'Pas op in het verkeer! Of wil je zo eindigen zoals ik?'

In Limburg worden scholieren door zwaar gehandicapte verkeersslachtoffers geconfronteerd met de gevolgen van roekeloos rijgedrag. Het succes van de nu vijf jaar bestaande Traffic Informers is moeilijk meetbaar, maar 'zelfs als we één ernstig ongeluk voorkomen, is dat al meegenomen'....

tekst Nicole Gommers . fotografie Irma Bulkens

Op fiets en brommer banen scholieren van het Geleense Graaf Huyn College zich op deze koude donderdagmorgen een weg door de versgevallen sneeuw. Op het fietspad glibbert een groepje lachende meiden, verwikkeld in een druk gesprek. Ze fietsen met zijn vieren naast elkaar. Zorgeloos wurmt een van hen, handen los van het stuur, haar haren onder een muts, terwijl langs het fietspad de auto's voorbij zoeven.

Overmoed

'Zo was ik ook', zucht Joshua Keesmekers (26). 'I'm the man, mij overkomt een ongeluk niet, dacht ik altijd. Ik kon alles.' En kijk hem nu eens. Terwijl de scholieren van het Graaf Huyn, scholengemeenschap voor gymnasium, atheneum, havo en vmbo, hun fietsen stallen en soepel het gebouw inspurten voor de nieuwe schooldag, legt Joshua met moeite het korte stukje van de lerarenkamer naar het klaslokaal af. Hij leunt daarbij zwaar op zijn kruk en beweegt langzaam het ene been voor het andere.

Joshua is niet alleen slecht ter been, hij heeft ook last van spasmen, een arm die niet goed functioneert, hij praat wat langzamer dan de gemiddelde mens en kampt met geheugenproblemen. Allemaal het gevolg van een hersenbeschadiging.

Joshua is vandaag op school om aan 16- en 17-jarige havo- en gymnasiumscholieren uit te leggen hoe dat precies komt, samen met 'collega's' Ken Schoutrop, Har Timmermans en Leon Debie. Ze maken allemaal deel uit van de Traffic Informers Limburg, een groep verkeersslachtoffers die scholen door de hele provincie bezoekt om jongeren voor te lichten over de ingrijpende gevolgen van een verkeersongeval.

Hoewel de laatste jaren het aantal verkeersdoden en zware ongelukken daalt, overlijden nog steeds relatief veel jongeren tussen de 15 en de 24 jaar aan de gevolgen van een verkeersongeval. En velen overleven weliswaar een crash, maar betalen daarvoor een hoge prijs.

Hoe vat te krijgen op jongeren die denken dat een verkeersongeluk hen niet zal overkomen? Maakt voor kinderen het vermanende rijmpje 'Links gekeken, rechts gekeken, dan pas oversteken' nog indruk, voor zogeheten jongvolwassenen spelen andere dingen mee. Van een helm gaat je haar gek zitten - een ontmoedigingsfactor van belang. En belangrijker nog is de puberale overmoed: wie net een rijbewijs heeft, waant zich niet zelden 's werelds beste chauffeur. Dus hard rijden met drank op kan best.

Kopstoot

Joshua heeft zijn kruk tegen de muur geparkeerd en zit voor het schoolbord. De video staat aan, want de Traffic Informers willen graag hun boodschap op een passende manier overbrengen. En dus wordt er gebruikgemaakt van een band met nagespeelde, maar écht gebeurde ongelukken waar bloed, botbreuken en de dood aan te pas komen. De film bestaat voor een groot deel uit spotjes uit Engeland - met een zware beat eronder gemonteerd.

Agnes Roberts (69), projectleider van Traffic Informers Limburg, waarschuwt voordat de video aangaat: 'Jongelui. Deze film is heel heavy. Als je het niet meer aankunt, doe je maar even je ogen dicht.'

De klas is getuige van een reeks bijna-ongelukken en fatale ongelukken. Een fietsende jongen die met een mp3-speler op zijn hoofd erin slaagt al sms'end de spoorbaan over te steken, merkt niet eens dat het slechts enkele seconden had gescheeld of de trein had hem verpletterd. Op een lieflijk landweggetje loopt het minder goed af. De jonge bestuurder concentreert zich voornamelijk op het gesprek met zijn vriend in de passagiersstoel, die de volumeknop van de radio steeds verder opendraait. Op de achterbank zijn twee leeftijdgenoten verwikkeld in een innige zoenpartij. Zonder gordels, uiteraard. De voice-over brengt een onheilsboodschap: 'This is Patrick. Today he's going to hit his girlfriend so hard, she will end up with permanent braindamage.'

