Per uitgeholde boomstam naar Congo

Slechts zo'n vijfhonderd meter snelstromend water scheiden de Congolese hoofdstad Brazzaville van de ex-Zaïrese hoofdstad Kinshasa. Maar wat zijn die vijfhonderd meter moeilijk te overbruggen....

Van onze verslaggever

Fred de Vries

BRAZZAVILLE/KINSHASA

Honderd dollar per man heeft de pers ervoor over om van Brazzaville naar Kinshasa te mogen. Talloze fixers, regelaars, maken lijsten van mensen die de tocht met speedbootjes willen maken. Het enige obstakel vormen de ex-rebellen in Kinshasa, die het groene licht maar niet willen geven. 'Zonder hun toestemming kunnen we de tocht niet maken', zegt Jean-Philippe, een Congolese fixer.

Kinshasa werd afgelopen zaterdag ingenomen door de troepen van Laurent Kabila. Zaïre heet nu de Democratische Republiek Congo en Kabila is de nieuwe president. Hij kwam dinsdagavond in het donker in de hoofdstad aan. Dagen daarvoor waren de vluchten naar de stad al opgeheven, en het vliegveld gesloten. De dichtstbijzijnde bereikbare plaats is nu Brazzaville. Die stad zit inmiddels barstensvol vluchtelingen, van generaals tot mensenrechtenactivisten die Kabila van moordpartijen in Oost-Zaïre beschuldigen.

Tussen Brazzaville en Kinshasa voer tot voor kort een veerpont. Maar ook de veerdienst is het afgelopen weekeinde stopgezet, waarschijnlijk omdat de rebellen niet willen dat nog meer vrienden en familie van Mobutu straffeloos het land verlaten.

Jean-Philippe is een schimmig type. Hij heeft er dit weekeinde nog voor gezorgd dat Kongolo Mobutu Kinshasa kon ontvluchten. Kongolo is Mobutu's zoon. Zijn bijnaam is 'Saddam' en hij wordt verdacht van de moord op generaal Mahele, de man die over de 'zachte landing' van de troepen van Kabila onderhandelde en zo een bloedbad in Kinshasa voorkwam.

Al twee dagen praat Jean-Philippe onafgebroken door zijn mobiele telefoon. 'Ik herkende hem gisteravond niet, omdat hij die telefoon toen even niet aan zijn oor had', grapt Lieve Joris, de Belgische schrijfster die in 1986 Zaïre bezocht, er een boek over schreef en nu terug wil.

Om tien uur 's ochtends denkt Jean-Philippe dat we naar de overkant mogen. Zes uur later pendelen we nog steeds op zinloze manier over de stoffige weg tussen hotel en douane. Vanuit Kinshasa is intussen het nieuws gekomen dat de veerdienst tot maandag gesloten zal blijven.

De enige manier om aan de overkant te geraken, zegt iedereen, is in een uitgeholde boomstam. Die kano's vertrekken van de rand van Brazzaville en vervoeren smokkelwaar naar Kinshasa, en terug. Het probleem van de illegale reis per kano is dat niemand weet wat je aan de overkant te wachten staat. De sfeer in het nog niet stabiele Kinshasa zou een stuk grimmiger zijn na de moord dinsdag op twee Franse zakenlui. Kabila's mannen zouden een ijzeren kordon om Kinshasa hebben gelegd.

Iedereen raadt het af, maar aan het eind van de middag besluiten we het erop te wagen. We gaan met zijn drieën, inclusief Lieve Joris, per kano, zonder visum, zonder toestemming van de nieuwe machthebbers. Puur op intuïtie.

Om de afvaartplek te bereiken moet je een steile helling af. Daar maakt een gewapende militie van Brazzaville de dienst uit. Overal liggen zakken maniok die bestemd zijn voor Kinshasa. Een tiental uitgeholde boomstammen ligt aangemeerd. Halfblote mannen sjouwen met de smokkelwaar. Dikke vrouwen brengen het spul naar de overkant. Er wordt geschreeuwd en geruzied om geld. Het ruikt er naar dope.

De tocht kost ons nog geen dertien dollar, plus een soort belasting die aan de militie moet worden betaald. 'Aan de overkant staan soldaten. Altijd minstens tien. Ze zijn heel jong, maar ze gedragen zich goed', vertelt de baas van de smokkelbende, die zich toch duidelijk zorgen maakt over ons lot en voorstelt dat we wellicht beter de volgende dag kunnen gaan.

Om kwart over vijf, als de zon snel zakt, varen we in een boomstam op de rivier de Zaïre richting Kinshasa. Het is haast romantisch. Een half uur later bereiken we de overkant. Er is geen ex-rebel te bekennen. Tussen de smokkelaars stappen we uit en lopen naar boven. Nog steeds geen soldaat te bekennen. We nemen een taxi naar Hotel Intercontinental. Pas daar zien we de eerste jonge strijder van Kabila.

Het hotel heeft in vergelijking met drie weken geleden een metamorfose ondergaan. Toen werd het met de dag leger, nu zit het stampvol. Weg zijn de vrienden van Mobutu en de generaals met hun families. Ze hebben plaatsgemaakt voor de nieuwe machthebbers: revolutionairen met een jaren-zestigélan.

De sfeer is opgewonden. Vandaag zijn twee van Mobutu's ex-generaals zich komen overgeven in het hotel. Het wachten, vertellen de lokale kranten, is nu op de vorming van een nieuwe regering, en de rol die de oppositie in die regering krijgt toebedeeld - met name de in Kinshasa zeer populaire leider Etienne Tshisekedi.

Meer over