Peloton kent geen genade voor Sörensen

Twintig kilometer voor het einde ging Rolf Sörensen er alleen van door en dat bleef hij negentien kilometer en zevenhonderd meter....

Van onze verslaggever

GAP

De wielersport is genadeloos. Als in Gap recht was geschied, dan had Sörensen ook de laatste driehonderd meter solo gereden. De dertigjarige Deen was in een grote ontsnapping van vijftien coureurs beland waarin ook de nummers tien en twaalf van het algemeen klassement, Laurent Dufaux en Luc Leblanc waren vertegenwoordigd.

Het verschil groeide snel en omdat de Tour '96 zo'n onvoorspelbaar karakter heeft, besloot de ploeg van gele-truidrager Bjarne Riis de achtervolging in te zetten. Door de wind brak het gezelschap vluchters. Zeven gingen alleen verder. Dufaux was weggevallen, maar Leblanc deed nog steeds mee, dus er was geen reden voor Telekom om de zaak op zijn beloop te laten.

Dat was één reden voor Sörensen om het alleen te proberen. Een andere was de weigerachtige houding van eerst de Spanjaard José Luis Arrieta en later de Australiër Neil Stephens om hun deel van de wisselbeurten op zich te nemen.

Er zijn niet veel renners die zo mooi een solovlucht aankunnen als Rolf Sörensen. Lichaam en fiets worden één wilskrachtg geheel. Zijn handen grijpen het stuur beet alsof er gashandels opzitten. Zijn mond krijgt een verbeten trek alsof hij de resterende kilometers asfalt wel wil opvreten.

Het eind van het liedje was dat Sörensen alleen zijn nieuwe werkgever een dienst bewees. Het bankiersoranje was weer eens flink in beeld. De Deen rijdt voor de eerste keer dat hij prof werd in 1986 buiten Italië. Hij is er wel blijven wonen. 'Toscane is als een tweede thuis voor me. Zolang ik fiets, blijf ik hier wonen.'

Hij is in die tien jaar een wielrenner gebleken, die in de bergen moet afhaken, maar op basis van wilskracht en slimheid grote koersen over licht geaccidenteerd terrein naar zich toe kan trekken. Dit decennium heeft hij elk jaar wel een grote overwinning behaald. 1993 leverde Luik-Bastenaken-Luik en 1994 een rit in de Tour. Drie jaar eerder reed hij een paar dagen in de gele trui, maar moest die uitrekken door een val in Valenciennes.

Bij Rabo heeft hij zich ontwikkeld tot de wegkapitein die de jongeren stuurt. Zo zette hij Michael Boogerd vorige week op het spoor dat leidde naar diens zege in de rit naar Aix-les-Bains. Zijn eigen ambities zijn er niet minder door geworden. In het voorjaar had Sörensen zijn zinnen gezet op een grote klassieker, maar dat zat er steeds net niet in. Zijn palmares van 1996 vermelden slechts Kuurne-Brussel-Kuurne en een rit in de Tirreno Adriatico.

De mislukte missie van gisteren was dan ook een grote teleurstelling. 'Ik benader elke Touretappe als een klassieker. Dit heeft heel veel kracht gekost, maar ik wil het nog een keer proberen. Deze Tour is voor mij ook een soort voorbereiding op de Olympische Spelen. De vorm is goed, daar gaat het niet om. Maar als ik nu deze rit had gewonnen, dan zou ik helemaal met een gerust gevoel naar Atlanta reizen.'

Bij assistent-ploegleider Adrie van Houwelingen leefde na afloop wrevel over de niet aflatende klopjacht van Telekom. De Duitsers willen kennelijk niet grootmoedig iets laten schieten deze Tour. Behalve de gele trui, sinds maandag gedragen door Riis, wensen ze ook de groene trui, sinds dinsdag gedragen door Zabel. 'Alsof ze die niet in een later stadium hadden veroverd', aldus Van Houwelingen.

Het was toch al een pechdag voor zijn ploeg. De kuit van Johan Bruyneel bleek te veel geleden te hebben bij de val zaterdag in de afdaling van de Cormet de Rosselend. Hij had gehoopt een beetje op te knappen van het aangenamere weer en de rustdag vandaag, maar niet ver van startplaats Turijn gaf hij op.

Hij was niet de enige. Onwillige darmen hebben Laurent Jalabert doen afstappen nadat de als favorieten beschouwde Fransman al drie dagen lang achterin meefietste. Hij was niet de enige nationale favoriet. Tot de zes coureurs die hun weg naar Gap niet afmaakten, behoorde ook Pascal Lino, vier jaar geleden tien dagen lang gele-truidrager.

Meer over