Een tegenligger ramt de auto frontaal. Hoofden botsen tegen de voorruit en het stuur van de auto. Patrick en zijn vriendin geven elkaar een kopstoot die zo intens dof klinkt dat de klas meteen in een drukkende stilte gedompeld is.

Dit is het moment waarop Joshua de band stopzet en zijn verhaal begint.

'Op 10 januari 2002 gebeurde het. 's Avonds belde een vriend of ik meeging naar discotheek Mondial.' Joshua kwam van zijn werk en was helemaal in voor een avondje drinken en sjansen op de dansvloer. Hij moest even lang huis om iets op te halen. Vervelend oponthoud. 'Toen ik bij Mondial kwam, bleek de parkeerplaats vol en daar werd ik behoorlijk chagrijnig van.' Hij moest uitwijken naar een grotere parkeerplaats verderop. Dat moest vooral snél gebeuren, want een volle disco met koud bier wachtte. 'Later zeiden ze dat ik 80 heb gereden, maar het zal wel harder geweest zijn. Ik zag een S-bocht niet aankomen. Het ijzelde licht die avond, maar ik weet dat het door mijn eigen rijstijl kwam. Ik knalde vol tegen een busje aan. De maanden daarop lag ik in coma.'

Hij herinnert zich niets meer van de maanden na het ongeluk. 'In een revalidatiecentrum werd ik weer mobiel gemaakt en leerde ik opnieuw praten.' Zijn leven wordt nooit meer zo zorgeloos als vóór die koude januaridag. 'Daarom wil ik jullie vandaag vertellen dat het belangrijk is dat je voorzichtig bent in het verkeer. Voor mij hoef je het niet te doen. Doe het voor jezelf.'

In Nederland rijden veel mensen door rood, maar als het aan Joshua ligt, rijdt er zelfs niemand meer door oranje. 'Denk je dat een paar minuten tijdwinst het waard zijn het risico te nemen dat jij er straks bijzit zoals ik?' En Joshua adviseert de leerlingen ook nooit zonder helm te rijden, 'óók niet op zo'n scootmobiel waarop dat mag. Gooi maar eens een appel tegen een muur. Die spat uit elkaar. Dat gebeurt er ook met jouw hoofd als je valt.'

Joshua beantwoordt met droge ogen de vragen van de scholieren over zijn leven na het ongeluk. Of hij weer gaat werken, wil een meisje weten. 'Werken of naar school kan ik niet meer. Door mijn hersenletsel werkt mijn geheugen niet goed, en ik ben veel langzamer geworden. Ik woon dan ook begeleid, in Sittard.'

Een ander wil weten hoe mensen op Joshua reageren. Helaas, zegt de traffic informer, kun je als gehandicapte in Nederland niet rekenen op een volwassen behandeling. 'Als ik met mijn moeder door de stad loop, stellen mensen nooit vragen aan mij, maar altijd aan haar.'

Maar het moeilijkst is dat hij bijna niets meer kan. 'Als je een keer uit wilt, komen mensen je de eerste keer graag ophalen. De tweede keer gaat dat al minder spontaan en de derde keer komt er niemand meer. Ik ben veel vrienden kwijt en een vriendin zit er, denk ik, ook niet in. Een meisje kan gewoon kiezen, weet je. Ze kiest liever voor een adonis met een slecht karakter dan voor mij, want ik heb hersenletsel. Ik word hartstikke dik, want door het hersenletsel kan ik blijven schransen zonder ooit het gevoel te hebben dat mijn maag vol zit.'

Wat Joshua behouden heeft, is zijn gevoel voor humor. Komt hij nog wel eens in Mondial, wil het het mooiste meisje van de klas weten. 'Hoezo? Kan ik jou daar dan tegenkomen?'

Schuld en schaamte

In de pauze eten de traffic informers broodjes kaas en ham in de lerarenkamer. Allemaal blijven ze dicht in de buurt van projectleider Agnes Roberts.

