Pastorale zorg nodig voor veteranen met zielenpijn

De mens is niet geneigd tot vrede en daarom bezonnen de Samen op Weg-kerken zich in hun dienstencentrum over geweld....

Van onze verslaggever Sander van Walsum

Nu de oorlog op het punt van uitbreken staat, past de kerk slechts bescheidenheid. Voor haar is vooralsnog geen rol van betekenis meer weggelegd. Dus doet zij er verstandig aan zich te bezinnen op . . . geweld.

Niet op vrede? Nee, zegt de Tilburgse theoloog en ethicus Fred van Iersel. Want vrede staat verder af van de theologische werkelijkheid dan geweld. En dat was, voor de goede orde, al het geval voordat de Tweede Golfoorlog zich had aangekondigd. Maar de mens heeft in zijn grenzeloze zelfoverschatting de vrede ooit tot 'de normale toestand' verklaard. 'We menen ethisch hoogstaande mensen te zijn en houden ons bij voorkeur verre van geweld en geweldplegers - alsof zij tot een andere orde behoren.'

Met deze houding komen wij niet ver in tijden van oorlog, denkt Van Iersel. Beter is het om 'het Boek Apocalyps' - ofwel: de Openbaring van Johannes, het laatste boek van het Nieuwe Testament - te lezen. Daarin komen de relevante vragen aan de orde. Zoals: 'Wat openbaart ons het geweld? Wat openbaart ons onze eigen gewelddadigheid?' Want vergis u niet: de mens is van nature niet tot vrede geneigd.

De katholiek Van Iersel sprak deze woorden dinsdagmiddag in het dienstencentrum van de SoW-kerken in Utrecht bij de presentatie van de brochure De Geur van Oorlog - wenken voor de pastorale zorg voor militairen die bij vredesmissies zijn betrokken.

Dat deze gebeurtenis samenviel met dag 1 van het ultimatum aan Irak, berust op toeval. Een ongelukkig toeval. Want de inleidende spreker, luitenant-generaal Ad van Baal, had zich in verband met 'de toestand' te elfder ure moeten afmelden. Zijn afwezigheid werd niet gecompenseerd door een hoge opkomst onder de doelgroep van de brochure - predikanten en pastores. Ook dat was spijtig. Want het lot van de veteraan verdient pastorale aandacht.

Toen Arjen Velema, de preses van de legerpredikanten, met zijn loopbaan begon, golden oud-militairen - eertijds overwegend Indië-gangers - als 'narrig, wrokkig en vervelend'. Hun onthaal door dienaren van de kerk was daar niet vreemd aan, weet Velema nu. 'Bij thuiskomst vroeg de pastoor: ben je kuis gebleven? De predikant wilde weten of zij ook mensen hadden doodgeschoten. Voeg daar de onverschilligheid en de vijandigheid van het thuisfront aan toe en je begrijpt hun narrigheid.'

De laatste lichtingen veteranen zijn nauwelijks welwillender onthaald, zegt legerpredikant Wim in 't Hout. 'Zij werden uitgezwaaid als redders, en ingehaald als lafaards, of erger.' Het pacifistisch sentiment van de Nederlandse bevolking treft als vanouds militairen die zouden hebben gefaald.

Falen doe je snel in de postmoderne perceptie, meent Van Iersel. De militair wordt niet alleen afgerekend op zijn vakbekwaamheid, maar ook op zijn ethische en politieke sensitiviteit.

Deze veeleisendheid heeft onder de 150 duizend veteranen al veel zielenpijn veroorzaakt. Die les moet, zegt Van Iersel, ter harte worden genomen als straks militairen Irak gaan helpen bij de wederopbouw.

Meer over