Per trein door de taiga naar het Verre Oosten

Per spoor door Siberië naar China kan met de 'gewone' Transsiberië Express, maar wie wat meer te besteden heeft neemt de Tsarengoudtrein. 'Fascinerend. Ik dacht altijd dat alles ophoudt ten oosten van de Oeral, maar de Siberische steden zijn indrukwekkend.' Door Arnout Brouwers

Bernd is een manische filmer. Hij reist, samen met tweehonderd andere Europese toeristen en zestig personen Russisch personeel, in twee weken per trein van Moskou naar Peking. 'Om tien uur 's ochtends ben ik begonnen met filmen: berken en naaldbomen. Na de lunch weer een shot: berken en naaldbomen. En toen bij het vallen van de avond: berken en naaldbomen.'


Er zit ritme in, in zo'n treinreis door Rusland.


Er zijn excursies, uitstapjes, er zijn overnachtingen in Siberische hotels - maar in essentie is het de Thomas Manns Toverberg op rails: het uitzicht is weids, maar je leeft in een beperkte ruimte, met een niet veranderend gezelschap. Na een paar dagen gaat het wennen - je buren zijn je beste vrienden en de serveerster in het restauratierijtuig de vleesgeworden schoonheid.


Je hoeft niet lang door te vragen of je stuit bij het Russische personeel op pure wodka, maar zulke stimulerende middelen zijn niet meer nodig. De trein brengt je in een trance. Het ritmisch gedreun van de assen op de rails reguleert het dagelijks bestaan.


Rusland - ze vreten het, de West-Europese toeristen die deze reis van de 'Tsarengoud', zoals de trein heet, meemaken. De 70-jarige Detlev heeft zijn hele leven in de toeristenindustrie gewerkt, eerst als buschauffeur, later als reisleider. Hij probeert zijn dromen te realiseren. Thuis bijvoorbeeld, in het dorp buiten München waar hij een huis heeft laten bouwen: hij woont boven, zijn vrouw beneden. Gelukkig getrouwd maar bijna volledig van elkaar gescheiden. 'Zo vinden we het beide het prettigst.'


Jaren heeft hij gespaard om de meer dan 6.000 euro te betalen voor de treinreis. Het is geweldig, meent hij. De Russische inborst - vriendelijk, openhartig, gul - bekoort de toeristen die bijna allemaal tot de reis zijn aangetrokken door hun nieuwsgierigheid naar het grote onbekende. Vooral: het onmetelijke Siberië.


Van Moskou naar Kazan, dan Jekatarinaburg, verder oostwaarts naar Novosibirsk en Krasnojarsk en na zes dagen bereikt de trein Irkoetsk. 'Het is fascinerend', zegt een gecoiffeerde heer, terwijl de sjasjlik bij zonsondergang wordt opgediend aan het Bajkalmeer. 'Ik dacht altijd dat alles ophoudt ten oosten van de Oeral, maar de Siberische steden zijn indrukwekkend.'


Ten oosten van de Oeral wonen ook mensen, er staan dezelfde orthodoxe kerken als elders in Rusland, en de infrastructuur is hetzelfde: alles is netjes, maar niets is op orde. Alle hekjes van de parken zijn dit jaar nog geverfd, maar de verf is alweer afgebladderd alsof hij de seizoenen volgt. Wat zou er anders volgend jaar te verven zijn?!


Siberië, zeggen de Europese treinreizigers, is zo Europees, qua architectuur en historie. Gekoloniseerd door kozakken, bevolkt door hun nazaten en de bannelingen van honderden jaren Russische politieke en religieuze autocratie, en de al dan niet gedwongen migranten uit de Sovjettijd.


Tegen de tijd dat ze de adembenemende vergezichten van het Bajkalmeer zien, na de naaldbossen, de taiga en de majestueuze Siberische rivieren, zijn de meeste passagiers doorgewinterde Ruslandkenners. Ze hebben zich genesteld in de trein en zien drie keer per dag uit naar het kloppende hart ervan: de restauratierijtuigen. Die zijn versierd in diverse Europese stijlen - thema's variëren van Oostenrijkse Alpenhut tot 'Versailles'.


De ober die ze er aantreffen is een soort oer-Rus. Gehuld in een dieprood folkloristisch gewaad en voorzien van grote snor, dito buik en diepe baritonstem is hij de Oom Wanja van de trein.


Vervolg op p3


In China verdwijnt het Oom Wanja-gevoel

Vervolg van p1


De westerse reizigers hebben niet alleen oog voor de romantische kanten van de reis. 'We hebben nabij Bajkal geluncht in een modeldorp', zegt een Zwitserse passagiere, 'de week daarvoor hebben we uit ons raam alleen compleet versjacherde dorpen gezien.'


Maar hoe kun je door Rusland trekken zonder een Potemkin-dorp te bezichtigen? Een hardnekkig verhaal wil dat de 18de-eeuwse Russische minister Potemkin imponerende nepdorpen liet bouwen om tsarina Catharina de Grote om de tuin te leiden. Om een oude Russische reclamecampagne te citeren: wat is een koteletje zonder wijn?


'Waarom bouwen de Russen hun eigen bussen niet', vraagt iemand zich af. 'Heeft u hier ook industrie? Maakt u hier iets?', luidt de vraag aan een lokale gids. De Duitsers blijven altijd beleefd, maar Fransen zeggen waar het op staat. Roland, een corpulente en sympathieke brombeer die tussen het roken van sigaren door de wereld pleegt te analyseren, zegt: 'We reizen hier nu al een week door Rusland en het is me allemaal duidelijk. La Russie, c'est la misère!'


