Pathos

Frans Timmermans zei afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer iets over antisemitisme. Het ging over demonen, moslims en zigeuners die de schuld van de crisis krijgen, en dat Europese politici moeten zeggen dat ze tegen antisemitisme, racisme en islamofobie zijn. Lieve clichés, die je alom hoort. Het is pas nieuws als een politicus zich waarderend over pogroms uitlaat. Maar in de Kamer roffelden ze op de bankjes, het geïmponeerde Journaal zond het toespraakje integraal uit, en nog lang daarna kon je de mensen 'wat was-ie goed hè?' tegen elkaar horen zeggen.

Van Eugène Sutorius - strafrechtjurist, oud-rechter, retorica-expert en redenaar die zijn publiek kan betoveren - heb ik geleerd dat je best clichés of onzin in een redevoering kunt stoppen als je de zaak maar overtuigend presenteert. Ethos en pathos: minstens zo belangrijk als logos, tot in de rechtszaal aan toe.

Ze zeggen dat Nederlandse politici dat niet kunnen en Amerikaanse wel. Barack Obama bij de dood van Nelson Mandela: tranen. Ronald Reagan met z'n 'Mister Gorbatsjov, tear down this wall': kippevel. Jan Peter Balkenende en de voc-mentaliteit: uit gêne met een zak over je hoofd de straat op.

Timmermans kan het wel. Een van de beste politieke speeches uit Nederland sprak Timmermans vorig jaar uit op de Google Zeitgeistconferentie. De inhoud, een vergelijking tussen de Europese Unie en de wereld van Game of Thrones, slaat als een tang op een varken en hij had net zo goed Harry Potter kunnen nemen of Pride and Prejudice met Jeroen Dijsselbloem in de rol van Mr. Darcy, maar door de schijnbare moeiteloosheid en de woordkeuze werd het een hit.

Wie het ook kan: Lodewijk Asscher. Zó charmant dat pas uren later het besef indaalt dat je een paar vingers mist, of een paar Bulgaren.

undefined

Meer over