Column

Paul Brill: 'Geldnood dwingt VS tot kleinere strijdmacht'

Washington zal de komende jaren scherpe prioriteiten moeten gaan stellen. Amerikaanse steun aan Europa is niet langer een automatisme, schrijft Paul Brill.

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Op weg naar Brussel voor een aantal achtergrondgesprekken in het NAVO-hoofdkwartier las ik in het tijdschrift Foreign Affairs een opmerkelijk artikel over de cruciale beslissingen waarvoor het Pentagon komt te staan. Er moet namelijk in de komende tien jaar tenminste 500 miljard dollar worden bezuinigd. Dat is een vijf met elf nullen.

Buitensporig royale salarissen
Cindy Williams, die aan het hoofd staat van de afdeling veiligheidsstudies van het Massachusetts Institute of Technology, rekent voor dat de schade die dit dreigt toe te brengen aan de algehele weerbaarheid van de Amerikaanse strijdkrachten, alleen binnen de perken kan blijven als de momenteel buitensporig royale salarissen en vooral ook ziektekostendekkingen voor militairen worden teruggeschroefd.

Of dat zal lukken, is zeer de vraag. Verenigingen van militairen en veteranen vormen een invloedrijke lobby in Washington. Democraten noch Republikeinen willen het odium op zich laden dat zij de mannen en vrouwen in uniform in de kou laten staan. Maar zelfs als die weerstand kan worden gebroken, zullen met name de landmacht en het korps mariniers hun personele omvang met zo'n 15 procent moeten verkleinen, aldus Williams.

Ook zal pas op de plaats moeten worden gemaakt met nieuwe wapensystemen. Door het Witte Huis en het Pentagon is Oost-Azië immers tot strategisch speerpunt (pivot) uitgeroepen, en dat betekent onherroepelijk dat de marine moet worden versterkt. Want de machtsontplooiing in dat deel van de wereld heeft vooral een maritieme inslag.

Tweederangs militaire mogendheid
Dit alles betekent natuurlijk niet dat de Verenigde Staten wegzakken naar de status van een tweederangs militaire mogendheid. Het budget van het Pentagon blijft groter dan de defensiebegrotingen van China en Rusland tesamen (al is er de verdenking dat de Chinezen meer investeren in hun militaire opbouw dan blijkt uit de officiële cijfers).

Maar het lijdt geen twijfel dat er in het komende decennium scherpere prioriteiten moeten worden gesteld in Washington. Ongeacht of er een Democraat of een Republikein zetelt in het Witte Huis.

Williams' analyse vormt een nuttig klankbord voor een rondgang in het NAVO-hoofdkwartier. Bijvoorbeeld als een Amerikaanse functionaris zich laat ontvallen: 'Ik zou me als Europeaan behoorlijk zorgen maken over het feit dat de zorg voor de eigen veiligheid nog steeds zo vergaand in handen van de VS is gelegd.'

Diplomatieke discretie
Dit is niet wat je te horen krijgt van officiële woordvoerders. Dan overheerst nog altijd de diplomatieke discretie: ja, de reductie van de defensie-uitgaven in bijna alle lidstaten vormt een serieus probleem, de discrepantie tussen de Amerikaanse bijdrage en die van de Europeanen is te groot, maar de verdragsorganisatie is alive and kicking, ze heeft een expertise en een commandostructuur te bieden die hun weerga niet hebben, sterker: als de NAVO niet bestond, zou ze als de bliksem moeten worden uitgevonden.

In Europa lijkt men ervan uit te gaan dat die laatste overweging wel altijd zal prevaleren voor de Amerikanen. Er wordt van Amerikaanse zijde immers al zo lang geklaagd over Europese gemakzucht op veiligheidsgebied.

Washington heeft er ook een treffende frase voor: Europa zou allang de rol van security provider op zich moeten nemen in plaats van security consumer. In theorie vindt menig Europeaan dat misschien ook wel, maar in de praktijk zijn er steeds weer andere noden die de voorrang krijgen. Ten dele in de overtuiging dat het met het Amerikaanse misnoegen wel los zal lopen, deels ook in de hoop dat Europa voldoende weerbaarheid heeft met de soft power die het zichzelf toedicht.

Bedrogen
Ik denk dat we op beide punten bedrogen zullen uitkomen. Zeker, Washington zal Europa niet snel de rug toekeren, maar onder financiële druk moeten er nu keuzes worden gemaakt die voor de bondgenoten heuse consequenties hebben. Al in Libië is gebleken dat de VS geen leidende rol ambieren in conflictsituaties die in de eerste plaats Europa raken.

Tegelijk hebben de interventies in zowel Libië als Mali uitgewezen dat het de Europeanen ontbreekt aan essentiële militaire middelen om zoiets op eigen kracht te volvoeren. En op de keper beschouwd waren/zijn dat geen loodzware operaties.

Helaas kunnen we er niet van uitgaan dat zulke militaire uitdagingen in Europa's omgeving zich in de nabije toekomst niet meer zullen voordoen. Zoals het me ook zeer onverstandig lijkt om Russische intimidaties - zie de recente militaire oefening Zapad bij de Baltische staten, waarbij 'herovering van grondgebied' op het programma stond, simpelweg af te doen als spielerei.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.

Meer over