Column

Paul Brill: 'Soms oogt de wereld ouderwets bipolair'

De multipolaire wereld is een schijngestalte, schrijft Paul Brill in zijn wekelijkse column voor de Volkskrant.

De Berlijnse Muur. Beeld anp
De Berlijnse Muur.Beeld anp

Lees een tijdschriftartikel over de internationale constellatie of volg een symposium over de toestand van de wereld en je kunt er vergif op innemen dat binnen de kortste keren de term 'multipolair' valt. Het mondiale bestel vertoont sinds een jaar of tien een multipolaire aanblik, zo luidt de communis opinio. Een duidelijke breuk met het bipolaire tijdperk van de Koude Oorlog, dat werd gedomineerd door de tegenstelling tussen Oost (hoofdkantoor: Moskou) en West (hoofdkantoor: Washington).

Daarop volgde een korte periode waarin er slechts één heuse supermacht was: de Verenigde Staten. Maar door binnenlandse polarisatie en buitenlandse overstretch boetten de VS in aan kracht, terwijl nieuwe mogendheden juist de weg omhoog vonden - de rise of the rest, zoals Fareed Zakaria het noemde. Er ontstonden meerdere machtscentra, niet allemaal op elk gebied even sterk, maar wel stuk voor stuk een factor van belang op het internationale toneel. Voilà: de multipolaire wereld.

Op het eerste gezicht is dit een correcte, toepasselijke term. Zo zeer dat deze zelfs in Washington niet langer taboe is, al schuurt de achterliggende gedachte met de notie van de unieke lotsbestemming waarop Amerika zich graag mag beroepen.

Nieuwe mondiale orde
Maar er rijzen wel een paar vragen. Is de term op het tweede gezicht ook nog zo toepasselijk? Hebben we hier te maken met een volstrekt nieuwe mondiale orde, zoals nogal eens wordt gesuggereerd? En is die orde, als ze zo al mag worden genoemd, wel de zegening voor de mensheid die zo'n bestel in het verleden impliciet is toegedicht?

Om met de tweede vraag te beginnen: in feite is de wereld natuurlijk eeuwenlang multipolair geweest, al waren er periodes waarin één mogendheid duidelijk de overhand had en al was het internationale (strijd)toneel een stuk kleiner. In de negentiende eeuw was er zelfs langdurig sprake van een gereglementeerd multipolair bestel, dat zijn eerste vorm kreeg op het Congres van Wenen (1814-'15) en met de door het Congres van Berlijn (1878) gemaakte aanpassingen voortduurde tot 1914.

Omdat dit jaar het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 wordt herdacht, verschijnen er nogal wat artikelen waarin de aanloop naar die oorlog wordt vergeleken met het huidige internationale bestel. Die vergelijking is bepaald niet altijd geruststellend. Er zijn 'veel oncomfortabele parallellen', betoogde Cambridge-historicus Richard Evans vorige week in de New Statesman. Een sterk opkomende mogendheid met een nationalistische agenda (Duitsland toen, China nu). Een buitengewoon instabiele regio waar het ontploffingsgevaar groot is (de Balkan toen, het Midden-Oosten nu). Duidelijke ideologische verschillen tussen landen met democratische stelsels en landen waar de vrijheid verkommert.

Substantiële verschillen
Gelukkig zijn er ook substantiële verschillen. Het belangrijkste: de wereld van vandaag kent een veel grotere mate van interdependentie. Verder: geweld en oorlog worden veel minder 'normaal' gevonden (al zou je dat soms niet zeggen). En door het bestaan van diverse internationale overlegorganen en door veel betere communicatiemiddelen is de kans op misverstanden en onbedoelde escalaties een stuk kleiner geworden.

Maar met meer dan 100.000 doden in Syrië, met gevaarlijke territoriale conflicten in Oost-Azië, met een oplopende reeks half of heel mislukte staten kan moeilijk worden gezegd dat onze multipolaire wereld er beduidend vreedzamer en stabieler voorstaat dan de bipolaire wereld van vijftig jaar geleden.

Hoofdrolspeler
Dan de vraag hoe multipolair het huidige mondiale bestel eigenlijk wel is. China is onmiskenbaar een hoofdrolspeler geworden, maar andere opkomende mogendheden nemen vooralsnog een veel bescheidener plaats in op het toneel. Brazilië is eigenlijk alleen een regionale grootmacht. Zuid-Afrika en Turkije kampen met grote interne problemen. India is wel een economische reus, maar eentje met een kleine politieke voetafdruk. In zekere zin geldt hetzelfde voor de Europese Unie. Rusland is een gevestigde nucleaire macht en belangrijke energieleverancier, maar het politieke systeem is vergaand verrot en het land mist ten ene male het elan van China.

Er komt nog iets bij. Kijk naar de belangrijkste internationale crises en er zijn twee vaste kampen te onderscheiden: de VS en Europa met nog een paar bondgenoten aan de ene kant, Rusland en China aan de andere kant. Dat geldt voor het Syrische drama, voor de Iraanse nucleaire kwestie en eigenlijk in het algemeen voor de opstelling tegenover wangedrag van tirannieke regimes. Dan oogt de wereld ouderwets bipolair.

Paul Brill is buitenland- commentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over