'Mevrouw Roberts is een soort tweede moeder van me geworden', zegt Har Timmermans, die zo'n dertig jaar geleden zwaar gewond raakte toen hij dronken op zijn brommer stapte. Har zit in een rolstoel. Hij heeft een verlamde arm, hersenletsel en kampt sinds het ongeval met epilepsieaanvallen. 'Ze verdient geen lintje maar een enorm lint, van hier tot Tokio.'

Het project Traffic Informers Limburg wordt gesubsidieerd door de Provincie Limburg en is een initiatief van Agnes Roberts, voormalig hbo-docent, die in 2002 met zes voorlichters startte. Nu, rond het vijfjarig jubileum, zijn er veertien. Tot nu toe woonden vijftigduizend jongeren in Limburg een sessie bij. De informers zijn actief op middelbare scholen, mbo's en hbo's. Ook buiten het onderwijs is er interesse: zo hielden ze hun verhaal voor taxichauffeurs en EHBO'ers.

Met andere woorden: Agnes Roberts heeft het druk. Druk met het plannen van sessies, het bellen van rolstoeltaxi's, het begeleiden van de verkeersslachtoffers. Ze oogt als de vriendelijke equivalent van Margaret Tatcher: een statige vriendelijke dame in mantelpak, strak in de haarlak, onvermoeibaar, vriendelijk, recht door zee. Roberts wil nog zeker vijf jaar door met het project. 'Omdat het zo belangrijk is. Er is op scholen veel te weinig aandacht voor verkeersveiligheid. Als mijn Traffic Informers één ernstig verkeersongeval kunnen voorkomen, is dat al meegenomen.'

De handicaps van 'haar' verkeersslachtoffers zijn divers. Velen hebben hersenbeschadiging, sommigen zijn afhankelijk van een rolstoel. 'Eén traffic informer heeft een hoge dwarslaesie en kan eigenlijk alleen zijn hoofd bewegen. Anderen bewegen of praten door hun hersenbeschadiging moeilijk. Het gaat altijd om zware lichamelijke beperkingen, en soms ook om verstandelijke beperkingen.'

Hun ongelukken zijn veroorzaakt door onverantwoord verkeersgedrag. Roberts: 'Agressief rijden, autorijden met drank op. Een van de informers scheurde, met een vriend achterop, keihard op een opgevoerde scooter en is frontaal op een bromfiets geknald. Zijn vriend was dood en hij had een gescheurde schedel en gebroken oogkassen.' De jongen is nu blind en komt met zijn blindengeleidehond naar de sessies.

Velen worstelen met schuld en schaamte. Maar: 'Schuld is het enige taboe', zegt Roberts. 'Daar praten we niet over. Ze zijn hard genoeg gestraft. Niet meer mobiel zijn, door hun handicap afgewezen worden door meisjes - daar zijn ze al kapot van.'

Makkelijk heeft Roberts het niet altijd met haar missie. 'Mensen met een hersenbeschadiging kunnen soms ineens heftig reageren. Zo is het een keer voorgekomen dat een van de jongens tijdens zijn verhaal voor de klas emotioneel werd en begon te vloeken en te schelden.' Roberts trok de jongen de gang op, de klas bleef geschrokken achter. Na een glaasje water, een vermaning en een dozijn schouderklopjes hervond de jongen zich.

Bang dat zo'n - overigens zeldzame - confrontatie middelbareschoolzieltjes beschadigt, is Roberts niet. 'Nee. Ik heb ze uitgelegd dat dit soms voorkomt bij patiënten met een hersenbeschadiging. Ze leren ervan, worden geconfronteerd met de hardheid van het leven.'

Wel neemt ze geregeld slachtofferhulp mee naar sessies. 'Als er hier in de regio een zwaar ongeluk met scholieren is gebeurd, dan bel ik naar de school dat het de hoogste tijd is dat wij voorlichting komen geven. Voor klasgenoten is het dan wel zwaar om te horen hoe ernstig de gevolgen van een ongeluk kunnen zijn. Vandaar die hulpverlening.'

Dollen

Gaan scholieren na het verhaal van de traffic informers weer met gierende banden op huis aan of laten ze hun opgevoerde brommers voortaan links liggen? Randy van Duuren (17 jaar, 6 gymnasium) gedraagt zich in ieder geval wijs in het verkeer: 'Ik was altijd al voorzichtig. Een paar jaar geleden was ik getuige van een verkeersongeluk en daar ben ik erg van geschrokken. Maar nu ga ik nog beter opletten. Ik weet dat sommige jongeren denken dat je je aanstelt als je braaf je hand uitsteekt op de fiets, maar dat is gewoon dom.'

