeten erlangs', zei hijvriendelijk. De verslaggever keek om: een graafmachine ploegde zich langshem over het smalle pad, de happer vol met lijken - vrouwen, mannen ,kinderen - als een berg geruimd BSE-vee, op weg om op het strand in eenvierkante kuil te worden gekieperd.

Een jaar later is van het graf niets meer te zien. Geenherdenkingsteken. Als monument voor de gevallenen dienen de treinstellendie op de fatale plek zijn blijven staan, drie van de acht die deGalle-expres telde.

De trein is nu een trekpleister voor dagjesmensen en buitenlandsetoeristen. Europese mevrouwen maken kiekjes. Bij de toegang tot het terreinschieten de zusters Sunila en Udulani toeristen aan, wijzend op hunarmzalige houten hutje en vragen geld.

Beklagenswaardige tsunami-slachtoffers of handige leed-middenstanders?

Beide, misschien wel. Wie zichzelf hier na de vloedgolf levendterugvond, maar zonder huis en inkomsten, grijpt alle hulp aan.

Toen Deepika Malkanthi en haar man Premasiri al in het voorjaar eenhuis kregen aangeboden van een Srilankaanse donor, waren ze opgetogen.'Geschonken door De la Rue Lanka Ltd. en hun overzeese partners, 29 juni',staat op een plakkaat naast de voordeur. Ze behoorden tot de eerstegetroffenen in Sri Lanka die een nieuw huis kregen.

Nu hebben ze spijt. 'Het huis begint al in te storten', zegt de34-jarige vrouw. 'De deur is kapot, de deurpost laat los. Het dak houdt hetgeen drie jaar.'

Een lekenoog kan het broddelwerk zien. Hout is aan het rotten, dedraagbalken van het dak zijn halve staken grofhout, aan elkaar gespalkt.Dit huis is nu reeds een krot.

Dertig meter verderop bouwt het Spaanse Rode Kruis woningen - groot,mooi, solide. Drie kamers met keuken en badhok. Het echtpaar ziet hetproject dagelijks vorderen en denkt: zo'n huis hadden wij ook wel gewild.

In Sri Lanka zijn veel voorbeelden te zien van overhaaste, misluktehulp. Kort na de tsunami buitelden ngo's en zelfbenoemde weldoeners overelkaar heen. In het wilde weg, zonder coördinatie, strooiden zij geld enmateriaal rond. Organisaties als het Rode Kruis krijgen kritiek, omdat zijtraag zouden werken, maar de duurzaamheid vaart wel bij hun aanpak.

Van de Srilankaanse overheid hebben de echtelieden geld gekregen om eenkeuken bij te bouwen. Dat is er nog niet van gekomen. Premasiri (35) is totniets in staat. Hij zit maar in zijn plastic stoeltje en kijkt glazig voorzich uit. 'Getraumatiseerd', zegt zijn vrouw. 'Na de tsunami was hij driemaanden van de wereld. Daarna heeft hij gewerkt, op kantoor in Colombo.Sinds een paar weken zit hij weer depressief thuis.'

Precies op deze plek heerste een jaar geleden ook apathie, maar dievoelde anders. De trein had zich op het huis van de buren van Premasiri enDeepika geworpen en was daar half bovenop blijven rusten. BuurvrouwMalimage struinde wezenloos rond in de modder die bezit had genomen vanhaar woning. Uit de brij viste ze lukraak een rood oorbellendoosje. Zostonden overal langs de kust mensen maar een beetje te turen tussen hetpuin.

Het staren van Premasiri is anders, dieper. Geen verdoving van deschok, maar een werkend litteken. 'Toen de tsunami kwam was hij in een boomgeklommen', vertelt zijn vrouw. 'Onze dochter en jongste zoon van 5 kwamenvoorbij drijven. Hij kon er maar één vastgrijpen.'

Hij koos de jongen. Het 9-jarig dochtertje Navodya verdronk, evenalsmoeder en schoonmoeder. Pas na tien dagen zag hij Deepika en hun oudstezoon terug; zij waren tijdens de ramp op de markt in Hikkaduwa.

Hoofdpijn heeft Premasiri nu, pijn op de borst, slapeloosheid. 'Ik denksteeds aan mijn dochter en moeder', mompelt de man gelaten. 'En aan diedag.' Laatst is hij naar de dokter geweest. Die gaf hem pillen. Deepika,in tranen: 'Hij wil zelfmoord plegen. Ik moet hem in de gaten houden,anders doet hij zichzelf iets aan.'

Hartverscheurend, het verhaal van deze man en vrouw. Maar ook: heelgewoon. Wie rondwandelt in de lommerrijke omgeving van de trein en bewonersaanspreekt, tekent met gemak een handvol drama's op.

Sanath Kumari, een visser, vertelt kalm dat al zijn kinderen omkwamen.Zijn huis was weg, zijn boot, zijn netten. De drie dochters van 7, 9 en 12renden met hun moeder weg van de zee toen de vloed kwam, maar de treinblokkeerde hun weg.

Andere mensen schuiven aan, elk met zijn herinneringen aan zondagmorgen26 december. 'Paraliya zit vol droevige verhalen', zegt Sanath. Zijn broerChaminda van 34 verloor zijn vrouw en twee kinderen. Chaminda laat eenmapje met foto's zien en twee vergrotingen: Dilki Sitara, een engeltje van2 in een roze pakje, en de 9-jarige Shasika in zijn blauwwit schooluniformmet kniekousen en rugzakje.

Het is niet vanzelfsprekend, de openheid van deze slachtoffers. 'Hetpast niet in de cultuur. Je hangt de vuile was niet buiten', zegt HelenaSmit, een Nederlandse sociaal werkster die sinds 2001 in Sri Lanka woont.'Ze stoppen alles weg. Men zegt: ''Wij zijn sterker dan de mensen in hetWesten.'' Ondertussen drinken de mannen, hangen ze 's avonds in dearrack-bar. En de vrouwen krijgen lichamelijke klachten.'

Dreigende ziekten als cholera, tyfus en polio werden na de tsunami doorde internationale noodhulpoperatie in bedwang gehouden, minder grijpbarekwalen namen epidemische vormen aan. Huiselijk geweld, depressies,alcoholisme. Het zelfmoordcijfer is nergens zo hoog als in Sri Lanka.

Smit en haar organisatie dutchconnect.org verzorgen psychosocialeprogramma's, ook voor kinderen. 'Ze moeten weer plezier in het levenkrijgen', zegt de sociaal werkster, die assertiviteitstraining geeft naastdans, drama en spel. Meer hulporganisaties in Sri Lanka doen aantraumaverwerking, maar huisvesting en inkomen zijn voor velen de eerstezorg - ook voor de Srilankanen zelf.

Het leven moet doorgaan.

Chaminda, de visser die zijn dochters verloor, wijst op de buik vanzijn vrouw. Usha verwacht in januari een kindje. Van een Duitse donor kreeghij een boot en netten, het Rode Kruis gaat een huis voor hen bouwen.

Zo krabbelt dit dorp op. De tranentrein staat verstold op brokstukkenrails, pal ernaast ligt het nieuwe spoor, waarover de nieuwe trein weer vanColombo naar Galle rijdt en terug.

Om kwart over twaalf, op het heetst van de dag, verandert opeens hetaanzien van Peraliya. De school komt uit, de herbouwde dorpsschool.Tientallen kinderen lopen kakelend over de paden naar huis. Ze dragenrugzakjes en blauwwitte uniformen met kniekousen.

Meer over