Passie voor Passie

Wat is dat toch dat in ons lostrilt zodra we zingen over de grote dingen in het leven? ‘Het roept een geluksgevoel op, zelfs als je moet huilen.’ Door Pay-Uun Hiu..

Ze zien eruit als vamps. Ze kunnen zingen en swingen als beesten. Maar kijk je op de site van RTL 4 waar de nummers 1 en 2 van Idols 2008 hun inspiratie uit putten, dan wijzen ze devoot naar God als hun dagelijkse krachtbron. De uiteindelijke winnares, Nikki Kerkhof uit Sint Oedenrode, kwam daar in de finale op 1 maart ook rond voor uit en bezong samen met haar black gospelkoor Inside Out de geest van de Heer met uitbundige relipop en spetterend vocaal vuur. Niks seks en drugs en rock ’n’ roll. Bless the Lord, halleluja!

Jurylid Gordon, gevreesd en geliefd om zijn observaties direct vanuit de onderbuik, kreeg er een ‘EO Jongerendaggevoel’ van. ‘Ik denk dat je hiermee voor een groot deel van Nederland de plank flink hebt misgeslagen’, zei hij.

Dat zou hem nog wel eens tegen kunnen vallen: er wordt in Nederland veel en graag gezongen voor de Heer. Niet alleen door EO-jongeren, maar ook in de talloze andere gospelkoren, oratoriumverenigingen en kerkkoren. En helemaal nu in de paastijd de niet-kerkelijke toonkunstkoren, beroepskoren en solisten zich weer opmaken voor de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus- en de Johannes Passion, met als esthetisch ijkpunt de Matthäus op Goede Vrijdag in de Grote Kerk van Naarden.

De passie voor de Passie is groot, ook bij degenen die meer in Bach geloven dan in God. Hoewel dat onderscheid vervaagt naarmate er een groter deel van de kruisweg is afgelegd. Het opmerkelijke is, hoe vaker je het ritueel meemaakt, hoe sneller de tranen komen. Eigenlijk voel je het al schrijnen als die bedrieglijk zacht wiegende twaalfachtste maat van het beginkoor inzet, en als het even meezit, is het bij de aria ‘Blute nur’ al mis. Als je dan nog als niet al te zeer getrainde amateur meezingt, zoals bij de Meezing-Matthäus die tien jaar geleden in het leven werd geroepen, dan is er bij het slotkoor (‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’) vaak geen houden meer aan.

Wat is dat toch dat in ons lostrilt zodra we zingen over de grote dingen in het leven?

‘Het roept een geluksgevoel op’, zegt Tom Sol. ‘Zelfs als je moet huilen.’ De Nederlandse bas-bariton die sinds enkele jaren in Graz woont en daar lesgeeft aan de Universität für Musik und darstellende Kunst, is nu een paar dagen in Groningen voor de Christusrol in de Johannes Passion. Daarna reist hij af naar het zuiden voor de Christus in de Matthäus en dan komt hij terug naar Groningen voor dezelfde partij in dezelfde Passie, maar met een ander koor en orkest. ‘Verdriet is een uiterste in emotie, net als geluk. Het feit dat je zo diep kunt voelen dat je ervan moet huilen, is in feite ook een geluksgevoel.’

Dat zou je, vertaald naar het huidige begrip, passie kunnen noemen. Niet zozeer het lijden, zoals dat in de Passionen letterlijk wordt bedoeld, maar het ten diepst doorvoelen en doorleven van dat wat je overkomt of wilt overbrengen. Alleen is er in het laatste geval een probleem. Wanneer je als zanger zelf tot tranen wordt geroerd door de emotie die je wilt vertolken, krijg je natuurlijk geen noot meer behoorlijk uit je strot.

‘Echte emotie op het toneel is heel gevaarlijk’, is de ervaring van Sol. Hij maakte het mee tijdens de laatste voorstelling in een reeks opvoeringen van The Eight Songs of a Mad King van Peter Maxwell Davies. Hij liet zich meeslepen door de euforie en spanning, en aan het slot stond hij te janken op het podium. ‘Op het moment zelf was ik dolgelukkig. Het was gelukt, ik had alles gegeven. Maar op de video zag het er gewoon stom uit. Je ziet dat ik eruit stap en privé word.’

Passie is een voorwaarde voor elke vorm van kunst. Zelfs de muziekcriticus Eduard Hanslick, notoir tegenstander van muzikaal pathos, schreef dat zonder innerlijke warmte nooit iets groots of iets van schoonheid tot stand is gekomen. De kunst met passie is dat je, zoals Sol het zegt, ‘een evenwicht moet vinden tussen passie als ongebreidelde energie en de beheersing ervan.’ En dat evenwicht luistert nauw bij zangers.

