Pas op zaterdag hangt het lepelrekje

Nog altijd staan de meeste Nederlanders doordeweeks om zeven uur op en gaan ze 's avonds om elf uur naar bed....

Van onze verslaggever

De vroege ochtend en het slechte humeur zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Toch gaan miljoenen Nederlanders dagelijks bij het krieken van de dag bij elkaar in de file staan, of benemen zij elkaar een zitplaats in een vertraagde trein. Leuk is anders, zou je denken. En misschien is dit collectieve leed ook wel vermijdbaar. Maar het ritme van de zogenoemde 24-uurs-economie wijkt niet noemenswaardig af van dat van de oude agrarische samenleving. We staan om zes uur op, en gaan tegen elven naar bed.

De veranderingsgezinde Nederlander legt wat dat betreft een opmerkelijke behoudendheid aan de dag, zo blijkt uit het SCP-rapport Trends in de tijd dat vandaag verschijnt. In vergelijking met het vorige peiljaar, 1996, figureert werk prominenter in het leven van alledag. Er werken meer Nederlanders, en zij zijn daar ook nog eens langer - ruim twee uur - mee bezig.

Bovendien lopen zij elkaar allemaal tussen zonsopgang en zonsondergang voor de voeten. Van een spreiding van werktijden is nog hoegenaamd geen sprake. En dat terwijl daar vanuit economisch oogpunt veel voor te zeggen zou zijn, meent L. Bruijnzeel van onderzoeksinstituut Nyfer. 'In de huidige situatie wordt het productieapparaat overdag te zwaar belast, en 's avonds onderbenut. En dan heb ik het nog niet eens over de economische schade als gevolg van files en treinvertragingen tijdens de spits.'

Een zekere flexibiliteit bij de indeling van de eigen werktijd komt arbeidsvreugde en productiviteit bovendien ten goede, weet Tilburgse verzekeraar Interpolis uit ervaring. Sinds 1998 zijn zo'n zeshonderd werknemers vrij in de keuze van werkplek en werktijd. Of, om het in de woorden van pr-manager M. Simmers te formuleren: 'Ze worden niet langer op aanwezigheid maar op output gestuurd.' Het resultaat is dat ze meer werk verzetten - al kan die waarneming nog niet statistisch worden onderbouwd - en minder ziek zijn.

Waarom laten zoveel Nederlanders zich niettemin mangelen in de tredmolen van de geregelde arbeid? 'Omdat ze als de dood zijn om met hun eigen gewoonten te breken', vermoedt Th. Stevens, universitair hoofdocent economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. 'Zoals de boer nog veel zetmeel en vet bleef eten nadat hij zittend werk was gaan verrichten, zo houdt de hedendaagse mens vast aan een ordening die technisch allang is achterhaald.'

Arbeid kan pas anders worden georganiseerd als er voldoende mensen zijn die daaraan willen meewerken, zegt de Tilburgse hoogleraar vrijetijdwetenschapper W. Knulst. 'De huidige constellatie houdt zichzelf in stand. Zolang de meeste mensen overdag werken, krijg je als eenling weinig voor elkaar als je besluit je daaraan te onttrekken. Je moet je dus conformeren aan het ritme van de grootste groep.'

Dat ritme dreunt zelfs nog na als je geen deel meer hebt aan het arbeidsproces. 'Werklozen blijken nog meer aan een weekorde te hechten dan werkenden. Bij hun alternatieve bezigheden houden ze een vijfdaagse werkweek aan. In het weekeinde ontspannen zij zich. Met het ophouden van een pose heeft dat volgens mij niet zoveel te maken. Het is een dwingende motoriek. Sommige deskundigen menen dat het werkritme spoort met ons biologisch ritme. Vandaar dat, tijdens de Franse revolutie, de invoering van de decimale tijdsrekening faalde: de mensen willen geen weken van tien dagen.'

De 24-uurs-economie treft mogelijk hetzelfde lot: de mens hecht aan een aparte plaats in zijn leven. De attractie van een difuus bestaan waarin werk en ontspanning in elkaar overgaan, ontgaat hem vooralsnog. Eén kanttekening wil Knulst hier wel bij maken: in huishoudelijke sferen is de 24-uurs-economie wel degelijk een feit. 'Dat is het resultaat van de tamelijk starre organisatievan het betaalde werk. Omdat men overdag werkt, moet men 's avonds en in het weekeinde boodschappen doen, wasjes draaien en lepelrekjes ophangen. Daarmee lijkt men zich te hebben verzoend. Maar gekker dan dit moet het kennelijk niet worden.'

Meer over