Columnmartin sommer

Pas op voor journalistiek van de kristallen bol

null Beeld
Martin Sommer

De Correspondent had een deepfakefilmpje gemaakt waarin een bedrieglijk echte premier Rutte ons voorhoudt dat we maar één getal hoeven te onthouden: ‘5 meter.’ Zo hoog kan de zeespiegel in het noodlottige geval stijgen. ‘5 meter.’ Er werd schande van gesproken dat nu ook de progressieve pers zijn toevlucht neemt tot feitenvrij toneelspel. Maar de bijsluiter op de site met uitleg dat het hier een fictieve ‘KlimaatRutte’ betrof, was zo omstandig dat ik me afvroeg waarom ze eigenlijk al die moeite hadden gedaan.

Bij mij bleef die 5 meter hangen, als mogelijk toekomstperspectief. Het was me al eerder opgevallen dat journalistiek steeds vaker gaat over wat er nog op stapel staat, en minder over wat er is gebeurd. Afgelopen weekeinde kopten de kranten: ‘Erop of eronder voor het klimaat’ (de Volkskrant). ‘Gaat Glasgow verschil maken?’ (Trouw). ‘Redt de wereld de planeet?’(NRC). Geen idee, maar ik zeg in zo’n geval altijd dat ons nederige ambacht de handen al vol heeft om iets steekhoudends op te merken over wat we achter de rug hebben. Toch is het onmiskenbaar zo dat er steeds meer journalistenvlijt en tijd gestoken wordt in wat er nog moet komen.

In een deepfakefilmpje van De Correspondent houdt een bedrieglijk echte premier Rutte ons voor dat we maar één getal hoeven te onthouden: ‘5 meter.’  Beeld de Correspondent
In een deepfakefilmpje van De Correspondent houdt een bedrieglijk echte premier Rutte ons voor dat we maar één getal hoeven te onthouden: ‘5 meter.’Beeld de Correspondent

In elk geval deels is dat de schuld van internet. Ruim tien jaar geleden dachten wij van de krant dat ons laatste uur geslagen had, vanwege de snelheid van alle gratis nieuwssites. Wij van de dode bomen kwamen stelselmatig een dag later aansukkelen. Om daaraan soelaas te bieden, kregen we steeds vaker de opdracht om te schrijven over wat er morgen zou gaan gebeuren. De voorbeschouwing beleeft sindsdien gouden tijden. Daar komt angst voor de toekomst bij, zoals in het geval van KlimaatRutte met zijn 5 meter. Alles bij elkaar gedragen journalisten zich anders dan voorheen.

In een wereld die zich steeds minder laat kennen, pakken journalisten allang stelselmatig de telefoon om deskundigen te vragen hoe de vork in de steel zit. Juristen, hoogleraren of ambtelijk adviseurs vertellen ons wat er te koop is. Het eigen journalistieke oordeel is verruild voor ‘geleend habijt’, zoals HJ Schoo het uitdrukte. Wij kijken door de bril van anderen naar buiten, in de veronderstelling dat voor de experts de wereld wel een open boek is. Dat is evenmin het geval. Ook zij hebben hulpstukken nodig om een idee te krijgen: modellen, scenario’s en prognoses.

Pieter Omtzigt, econometrist van huis uit, deed in zijn boek Een nieuw sociaal contract uit de doeken hoe dat mis kan gaan. In grote politieke kwesties als koopkracht, corona, stikstof of klimaat zijn modellen ‘totaal dominant’ geworden, aldus Omtzigt. Dominantie van modellen leidt gemakkelijk tot verkeerde beleidskeuzes, omdat modellen nu eenmaal vereenvoudigingen zijn. Eén voorbeeld: biomassa. Modelmatig is dat een schitterende oplossing voor het klimaatprobleem, louter omdat de CO2-uitstoot bij de verbranding van biomassa door de VN niet wordt meegeteld. Op grond van één enkele aanname wordt de werkelijkheid verdraaid, maar er gaat geen molecuul minder CO2 de lucht in.

Maurice de Hond met zijn vervelende aerosolen. Beeld ANP
Maurice de Hond met zijn vervelende aerosolen.Beeld ANP

Voor de journalist, die helaas nergens specialist in is, wordt het eigen oordeel zo wel moeilijk. Maar het is nog kinderspel vergelijken bij het schrijven over de toekomst. Dan zijn er immers geen feiten meer om te verifiëren – onze kerntaak – en moeten wij helemaal varen op het gezag van de informant. De journalist wordt uitlegger van hetgeen de deskundige heeft verteld. Nogal een wankele positie voor een onafhankelijk waarnemer. Wie heeft gezag en wie niet? In de de coronacrisis zag je hoe het voor de journalistiek zoeken was naar een eigen positie, ergens tussen postiljon van Jaap van Dissel en toch een ietsiepietsie begrip voor de aerosolen van Maurice de Hond.

Wetenschap en gevoelens horen strikt gescheiden te zijn, maar ook deskundigen hebben hun angsten en idealen. Anderhalve week geleden kwam het KNMI, strategisch aan de vooravond van de klimaatconferentie in Glasgow, met zijn bijgestelde scenario van de zeespiegelstijging. Een meneer die vast niet toevallig Drijfhout heette, vertelde dat een stijging van het zeepeil met 1,2 meter denkbaar is en als alles tegenzit, komt zelfs 2 meter ‘in zicht’.

Jan Rotmans verheugt zich op de klimaatrevolutie. Beeld HH
Jan Rotmans verheugt zich op de klimaatrevolutie.Beeld HH

In wisselende mate van gretigheid namen de media dit over. ‘Zeespiegel kan tot wel 1,2 meter stijgen in 2100’, kopte de Volkskrant. Collega Maarten Keulemans had evenwel anderhalf jaar geleden al omstandig aangetoond hoe klimatologen steevast het hoogste scenario van het IPCC-panel aanhouden en daarvan afleiden wat politici zouden moeten doen. Van een onwaarschijnlijk scenario wordt een prognose gemaakt. De aanname van het KNMI-model is dan dat klimaatmaatregelen die al in gang zijn gezet, worden teruggedraaid, en dat vrolijk verder wordt gestookt met kolen. Maar zelfs in dat geval zou de 1,2 meter stijging waar ze op uitkomen, niet worden gehaald.

Wie wil weten waarom populisten zo’n hekel hebben aan experts, heeft hier een draadje om aan te trekken. En tot slot heb je ook nog de hoogleraren met een agenda én fantasie. Bovenaan staat mijn favoriet, professor Jan Rotmans in de transitiekunde, bijgenaamd de kantelkoning. Hij mag tot in De Telegraaf en het FD zijn chaostheorie uitleggen. De Randstad staat straks onder water, het westen ligt er dan ongeveer bij zoals in de Middeleeuwen, dus voordat we de polderbemaling onder de knie hadden. Het ziet er goed uit, volgens Rotmans. Zijn kristallen bol zegt dat de klimaatrevolutie niet ver meer is. Hij noemt zich hoogleraar én activist. De krant schrijft het allemaal op.