Randy is ervan overtuigd dat ook zijn klasgenoten vanaf vandaag beter opletten op straat. 'Normaal zitten we met z'n allen te praten en te dollen, maar nu zat iedereen geboeid te luisteren.' Graaf Huyn-docent Bert van Soest: 'Wij nodigen jaarlijks traffic informers uit. Vroeger 'vergat' ik soms mijn autogordel, vooral op korte trajecten. Sinds ik deze jongens ken, gebeurt me dat niet meer. Dat de voorlichting een blijvend effect heeft op onze scholieren, is misschien een illusie, maar we hopen dat we ze zo extra bewust maken voor als ze in de zomer van examenfeestjes weer naar huis rijden.'

Kasplantje

Ook Ken Schoutrop (28) komt vandaag vertellen over die fractie van een seconde waarin zijn leven ingrijpend veranderde. 'Zijn' datum is 19 januari 1998. Luisteren naar Ken gaat niet zonder inspanning. Door een hersenbeschadiging praat hij langzaam en is hij moeilijk verstaanbaar, een beetje alsof hij zijn neus dichtknijpt. Maar wat Ken vertelt, houdt de klas desondanks geboeid. Hakkelend krijgt hij met zijn geblondeerde haar en ondeugende lach zonder moeite de lachers op zijn hand. 'Sport was mijn passie. Ik ging drie keer per week mountainbiken en hardlopen, dus ik was in topconditie. Leren interesseerde me niets. Ik ging van de brugklas havo/vwo terug naar het vmbo. Relaxt jongen, ik hoefde niks te doen en haalde toch goede cijfers!'

Ken wilde feesten, uitgaan met vrienden, meisjes zoenen en lol trappen. Voor studeren was hij te onrustig, dus koos hij voor een carrière in het leger. 'Ik ging een militaire opleiding volgen en werd in het Duitse Seedorf gestationeerd.' Daar ging het feest gewoon door. 'In het weekend ging ik met mijn maten stappen. Indrinken in de militaire bar - bier kostte daar maar één euro. En daarna naar de disco.'

Op een avond stapten Ken en drie maten na sluiting van de disco zwaar beschonken in de auto. Ken zat op de achterbank.

'We hebben veel te hard gereden en vlogen uit de bocht.' De auto kwam tot stilstand tegen een boom. De gevolgen van het ongeluk werden niet eerlijk verdeeld over de groep; de drie andere inzittenden kwamen met de schrik vrij.

Ken: 'Ik ben de hele auto door geslingerd en waarschijnlijk hard met mijn hoofd tegen het portier gebotst. Ik heb lang in coma gelegen.' Na een stilte: 'Er zijn veel hersencellen afgestorven. Daarom praat ik zo raar.'

Zijn moeder werd 's ochtends vroeg uit bed gebeld. 'Mijn ouders zijn heel lang bang geweest dat ik dood zou gaan.' Ken kijkt de klas in: 'Zo'n telefoontje, dat wil je je ouders echt niet aandoen.'

De artsen vermoedden dat Ken zou doorleven als een 'kasplantje', met overal piepende en ratelende apparaten aan zijn lichaam. Maar het lot, flink geholpen door Kens doorzettingsvermogen en kracht, besliste anders. Ken beweegt zich nu voort op een Mobi-go, een soort rolstoelscooter. Hij kan er met moeite korte afstanden mee afleggen.

Via een militair hospitaal kwam hij uiteindelijk terecht in een verzorgingstehuis. 'Ik kwam daar als 19-jarige jongen tussen mensen van in de zeventig. Dat vond ik irritant.' Nu woont hij in een woongroep voor gehandicapten en gaat een paar dagen per week naar een activiteitencentrum. Hij houdt van fitness, zwemmen en chatten op MSN. 'Werken of uitgaan zit er niet meer in. En al die leuke stapvrienden? Die zie ik allang niet meer.'

De klas is stil. Ook Ken valt even stil. Dan, met zachtere stem: 'Ik word soms een beetje emotioneel. Ik wil niet dat dit ook met jullie gebeurt. Dus zet gewoon je helm op als je op de brommer stapt. Ja, je haar gaat ervan in de war. Maar dat boeit niet, toch?'

Meer over