Als om Rolands gelijk te onderstrepen, maakt de trein niet veel later een stop op een winderige plek in het niets. Er is geen begroeiing, wel een klein dorp en een meer. Geen lustoord, zeker in de winter niet als het min 40 graden wordt. Buiten loopt een jongen met grote gaten in zijn schoenen, een snotneus en een brutale mond. Zijn articulatie is slechter dan die van een 5-jarig kind, zijn taal grover dan die in de Moskouse banja, de badhuizen.


Hij is bijna onverstaanbaar, maar wat wel duidelijk wordt uit zijn woorden is dat hier niets te doen is behalve vissen in het meer - maar dat is verboden. Een Russische gids legt later uit dat het een dorp is voor criminelen, een soort open gevangenis voor lieden die zich in het strafkamp goed gedroegen en hun laatste jaren hier mogen slijten, met aanhang.


De goelag moge het niet zijn, 21ste-eeuws komt het ook niet over. 'Het biedt wel een oplossing', meent de gids, 'want in de stad wonen al zoveel criminelen.' Voor wie maar lang genoeg meerijdt met deze trein, wordt op het laatst elk gesproken woord een wijs woord. Dat blijft zo tot ver in Mongolië - waar je nog altijd Russisch kunt horen en waar je hetzelfde verpauperende platteland aantreft als in Siberië.


De echte schok is echter de overgang naar China. Je kunt vanuit Moskou dagen- en dagenlang naar het Oosten reizen zonder cultureel in verwarring te raken. Siberië blijkt het meest onbekende (en exotische) Europese gewest. Zet je koers naar het Zuiden, dan ben je opeens echt in Azië.


Daar is alles anders. Beter, sneller, meer concurrerend - zoals de moderne clichés over China willen. Inderdaad, allemaal waar. Een enkeling meent zelfs dat de Gobi-woestijn aan Chinese zijde 'ontwikkelder' is dan aan Mongoolse kant. De meeste toeristen blijken vaker in China geweest te zijn en denken Peking al te kennen. Maar de vorige keer fietste iedereen nog, en nu staan de Chinezen van Peking in eindeloze files. Voor het laatste deel van de reis is overgestapt op een moderne Chinese trein ('betere krukassen', concluderen enkele Duitsers bijna in koor). Bredere compartimenten ook, en een breder bed. Maar het Oom Wanja-gevoel is verdwenen.


De lunch nabij de Chinese Muur wordt genoten in een restaurant waar in een zaal duizend mensen worden bediend. Het is zo gepiept - twintig minuten. Daarna is er veertig minuten tijd om nog even te winkelen, in een nog grotere aanpalende zaal. Het woord hyperkapitalisme klinkt te soft om deze ervaring te beschrijven. Duizenden Chinese vazen, duizenden dingen van zijde, en ogenschijnlijk evenzoveel winkelpersoneel dat op je toesnelt als je oog langer dan een seconde aan een product kleeft.


Terug in het Chinese restauratierijtuig zit Detlev melancholiek voor zich uit te staren. Deugt er iets niet? Nee hoor, alles gaat goed. Maar Detlev kon zo goed opschieten met de vrolijke Russische serveersters in de vorige trein. Dat is er niet meer bij. 'Ik mis de Russische ziel', verzucht hij. Zijn Siberische droom heeft de kennismaking met de werkelijkheid goed doorstaan.


Naar het oosten met de 'Tsarengoud'

Veel westerse toeristen kiezen voor de 'pure' treinervaring van de Transsiberië Express - de Russische trein van Moskou naar Vladivostok, die er zes á zeven dagen over doet. Reizigers voor wie de Russische taal een te grote barrière is en die ook iets willen zien van de steden die onderweg worden gepasseerd, kunnen de comfortabele privétrein nemen als de Tsarengoud. Prijzen variëren van 3.389 euro voor een plek in een vierpersoonscoupé tot 10.899 euro voor een privécoupé voor twee personen met douche en toilet, een hotelkamer op wielen. De maaltijden zijn inbegrepen, evenals viersterrenhotels in Moskou en Peking, driesterrenhotels in Irkoetsk en Ulaan Bator en excursies in Moskou, Kazan, Jekatarinaburg, Novosibirsk, Krasnojarsk, Irkoetsk, Bajkalmeer, Oelan Oede, Ulaan Baator en Peking.


Vliegtickets naar Moskou, en terug vanuit Peking zijn niet inbegrepen, visakosten voor Rusland, China en Mongolië evenmin. De reis duurt zestien dagen. Reisbegeleiding is in het Duits, Frans of (op sommige data) Engels.


In de categorie II-nieuw kunnen plaatsen worden gereserveerd in een onlangs door de Russische spoorwegen gebouwde nostalgierijtuig: 5.119 euro per persoon. Douche- en toiletfaciliteiten zijn prima, al wordt de douche gedeeld met andere reizigers uit dit rijtuig.


De 'Tsarengoud', maar ook de 'gewone' Transsiberië Express kunnen worden geboekt bij Tiara Tours 076-56.52.879. Wie voor 16 november boekt krijgt 50 euro korting en krijgt zijn visa (ter waarde van ongeveer 200 euro) gratis. www.tiaratours.nl/tsarengoud


Meer over