'Pas maanden later kon ik naar mijn gevoel gaan schilderen' Drie weken 'war artist' in Bosnië

In een vitrine in het Legermuseum in Delft, tussen tanks en zwaar geschut, staat het allemaal uitgestald: haar scherfvest, blauwe VN-helm, identiteitspas en schetsboeken....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

DELFT

Het lijkt stoerder dan het is. De titel war artist mag doen denken aan kunstenaars die tijdens de Tweede Wereldoorlog D-Day vereeuwigden in indrukwekkende, heroïsche taferelen, zìj portretteerde, in opdracht van het Legermuseum, 'onze jongens' in Bosnië. En die vechten doorgaans niet. Die zaten in oktober '94 in met prikkeldraad en zandzakken omheinde kampementen. 'Je kunt je niet voorstellen dat ze daar een half jaar lang amper uit konden. Ik had na twee weken al het gevoel dat ik gevangen zat. Ik had zo'n ontzettende zin om een stukje te gaan fietsen. Maar ik had beloofd dat ik zou luisteren.'

Liefst zat ze met haar schetsboek 'tegen het prikkeldraad aan'. Op de grens van twee 'absoluut gescheiden werelden': de besloten wereld van de basis, met bier, trimbaan en stromend water, en de verboden wereld daarbuiten, waar ze moeders met kinderwagens voorbij zag lopen en het landschap door de 'gierend mooie herfst' rood en oranje kleurde. En waar 's nachts, als een ver onweer, de oorlog rommelde.

Uitkijkposten, symbolen van 'de grens', keren op haar schilderijen in het Legermuseum steeds terug. Ze zijn geschilderd als kleurrijke obstakels in een ogenschijnlijk iddylisch landschap. Als vrolijke objecten die lijken ontleend aan de wondere speelgoedwereld van Play Mobil. Zoals ook haar tekeningen op het eerste gezicht iets vrolijks, cartoon-achtigs hebben. Ze schetst snel, met grillige lijnen. VN-soldaten met camouflage-vlekken en blauwe helm zitten als kampeerders rond een butagaspitje of hangen in de kampbar. Een ongeordend troepje geeft appèl. 'Mam, het zijn net smurfen', zei haar dochter.

Toegegeven, de situatie ìs ook vaak ironisch, zegt ze. 'Dan zag ik die jongens bij elkaar zitten, onder het portret van Beatrix en Claus, in een zaal waarvan de ramen met plakband verduisterd waren en dan dacht ik: zullen ze wel weten wat ze hier aan het doen zijn?'

Ze herinnert zich die keer dat er door de Nederlandse VN'ers speelgoed uitgedeeld werd in een dorp in de omgeving van Lucavac. Een van de zeldzame uitjes. 'Ga jij toch voorop, samen met de vrouwelijke tolk', werd haar gezegd. 'Dat is leuk.' Dus daar liep ze dan, voor de truck met cadeautjes uit, in haar scherfvest. Helm op, achtervolgd door horden schaars geklede kinderen. Op een plein werd het speelgoed uitgedeeld. 'Het was absurd. Ik voelde me zo bezopen met dat vest.' Op de tekening die ze van de speelgoedactie maakte, delen de VN'ers vanaf een verhoging het speelgoed rond. Een vrouwelijke militair, 'hoofd speelgoeduitdeler', lacht minzaam. Een groep kinderen kijkt naar de soldaten op.

Want dat is natuurlijk de kern van wat ze haar ironie noemt: dat het allemaal zo 'ontzettend triest' is. 'Ik had mijn humor nodig om het aan te kunnen.' De drie weken dat ze in Bosnië was, ging het nog wel. 'Dan hobbel je wel mee.' Al zag ze tijdens de reis van Split naar Busovaca en Lucavac kapot geschoten huizen, het totaal verwoeste Mostar, doelloos heen en weer wandelende mensenmassa's op straat. 'Het had allemaal iets wezenloos, ik liet niet veel emoties toe. Ik moest wel kunnen blijven werken. Ik wilde me nog niet realiseren van welke waanzin ik getuige was, wat mensen elkaar aan kunnen doen.'

Pas na thuiskomst 'ging ze onderuit'. 'Ik kom uit Leiden, had nog nooit zoiets meegemaakt en voelde me intens machteloos en verdrietig. Ik was mijn stabiliteit kwijt, was er constant mee bezig. Ook omdat ik niet op een afstandelijke manier kàn schilderen. Al met al heb ik het gevoel dat ik negen maanden in Bosnië heb gezeten.'

Haar werk mag lieflijk lijken, zo is het niet bedoeld. 'Ik wil juist de dreiging laten zien, die de lieflijkheid elk moment onderuit kan halen.' Op haar schilderijen en tekeningen is die dreiging altijd impliciet; ze is er immers niet echt bìj geweest. 'De spanning van een gevecht kan ik niet overbrengen.' Bovendien: je hoeft toch niet alles uit te leggen? 'Huilende vrouwen zien we al genoeg op televisie.'

Haar oorlog, dat is het geweer dat achteloos op de bar ligt, onder een zakje Croky-chips. Dat zijn soldaten die een pakje boerenkool opwarmen langs de kant van de weg, wachtend op een pantservoertuig. En dat zijn de uitkijkposten die zicht bieden op adembenemende vergezichten, prachtige blauwe luchten waaronder hevig gevochten moet worden.

Een van de laatste schilderijen die ze voltooide is een groot landschap, getiteld Tango 2, uitzicht II. Herfstachtige gelen en bruinen gaan over in een mediteraan blauwe lucht. Midden op het doek brandt het, in rood en zwart. Geen soldaat, uitkijkpost of zandzak te zien, en toch is het overal oorlog. 'Daar heb je dus tijd voor nodig. Pas maanden later kon ik naar mijn gevoel gaan schilderen.'

Nu de VN-basis waar zij zich beschermd voelde een illusie is gebleken, zou ze niet nog een keer durven. 'Ik zou niet eens mogen.' Toch weet ze zeker dat ze ooit terug zal keren. 'Ik wil kijken hoe het land eruit ziet als er geen oorlog meer is. Ik durf het woord vrede niet meer te gebruiken.'

Annie Goddijn. Legermuseum Delft, tot en met 20 september.

Meer over