Peking wil ook in de ruimte meedoen

In de verlaten Gobi woestijn ligt een complete stad, met zelfs een eigen dierentuin, van raketgeleerden en technici...

Het is oogsttijd voor de katoen rond Dingxin, een stoffig dorp aan de rand van de Gobi-woestijn. In de velden langs de weg zie je honderden kleurige hoofddoekjes tussen de struiken bewegen. Het zijn de vrouwen van de Hui-minderheid, Chinese moslims die een groot deel van de provincie Gansu bevolken.

Als ze geluk hebben verdienen de pluksters 20 renminbi – twee euro – per dag. Ze kunnen beter maar niet ziek worden, want de kliniek in het dorp stelt weinig voor, en het ziekenhuis in de stad honderd kilometer verderop is duur. De lokale school is al even simpel en afgetrapt.

Gansu is een van de armste regio’s van China, maar ook thuisbasis van een miljardeninvestering in hi-tech nationalisme. Ruim honderd kilometer ten noorden van katoendorp Dingxin, in de lange leegte van de Gobi, ligt het Oostenwind Ruimtevaartcentrum, de hypermoderne lanceerbasis van de Shenzhou-7, waarmee donderdag de eerste Chinese ruimtewandelaar de lucht werd ingeschoten.

Zo armoedig als Gansu is, zo rijk is het ruimtevaartprogramma. Peking heeft er zeker acht miljard euro ingepompt. Je ziet het aan de Landcruisers, Buicks en VW Touaregs, de luxe voertuigen met militaire nummerplaten die over de weg langs Dingxin razen: China zorgt beter voor zijn raketgeleerden dan voor zijn katoenboertjes.

Toch zul je hier amper kritiek horen op de berg belastinggeld die beschikbaar is voor CNSA, het Chinese ruimteagentschap. De staatsmedia zingen een eenzijdig refrein van trots op de technische prestaties van de jongste ruimtevlucht. De wetenschappelijke waarde is bijzonder groot, lees je overal, zonder veel nadere details.

Nationale bevestiging – Chinese astronauten kunnen nu ook in de ruimte wandelen, net als de Amerikanen en de Russen – daar lijkt het vooral om te gaan. China wil een woordje meespreken, ook in buitenaardse sferen. De naam van het ruimtevaartuig dat inmiddels rond de aarde cirkelt is niet voor niets Shenzhou: Goddelijke Natie.

Vraag in katoendorp Dingxin wat ze vinden van het ruimteprogramma, en je krijgt als antwoord ‘We zijn er trots op’.

Kan het geld niet beter gebruikt worden dan? Verbaasde blikken, schouderophalen. ‘Dat geld is van het leger’, zegt een dorpeling met een veelzeggend handgebaar: daar heb je je als gewoon burger niet mee te bemoeien.

De Chinese regering benadrukt graag dat haar ruimteprogramma vreedzaam van aard is, maar dat neemt niet weg dat China’s ruimtevaartagentschap CNSA een strikt militaire organisatie is. Op de lange weg naar de basis Oostenwind, die 250 kilometer van de stad Jiuquan in de Gobi-woestijn ligt, zie je de militaire complexen al snel opdoemen.

Het eindeloze asfalt wordt gelardeerd met een vliegbasis waar de nieuwste straaljager, de J-10 Trotse Draak, wordt getest, en door in camouflagekleuren geschilderde raketopleidingscentra, brandstoftanks en radarposten.

De muren dragen zowel opwekkende als barse teksten. ‘Laten we ons thuis voelen in het raketgeleidingscentrum en eendrachtig en hard werken’ meldt een. ‘Wie geheimen steelt wordt gearresteerd. Bij wie gearresteerd wordt, gaat de kop eraf’, dreigt een ander.

Ruimtevaartcentrum Oostenwind is meer dan een lanceerbasis. In de verlatenheid van de Gobi ligt een complete stad waar dertigduizend mensen – raketgeleerden, technici en hun families – wonen en werken. Het is een groene oase is het grijsgele zand, met moderne scholen, ziekenhuizen, winkelcentra, theaters, zwembaden, parken, boerderijen, een eigen radio- en tv-station, ja zelfs een museum en een dierentuin.

Een van de prominente inwoners is Zhai Zhigang, de man die vandaag of zaterdag de eerste Chinese ruimtewandelaar wordt. De commandant van de Shenzhou-7, een 42-jarige luchtmachtkolonel, is net als zijn twee collega’s aan boord een ex-straaljagerpiloot. De ruimtewandeling van veertig minuten is bedoeld als opstap naar de lancering van een eigen ruimtestation, over enkele jaren.

De Chinezen zullen tijdens de vlucht, die zondag moet eindigen, voor het eerst hun nieuwe ruimtepakken testen. Vanuit de capsule wordt ook een minisatelliet naar buiten gebracht die beelden van de ruimtewandeling zal verzenden. Op aarde neemt China twee grote nieuwe volgschepen in gebruik, volgestouwd met de modernste elektronische apparatuur.

De kiem voor de Chinese ruimtevaart werd vijftig jaar gelegd door Mao, die honderdduizend soldaten in 1958 de opdracht gaf in de Gobi de eerste raketbasis te bouwen. Pas in 1996 gingen de poorten van Oostenwind een beetje open voor de buitenwereld.

Meer over