Nieuws

PBL: ‘Nederland landbouwland’ onhoudbaar, veestapel moet fors kleiner voor natuur en milieu

De voorgenomen aanscherping van de Europese klimaat- en natuurdoelen maakt een drastische verlaging van de Nederlandse landbouwproductie onontkoombaar. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een analyse voor het nieuwe kabinet.

Een intensieve veehouderij in de Gelderse Vallei.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een intensieve veehouderij in de Gelderse Vallei.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Als de huidige plannen (Green Deal) van de Europese Unie in wetgeving worden omgezet, is er in grote delen van Nederland geen veehouderij en akkerbouw in de open lucht meer mogelijk. Er is dan alleen nog ruimte voor kassenteelt en het houden van landbouwdieren in (hermetisch gesloten) stallen.

Het PBL wijst de politiek er voor de zoveelste keer op dat het bestaande stikstof- en klimaatbeleid niet volstaat om de wettelijke doelen te halen. Nederland heeft zich in de nieuwe Stikstofwet gecommitteerd aan een halvering van de landelijke stikstofuitstoot binnen 15 jaar.

In 2035 moet de stikstofneerslag in 74 procent van de gevoelige natuurgebieden onder de kritische grenswaarde liggen. Veruit het grootste deel van de stikstofuitstoot wordt veroorzaakt door de landbouw – en dan vooral de veehouderij.

Inkrimping veestapel

Dat halveringsdoel is zonder inkrimping van de veestapel onhaalbaar, schreef het PBL in een eerdere verkenning al. Zelfs als alle Nederlandse veestallen zodanig verduurzaamd worden dat er geen stikstofmolecuul meer uit ontsnapt – een investering die voor boeren vermoedelijk alleen haalbaar is met tientallen miljarden overheidssubsidie – is een beperkte krimp van de veestapel nog steeds noodzakelijk.

Het kabinet zoekt de oplossing van het stikstofprobleem tot nu toe vooral in technische maatregelen als emissiearme stalvloeren, luchtwassers en eiwitarm veevoer.

Nu de EU met de Green Deal afkoerst op nog veel ambitieuzere doelstellingen voor natuurbehoud en klimaatopwarming, wordt ‘Nederland Landbouwland’ een onhoudbare situatie, concludeert het PBL. De landbouw is namelijk ook een belangrijke bron van broeikasgassen, zoals methaan.

Als de EU-plannen doorgaan, moet de Nederlandse landbouw binnen enkele decennia daarom ook de broeikasgasuitstoot substantieel verlagen, naast de stikstofuitstoot. Onderdeel van de Green Deal is bovendien dat lidstaten hun areaal natuurgebied fors moeten uitbreiden. Dat kan in Nederland alleen door landbouwgrond om te zetten in natuur.

Ambitieuze klimaat- en natuurdoelen gaan simpelweg niet samen met grootschalige intensieve landbouw. Als de doelen uit de Green Deal onverkort in EU-wetgeving worden omgezet en op lidstaatniveau gaan gelden, is er in de stikstofgevoelige provincies Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant feitelijk geen ruimte meer voor landbouw van enige omvang.

Technische maatregelen

Door nu zoveel mogelijk in te zetten op technische maatregelen in plaats van krimp van de sector, voert de Nederlandse overheid kortzichtig beleid, aldus het PBL. De kans is namelijk reëel dat de veehouderijen die nu fors gaan investeren in het verduurzamen van hun stallen en andere technische maatregelen, over twintig of dertig jaar alsnog moeten verdwijnen omdat tegen die tijd strengere natuur- en klimaatwetten van kracht zijn.

In dat geval verspilt de Nederlandse overheid miljarden euro’s aan stalinnovaties die slechts uitstel van executie geven. Dit biedt Nederlandse boeren slechts schijnzekerheid, omdat ze op den duur alsnog hun bedrijf moeten beëindigen.

Het PBL is ook kritisch op het huidige stikstofbeleid omdat dit zich niet genoeg toespitst op de natuurgebieden die onder de Europese wet beschermd zijn. Het zou veel efficiënter zijn als het kabinet doelgericht zou inzetten op het sluiten van veehouderijen vlakbij stikstofgevoelige natuur, zoals de Kampina (Brabant) en de Veluwe. Daarmee zou het kabinet voor minder geld meer stikstofruimte scheppen voor andere economische activiteiten dan de landbouw, zoals wegen- en woningbouw.

Het kabinet schrikt daar tot nu toe voor terug, uit angst voor nieuwe boerenprotesten. Het gericht opkopen van boerderijen op locaties bij natuurgebieden is namelijk niet te verenigen met vrijwillige deelname aan de opkoopregeling: dat vereist dwang.

Meer over