Pas om half twaalf gaat bij ons 't licht uit

'Slapen gaat best hier. Tot nu toe heb ik elke nacht lekker liggen pitten. Zeven, acht uur, da's genoeg, omdat ik me nog fit voel....

'Ik heb wel eens gehoord dat

LeMond, toen-ie nog goed was, in de Tour maar een uur of vijf per nacht sliep. Niet te geloven. Als we straks in de bergen zijn, heb ik wel het dubbele nodig om te kunnen herstellen. Die LeMond zal toch wel na de Tour dagenlang op apegapen hebben gelegen?

'De stemming in onze ploeg zit er nog goed in. We hebben er mooie kerels bij. Hendrik Redant, die Belg, da's een aparte. Als er aan tafel een biefstuk voorbij komt, roept-ie steeds: mag het ook schapevlees zijn. Hij vraagt al weken aan iedereen: hebt ge ook een schaar? En als er dan iemand ja zegt, roept-ie lachend: mooi, maar ik heb 'm niet nodig. Hendrik, de lomperik, maar nu er al een paar dagen hard wordt gekoerst, valt zelfs hij een beetje stil.

'Ik lig op de kamer met Nijdam en die probeer ik 's avonds wel eens uit te horen, over de koers, waar je in zo'n Tour op moet letten en zo. Want Jelle weet veel natuurlijk, al is het niet zo dat ik, in vergelijking met hem, van niets weet. Maar we praten nooit lang over fietsen. Het wordt al snel slap ouwehoeren, vooral over sex. Meestal slaat het helemaal nergens op. En als het dan eindelijk stil is, zijn we zo vertrokken. Volgens mij vallen we steeds tegelijk in slaap.

'In het begin ging ik al om half tien liggen, maar da's niks, veel te vroeg. Lig je maar dom naar het plafond te staren. Jelle heeft hetzelfde, dus gaat bij ons het licht pas om een uur of half twaalf uit.

'Jelle is een beste vent. Alleen, van hem mag ik geen scheten laten. Lucht toch op zo'n scheet, zeker voor een sportman en zeker met dat Franse eten. Als ik er een laat op de kamer brult Jelle: eruit! Maar hij laat ze zelf ook, dus zoekt-ie het maar uit.'

Jaap Visser

Meer over