Per Nilsson

Nilsson, bekend van realistische jeugdboeken, schrijft dit keer losser en minder moralistisch. Goede vertaling.

Per Nilsson: Op een morgen stond ze daar

****

Uit het Zweeds vertaald door Bernadette Custers.

Leopold; 151 pagina's; euro 14,95.

Tum-Tum is de enige jongen die haar opmerkt: het bleke, bijna lichtgevende meisje dat naar appeltjes ruikt. Op een dag vlak na de kerstvakantie staat ze eenzaam naast het schoolplein en kijkt alsof ze nog nooit eerder een voetbal heeft gezien. Dan is haar zwijgende gestalte alweer verdwenen en ligt er een sneeuwwit veertje naast de bal.

Vanaf die dag gebeuren er vreemde dingen. Zo belt het meisje - dat de merkwaardige naam Extra draagt - een paar dagen later 's avonds bij Tum-Tum aan. Ze eet zonder iets te zeggen anderhalve pizza en valt in zijn bed in slaap. Opnieuw verdwijnt ze spoorloos, vlak voordat zijn ouders thuiskomen. Daarna meldt ze zich doodleuk als nieuwe leerling in zijn klas en gedraagt ze zich 'tralala-lala-cool'. Ze praat met iedereen behalve Tum-Tum. Die snapt er niks van en gaat op onderzoek uit.

De succesvolle Zweedse jongerenschrijver Per Nilsson (1954) kan na dit raadselachtige begin twee kanten op. Heeft Tum-Tum de kennismaking verkeerd begrepen en is haar vreemde gedrag een noodkreet? Die optie ligt gezien zijn oeuvre het meest voor de hand: Nilsson is bekend om heftige, realistische jongerenboeken als Ik ben geen racist (Lemniscaat, 2007), waarin hij scherpe dilemma's oproept in een knap weergegeven jongerenwereld.

Of is Extra, zoals de Zweedse betekenis van haar naam suggereert, afkomstig uit een andere wereld en met een geheime missie op aarde? Het antwoord op die vraag stelt Nilsson uit tot de laatste bladzijden en dat maakt Op een morgen stond ze daar bijzonder spannend.

Als Extra bovennatuurlijk is, dan is álles mogelijk. Gaat het de verteller lukken om de geloofwaardigheid overeind te houden?

Nilsson is een wendbare auteur, die veel kan met weinig woorden. Hij schetst zijn personages achteloos in een paar zinnen en weet een bonte stoet voetbaljongens uit diverse culturen en hun wispelturige vriendinnetjes tot leven te brengen. Hedendaagse gevoeligheden stipt hij licht en met humor aan. De voetbaltrainers heten Jezus en Mohammed. Dus kan Tum-Tum zonder enig kwaad in de zin vaststellen: 'Jezus is helemaal oké. Mohammed is ook oké. Maar Jezus is beter.'

Hoewel Nilsson graag experimenteert met de literaire vorm, slaagt hij erin dicht bij de emoties en interesses van zijn lezers te blijven. Hij geldt als hét Europese alternatief voor de soms wat schreeuwerige Amerikaanse young adult- schrijvers.

Of zijn nieuwe boek dezelfde hoogte bereikt als zijn voorgaande werk, is de vraag. De iets te snelle ontknoping wringt een beetje. Daar staat tegenover dat Nilsson wat losser en minder moralistisch schrijft dan in zijn eerdere boeken. Dat is prettig. Met zijn droogkomische schoolsfeer heeft Op een morgen stond ze daar wel iets weg van het razend populaire Het leven van een loser van Jeff Kinney, maar dan met raffinement en diepgang.

Tum-Tum is een dromerige, sociaal bewogen jongen met diepe gedachten, die zich toch in een lekker directe, swingende taal zonder poespas kan ergeren aan dingen waaraan alle jongens zich ergeren. Zoals een gescheiden vader die wel érg zijn best doet om het gezellig te houden. En een nieuwe vriendin die heel dichtbij komt en daarna weer doet alsof hij lucht is.

Zoiets vertalen is niet gemakkelijk. Toch volgt Bernadette Custers de vluchtig-vlotte jongensbabbel van Tum-Tum met grote natuurlijkheid, alsof het boek oorspronkelijk in het Nederlands is geschreven.

undefined

Meer over