Column

Paul Brill: 'Teheran is blij met een halfdode mus'

Stelt de conferentie van de niet-gebonden landen nog wel iets voor? Van het aanzien is nog weinig over en grote persoonlijkheden met een visie zijn er schaars, zegt Paul Brill.

OPINIE - Paul Brill
De president van Iran Mahmoud Ahmadinejad. Beeld epa
De president van Iran Mahmoud Ahmadinejad.Beeld epa

Op het eerste gezicht is de conferentie van de niet-gebonden landen, die zich de afgelopen dagen afspeelde in Teheran, een mooie opsteker voor het Iraanse bewind. De aanwezigheid van zo'n 120 delegaties plus diverse waarnemers logenstrafte westerse beweringen dat Iran onder druk van de sancties in een isolement is beland.

Op de gastenlijst stonden twee bijzondere namen: die van VN-chef Ban Ki-moon en de Egyptische president Mohamed Morsi. Ban had de uitnodiging voor het bijwonen van de conferentie aanvaard ondanks dringende Amerikaanse en Israëlische verzoeken om Teheran te mijden. En met de komst van Morsi werd een streep gezet onder een lange periode waarin Egypte en Iran praktisch niet on speaking terms waren.

Formidabel
Maar stelt het allemaal wel iets voor? Bij een van de tv-reportages over de conferentie zag ik beelden voorbijkomen uit de beginperiode van de niet-gebonden beweging (NAM, non-aligned movement). Met Nehru van India, Nasser van Egypte, Soekarno van Indonesië (met kenmerkende laatdunkendheid hangend in zijn stoel) en Tito van Joegoslavië. Een formidabel gezelschap, dat in westerse hoofdsteden met argusogen werd gevolgd. Want hun samenwerkingsverband heette dan wel ongebonden te zijn, maar het stond per saldo toch kritischer tegenover het Westen en in het bijzonder de Verenigde Staten dan tegenover de Sovjet-Unie. En het vertegenwoordigde ruim de helft van de wereldbevolking.

Van dit aanzien is weinig over. De eenheid was altijd al broos en liep in 1979 onherstelbare schade op door de Sovjet-inval in Afghanistan. Met het einde van de Koude Oorlog verschrompelde ook de betekenis van een tussenpositie op het wereldtoneel. Kenmerkend is de heroriëntatie van India, dat zelf een grootmacht is geworden en op strategische gronden - lees: vanwege de wedijver met China - toenadering heeft gezocht tot Washington.

Machtsblok
Joegoslavië bestaat niet meer. Van het BRIC-kwartet (Brazilië, Rusland, India en China), dat opgeld doet als een nieuw economisch machtsblok, is alleen India lid van de NAM.

Grote persoonlijkheden met visie zijn schaars. Een aantal Arabische coryfeeën is van het toneel verdwenen, Morsi moet nog laten zien wat hij waard is. De Indonesische president Yudhoyono staat bekend als een notoire underperformer. In Afrika valt geen nieuwe Nkrumah of Nyerere te bekennen - de Ethiopische premier Meles Zenawi kwam misschien nog het dichtst in de buurt, maar die is net overleden.

President Chávez van Venezuela is natuurlijk een kleurrijk figuur, maar hij bevindt zich toch te veel in de politieke periferie om een voortrekkersrol te kunnen spelen. Een niet-westerse leider die wel kan bogen op internationale uitstraling is premier Erdogan van Turkije, dat evenwel niet is aangesloten bij de NAM (want lid van de NAVO).

Meewarigheid
Kortom, er is alle reden voor de lichte meewarigheid waarmee de niet-gebonden beweging deze week in Time wordt getypeerd als 'old kid on the bloc'. Een oudere jongere waaraan de Iraanse machthebbers ook weinig echt plezier kunnen hebben beleefd. Want de twee eregasten op de NAM-conferentie, Ban en Morsi, hadden allebei een onaangename verrassing in petto.

In zijn toespraak kapittelde Ban de Iraanse leiders in heldere bewoordingen voor het dreigen met de vernietiging van de staat Israël en voor de stelselmatige ontkenning van de Holocaust. Ook deed hij een dringend beroep op Teheran om gehoor te geven aan de VN-resoluties die stopzetting van het verrijken van uranium eisen. Op zijn beurt sprak Morsi steun uit voor de Syrische oppositie en noemde de regering van president Assad een 'onderdrukkend regime' dat dient te verdwijnen.

Iran werpt zich juist op als hoeder van dat regime en belegde drie weken geleden een speciale Syrië-conferentie met het doel de oppositie de wind uit de zeilen te nemen en Assad een steuntje in de rug te geven. Ook dat initiatief viel plat doordat met name Saoedi-Arabië en Turkije niet thuis gaven.

Netto-resultaat van dit alles: een 'kort feelgoodmoment voor de mullahs', aldus Aaron David Miller in Foreign Policy. Syrië blijft een hoofdpijndossier voor Teheran.

Dat wil niet zeggen dat andere krachten er veel meer greep op hebben. Elke invloed van buiten is beperkt. In het geval van de VS wordt dat gezien als een bewijs van prestigeverlies. Daarvan is inderdaad sprake, maar laten we niet vergeten dat de Amerikaanse macht nooit bergen heeft kunnen verzetten in het Midden-Oosten. Af en toe gaat er een window of opportuniy open, zoals na de pro-westerse ommezwaai van Sadat en na de eerste Golfoorlog. Maar sterke tegenwind is de normale politieke toestand. Waarbij geldt dat vrede en vooruitgang door buitenstaanders niet vuriger kunnen worden gewenst dan door de vele strijdende partijen in de regio zelf.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.

undefined

Meer over