Interview

Paul van Tongeren nieuwe Denker des Vaderlands: ‘Het lijkt alsof er grotere eenstemmigheid is dan ooit’

Filosoof Paul van Tongeren wordt de nieuwe Denker des Vaderlands. Hij pleit ervoor de vluchtige wereld wat vaker van een afstand te beschouwen. ‘Dat gaat niet als presentatoren al op de klok kijken wanneer je begint te spreken.’

Paul van Tongeren, filosoof en theoloog gespecialiseerd in ethiek, wordt de nieuwe Denker des Vaderlands. Beeld Hollandse Hoogte / Jeroen van Loon
Paul van Tongeren, filosoof en theoloog gespecialiseerd in ethiek, wordt de nieuwe Denker des Vaderlands.Beeld Hollandse Hoogte / Jeroen van Loon

Sinds 2011 belichaamt een Denker des Vaderlands de stem van de filosofie in het publieke debat. Een officiële taakomschrijving is er niet. De vijf voorgaande Denkers mengden zich – als uithangbord van de rede – veelvuldig in de Nederlandse media, om zo filosofie voor een breder publiek aantrekkelijk te maken.

Paul van Tongeren (70) zet zich nog langer al in om de andere 17 miljoen denkers in Nederland tot filosoferen te bewegen. Decennialang was hij hoogleraar wijsgerige ethiek, een onderzoeksgebied over de praktische invulling van filosofische theorieën. In 2013 won hij met zijn boek Leven is een kunst de Socratesbeker voor het ‘meest urgente, oorspronkelijke en prikkelende Nederlandstalige filosofieboek’.

Om het jaar wordt een nieuwe Denker des Vaderlands gekozen. Van Tongeren begint in april – steevast de Maand van de Filosofie.

U werd al in de zomer van vorig jaar gevraagd of u de nieuwe Denker des Vaderlands wilde worden. Wat dacht u op dat moment?

Van Tongeren: ‘Ik was werkelijk verbaasd. Vroeger heb ik de mogelijkheid wel onder ogen gezien, maar de afgelopen jaren had ik er niet meer aan gedacht. Ik heb het voorstel een week overwogen, maar heb toen gedacht: waarom ook niet? Ik ben inmiddels vijf jaar met pensioen. Als ik nog volop in functie was, had ik dit waarschijnlijk niet kunnen doen.’

Wat doet een filosoof als hij met pensioen is?

‘Eigenlijk ben ik nog op dezelfde manier werkzaam als voorheen. Lezen, schrijven en spreken: dat doe ik nog steeds volop. Maar ik hoef geen colleges meer te geven en geen tentamens meer na te kijken. Soms val ik in of geef ik cursussen, maar regulier onderwijs geef ik niet meer.

‘Het is ideaal: ik kan mijn werk zelf indelen. Ik schrijf artikelen en boeken. Dit is de mooiste fase van je leven – het enige nadeel is dat het de laatste is.’

Twee weken geleden publiceerde de nieuwe Denker alvast anoniem een essay in de Volkskrant met de titel ‘Waarom we een stap terug moeten doen in het coronadebat’. Lezers konden raden uit wiens pen het betoog kwam – vijf inzenders herkenden Van Tongeren in de tekst.

In dat essay pleitte u ervoor om de coronacrisis van een afstand te beschouwen. Kunt u dat ook al met de verkiezingsuitslag?

‘Ik weet niet of ik het meteen kan, maar ik improviseer even. Je eerste reactie is bijvoorbeeld: wat verschrikkelijk dat links helemaal verschrompeld is of wat erg dat rechts zo sterk wordt. Voor andere mensen is dat misschien juist andersom.

‘Maar als je van een afstand kijkt, zie je dat dat verschrompelen en groot worden in zekere zin wel meevalt. Je zou kunnen zeggen: we hebben twee flankjes in het politieke spectrum, met vijfentwintig zetels op links en vijfentwintig op rechts. Die massa in het midden valt dan ineens veel meer op. Honderd van de honderdvijftig Kamerleden zijn het in grote lijnen met elkaar eens.

‘De volgende vraag die dan opkomt: hoe kan het dat de Nederlandse bevolking, in deze tijden van conflicten en versplintering, eigenlijk als één stem gekozen heeft? Het lijkt alsof er een grotere eenstemmigheid is dan ooit.

‘En waar komt die eensgezindheid dan vandaan? Het ligt voor de hand om aan corona te denken, als een gemeenschappelijke vijand van het volk. Onder dreiging van zo’n extreem gevaar voegt een groep zich bijeen.’

In aanloop naar de verkiezingen schreef Esma Linnemann in een essay in Volkskrant Magazine juist dat we vooral op gevoel stemmen: het idee van de ‘weldenkende, op de inhoud gerichte kiezer’ wordt al jaren onderuit gehaald.

‘Dat zou hier goed bij kunnen passen. Als mijn suggesties kloppen, dan ben ik ervan overtuigd dat veel mensen onbewust gestuurd zijn door een gevoel van angst voor deze vijand. Zij komen dan uit bij degenen die tot nu de zaak onder controle hebben gehouden, de huidige regering.

Hoe verhoudt het afstand nemen zich tot maatschappelijk engagement, toch een belangrijke taak van de Denker des Vaderlands?

‘Ik ben helemaal niet tegen een of ander engagement. Het is heel belangrijk dat mensen standpunten innemen en voor een zaak strijden. Maar als dat het enige is wat je doet, krijg je nooit een overzicht van het strijdveld. Dan zie je nooit je vooronderstellingen van waaruit je een standpunt inneemt.

‘Neem bijvoorbeeld het activisme rond corona. Daar zie je een groot ongeduld van beide kanten, zowel van voor- als van tegenstanders van de maatregelen. Je kunt dus gaan nadenken over dat ongeduld. Hangt dat samen met andere trekken van de cultuur?

‘Dat soort gedachten kun je niet onmiddellijk vertalen in actie, maar zijn wel van belang om het engagement meer diepgang te geven. Het wordt gemakkelijk misverstaan als een hautaine, vrijblijvende opstelling. Maar het is nodig naast het algemene engagement. Het is ook een vorm van engagement als je niet als partij in het debat gaat staan, maar het debat als geheel beschouwt.’

Uw voorganger Daan Roovers (Denker van 2019 tot 2021) schreef regelmatig in kranten, René Gude (2013 tot 2015) schoof juist regelmatig aan bij De Wereld Draait Door. Heeft u al een podium op het oog?

‘Als ik die twee voorbeelden neem, kijk ik liever naar kranten dan naar een De Wereld Draait Door. Ik zit niet te wachten op optredens in dat soort media, waar je even aan een tafel mag zitten om in twee of drie minuten een punt naar voren te brengen. In die context kun je geen beschouwing proberen te ontwikkelen.

‘Daarom denk ik eerder aan een krant, waarbij je kunt nadenken over wat je schrijft. In sommige radio- en televisieprogramma’s kan dat ook. Maar je moet toch minstens vijftien minuten hebben om samen na te denken.

‘Ik wil heel graag op alle podia komen, maar het moet me wel toegestaan worden om na te denken wanneer ik spreek. Dat gaat niet als presentatoren al op de klok kijken wanneer je begint te spreken.’

Meer over