Paus vraagt van kerk grandioos mea culpa

De kerk moet haar schuld belijden voor alle misdaden en vergissingen die in tweeduizend jaar christendom in naam van de kerk zijn begaan door pausen, bisschoppen, priesters en gelovigen....

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De definitieve afrekening met een verleden van heksenjachten, ketterverbranding, marteling en ander totalitair optreden is onderdeel van een grootscheeps project van de paus voor de viering van het kerkelijke jubeljaar 2000. Zo wil hij op de heilige berg Sinaï een gebedsontmoeting houden van joden, christenen en moslims. Ook zou er een soort wereldconcilie moeten komen van de katholieke, protestantse en orthodoxe kerken.

Het project omvat ook de uitbreiding van de lijst van kerkelijke martelaren met protestantse en orthodoxe slachtoffers van de terreur van nazisme en communisme. Het plan staat in een memorandum dat is toegestuurd aan alle 140 kardinalen, ter voorbereiding van een vergadering van paus en kardinalen op 9 en 10 mei over de situatie van de kerk en de viering van het jubeljaar. Gedeelten van de tekst van dat memorandum zijn uitgelekt.

De laatste pauselijke zelfkritiek kwam in de zestiende eeuw van Adrianus VI. Deze Nederlander, de voorlaatste buitenlandse paus, erkende dat de kerk zich schandelijk had gedragen - een mislukte poging de afscheiding van Luther tegen te houden.

Het Tweede Vaticaans Concilie erkende de zonden die de kerk heeft begaan. Maar de zelfkritiek waartoe de huidige paus oproept, gaat veel verder. Al eerder heeft hij eer bewezen aan verketterde figuren als Galilei en Luther en allerlei praktijken veroordeeld waaraan de kerk zich in het verleden heeft schuldig gemaakt, zoals de discriminatie en vervolging van de joden, de steun aan de slavenhandel en het bloeddorstig optreden van de Inquisitie. Maar nooit eerder had hij de hele kerk gevraagd om 'op eigen initiatief' een totale herziening uit te voeren van 'de donkere kanten van haar geschiedenis'.

'Hoe kunnen we zwijgen', schrijft de paus, 'over zoveel vormen van geweld die ook in naam van het geloof zijn begaan, zoals de godsdienstoorlogen, de tribunalen van de Inquisitie en andere vormen van mensenrechtenschendingen.' Zoals de bloedbaden die de conquistadores van Latijns-Amerika in naam van het kruis aanrichtten, de culturele ontworteling van de bekeerde volken in de koloniën, de steun aan fascistische regimes.

De paus suggereert zelfs dat de oude kerkelijke terreur een voorloper is van moderne terreurpraktijken: 'Het is veelbetekenend dat dwangmethodes die de mensenrechten schenden, daarna zijn toegepast door de totalitaire ideologieën van de twintigste eeuw en nog altijd worden gebruikt door de islam-fundamentalisten.' Commentatoren verbazen zich over deze onthutsend franke uitspraak.

De paus betreurt opnieuw de kerkelijke veroordeling van Galilei, die een kloof veroorzaakte tussen geloof en wetenschap. Hij voegt daaraan toe: 'Door een aandachtige blik te werpen op de geschiedenis van het tweede millennium, kunnen we misschien soortgelijke vergissingen, of ook schuldige fouten, aan het licht brengen ten aanzien van de terechte autonomie van de wetenschappen.'

De paus neemt bij voorbaat degenen die een erkenning van schuld gevaarlijk voor de kerk vinden, de wind uit de zeilen. Hij schrijft dat de heilige kerk ook een kerk van zondaars is. Een openbaar mea culpa zal haar morele prestige niet schaden, integendeel, 'ze zal er versterkt uit tevoorschijn komen, omdat ze getuigt van trouw en moed in het erkennen van fouten die begaan zijn door haar eigen mensen en, in zekere zin, in haar naam.'

Meer over