Column

Paul Brill: 'Pas op voor heroïek van ayatollah Khamenei'

De 'Arabische Lente', waarvan de ayatollahs zulke hoge verwachtingen hadden, is verschrompeld en heeft Iran geen enkel politiek of psychologisch voordeel gebracht, schrijft buitenlandcommentator voor de Volkskrant Paul Brill.

Ayatollah Ali Khamenei Beeld ap
Ayatollah Ali KhameneiBeeld ap

De glijpartij van Barack Obama op het gladde Syrische ijs heeft aanleiding gegeven tot veel gesomber over afnemend Amerikaans - en westers - prestige in de wereld. Ook wie meende dat het diplomatieke resultaat zo slecht nog niet is en dat de weg naar Damascus nu eenmaal langs Moskou loopt, kon moeilijk volhouden dat het westerse antwoord op het gebruik van chemische wapens door het regime van president Assad een toonbeeld van standvastigheid was. Dat de kleerscheuren beperkt bleven, was meer geluk dan wijsheid. En het was Vladimir Poetin die zich erop kon beroemen dat hij het geluk had afgedwongen.

Velen zien dit niet als een incident, maar als een teken aan de wand. Of het nu komt door gebrek aan wilskracht of door de economische malheur of door de politieke verlamming in veel hoofdsteden of door nog iets anders, het Westen legt domweg minder gewicht in de internationale schaal dan in het verleden. Veelzeggend is de cover van The Economist van een week geleden: een leeuw met een verband om zijn poot, staand naast een potje waarin zijn (kunst)gebit ligt. Met het opschrift: The weakened West.

Het valt natuurlijk moeilijk te ontkennen dat er sprake is van westers machtsverlies. De regering-Obama had allicht vaardiger kunnen opereren in het geval van Syrië, maar met angstvallige bondgenoten en een onwillig thuisfront had ze overwegend zwakke kaarten in handen. Die structurele zwakte had zich op een andere manier al gemanifesteerd in Egypte. Toen hoge diplomaten uit Washington er bij de legertop op aandrongen om geen grof geweld te gebruiken tegen de protestmanifestaties van de Moslimbroederschap, kregen ze nul op het rekest - want Saoedi-Arabië, dat juist wel een resoluut optreden wenste, liet weten dat dit zou worden beloond met een financiële handreiking die de Amerikaanse steun verre zou overtreffen.

Bedreigde diersoort
Maar er is ook weer geen reden om het Westen tot een bedreigde diersoort uit te roepen en over te gaan tot collectief zelfbeklag. Het toeval wilde dat dezelfde Economist met die tandenloze leeuw ook een saillant artikel bevatte over de toptien van ondernemingen met de meeste marktwaarde in de wereld, vergeleken met die van vier jaar geleden. Werd de lijst in 2009 nog gedomineerd door Chinese (staats)bedrijven en het Braziliaanse Petrobas, anno 2013 bezetten Amerikaanse ondernemingen weer de eerste negen plaatsen. Nu zegt marktwaarde ook niet alles, maar de Amerikaanse comeback is toch frappant - en in elk geval geen teken van zwakte.

Enige relativering van alle zorgen is ook gepast als het gaat om de geopolitieke verhoudingen. Natuurlijk is er voor het Westen geen gebrek aan bedreigingen en ongunstige situaties in diverse crisisgebieden. Maar vanuit de andere kant gezien oogt het wereldtoneel ook niet altijd als een veld waar de oogst rustig ligt te rijpen.

Geen enkel politiek of psychologisch voordeel
Laten we ons eens proberen voor te stellen welke aanblik het Midden-Oosten toont aan de Iraanse leiders. Hun oogpunt kan onmogelijk een rozig, bemoedigend beeld opleveren. De 'Arabische Lente', waarvan de ayatollahs zulke hoge verwachtingen hadden, is verschrompeld en heeft Iran geen enkel politiek of psychologisch voordeel gebracht. De hoop dat er na de val van Mubarak een soort alliantie met Egypte zou kunnen groeien, is vervlogen. De vriendschappelijke relatie met Turkije is sterk bekoeld. De burgeroorlog in Syrië bedreigt het directe verkeer met Libanon, waar Hezbollah hét Iraanse machtsinstrument tegen Israël vormt. Vandaar dat zowel Iraanse revolutionaire gardisten als Hezbollah-strijders het regime-Assad te hulp zijn geschoten. Tenslotte zijn er de internationale sancties die, ondanks smokkelroutes en mazen in het net, geleidelijk een zware beproeving vormen voor het land en ook de algehele weerbaarheid ondermijnen.

Het jongste nummer van The New Yorker bevat een fascinerend portret van generaal Qassem Suleimani, commandant van de elitetroepen van de Revolutionaire Garde, vertrouweling van geestelijk leider Ali Khamenei en na hem misschien wel de machtigste man van Iran. Het portret laat zien welke grootse opdracht Suleimani zich met Khamenei's zegen heeft gesteld en waarvoor hij heeft gemoord, afgeperst, omgekocht en soms ook met de duivel gepacteerd: de vestiging van een groot sjiitisch machtsblok, dat reikt van de Golf van Oman en de Kaspische Zee tot de Middellandse Zee.

Dat Khamenei thans 'heroïsche flexibiliteit' voorstaat, komt doordat het grote sjiitische project gevaar loopt, niet omdat hij op een dag is ontwaakt met de gedachte: het Westen heeft toch ook zijn aardige kanten en laten we eens voor de verandering een toeschietelijker toon aanslaan. Zoals hij het zelf zei in een recente toespraak tot hoge commandanten van de Revolutionaire Garde: 'Een worstelaar kan soms flexibiliteit tonen, maar hij vergeet niet wie zijn tegenstander is en wat hij wil bereiken.'

Dat wil niet zeggen dat de opening die nu wordt geboden, door het Westen net zo goed kan worden genegeerd. Wie weet staat Iran zwak genoeg om inderdaad een forse stap terug te willen doen. Maar het is goed om te blijven bedenken wat voor de leiders in Teheran de ware heroïek is.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant.

undefined

Meer over