‘Er is niets wat zo ongelofelijk reflecteert wat er in je gebeurt als je eigen stem’, zegt Ernst-Daniël Smid, zanger en presentator van televisieprogramma Una Voce Particolare, een zangwedstrijd voor amateurzangers op het terrein van opera, operette en musical. Soms met verbluffend talent, maar soms ook met meer passie dan beheersing. ‘Bij Una Voce kom ik veel mensen tegen die gepassioneerd denken te zijn in de aria’s die ze voor ons zingen, maar het is een soort van passie die niet op handwerk is gebaseerd. Je kunt met veel passie proberen je huis te schilderen, maar als je niet weet hoe het moet, wordt het een knoeibende.’

Wat doet een mooie stem je? Wat is het dat je raakt? Zijn het de noten, is het de tekst? Marja Reinders, docent zang en zangtherapie aan het conservatorium van Enschede, vraagt het geregeld aan haar leerlingen en het antwoord is nooit eenduidig. Voor de een is de tekst doorslaggevend, voor de ander de melodie en vaker nog is het de omgeving of de situatie waarin de muziek wordt gehoord. Soms hoeft een stem niet eens mooi te zijn en brengt je eigen stem al meer teweeg dan de beroemdste bas of sopraan.

‘Zingen helpt je je gevoelens te reguleren’, aldus Reinders. ‘Als je geëmotioneerd raakt, gaat je keel dichtzitten. Door je te concentreren op je ademhaling gaat die emotie ‘geleid’ naar buiten.’ Daarbij kan klank op zich ook al veel losmaken, letterlijk in trilling brengen, wat altijd blijkt bij de stemimprovisaties die ze in haar klassen doet. ‘In stilte je stem te laten horen, je plek in te durven nemen, te voelen wat andere stemmen je doen en je daaraan over te geven – dat is een heftige ervaring. Er vloeien tranen bij dit soort sessies. Mensen hebben veel verdriet. Dat komt eruit als je op deze manier aan de slag gaat. Adem is de drager van emotie.’

‘Je opent je ziel als je zingt’, zegt Smid. ‘Als jij zingt, hoe slecht ook, dan laat je mij meekijken in één van de meest emotionele dingen die je kunt doen in je leven: zingen. Dat is het openen van je zenuweinden.’

De professionele zanger doet dat met grote regelmaat en, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, met vakmatige beheersing. ‘Nu huil je nog’, zei de lerares van Tom Sol, mezzosopraan Cora Canne Meijer tijdens een workshop tegen een studente die het zwaar had in Alban Bergs lied Schlafen, schlafen, nichts als schlafen. ‘En je huilt nog 30 keer, maar de 31ste keer ga je het zingen. Dan huil je nog steeds, maar dan kun je het zingen.’

‘Ik had een leerling’, vertelt Reinders – die overigens met haar leerling Karin Hertsenberg ook een winnares aan Una Voce Particolare leverde – ‘en haar vader was boer. Ze zongen altijd samen duetten bij het melken van de koeien. Toen haar vader overleed, wilde ze per se zingen op zijn begrafenis. Maar ze moest steeds zo huilen. Uiteindelijk is het haar gelukt: ze had het lied van te voren zo vaak gezongen dat ze op de begrafenis geen tranen meer over had.’

In feite maakt het dan niet meer uit of je ‘Erbarme dich’ uit de Matthäus zingt of ‘Climb Ev’ry Mountain’ uit The Sound of Music, zoals Idolswinnares Nikki deed als postuum eerbetoon aan haar lerares. Ze raakte er onderbuikgraadmeter Gordon vol mee in het hart (de rest van de zaal trouwens ook) en barstte zelf na afloop in tranen uit.

Het is het moment, maar ook de beheersing, meent Sol, en zelfs, berekening is een te koud woord, noem het rationeel-emotionele overweging. Hij beleefde het in oktober toen zijn begeleidster in Graz werd begraven. De familie had hem gevraagd het muzikale deel te verzorgen en bij het verlaten van de kerk zouden een paar studentes ‘Hebe deine Augen auf’ uit Mendelssohns Elias zingen. Het was een oude Middeleeuwse kerk, boven op een berg, het kerkhof schuin op de helling en vlak naast de kerk stond een gotische kapel. Sol besloot de zangeressen in de kapel op te stellen en ze met de deuren open naar buiten te laten zingen.

‘De mensen stonden buiten, ik stond voor de deur, de zangeressen zongen naar mij toe en door de resonantie van de kapel droegen hun stemmen over het hele dal heen. Een bijna hemels effect. Natuurlijk rollen dan bij driekwart de tranen over de wangen. Ik had kunnen zeggen: het is te kitscherig, we zingen het droog naar beneden. Maar waarom mag op zo’n moment de passie niet even worden uitgebuit? Het helpt mensen om naar die tranen toe te komen.’

Meer over