'Pas 48 uur na de aanslag ben ik in huilen uitgebarsten'

De Noorse premier Jens Stoltenberg (52) maakte de aanslagen in Oslo en Utoya van zeer nabij mee. Een medewerker kwam met bebloed hoofd binnenlopen om hem te waarschuwen en hij werd gebeld door jongeren die zich in doodsangst probeerden te verstoppen, toen Breivik aan het schieten was. Toch wist hij zijn kalmte te bewaren. 'Ik voel me niet snel onveilig.'

ILSE DEGRYSE

Hij heeft verschrikkelijke weken en maanden achter de rug. 'Maar het allermoeilijkste moment was toen ik de ochtend na Utoya naar het hotel ging waar overlevenden en familieleden waren verzameld. De jongeren waren in shock. Ze hadden vrienden voor hun ogen zien sterven. Sommigen hadden twee uur op een klein strand gezeten met de dode lichamen rondom zich. Dat is meer horror dan de meeste soldaten zien tijdens een oorlog. Ouders waren uit heel Noorwegen 's nachts naar Oslo gereisd. Toen ik de lobby van het hotel binnenkwam, was net de lijst met de namen voorgelezen van jongeren die gewond in het ziekenhuis lagen. Bij de ouders die hun kind niet hadden gevonden in het hotel of wiens naam niet was afgeroepen, drong op dat moment het besef door dat hun kind het met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet had gehaald.'

'Ik ging het hotel binnen, mensen zaten in kleine groepjes bij elkaar. Ik ging zitten bij de eerste familie die ik trof. Ze huilden en vertelden me over hun zoon of dochter. Ik probeerde hen te troosten. Dat was hard. Na een kwartier stond ik op. Ik verplaatste me een halve meter en ging bij het volgende gezin zitten. En daarna bij het volgende en het volgende en het volgende... Er kwam geen einde aan de treurende families.'

'Ik stond mezelf niet toe om te huilen. Sommige ouders leefden nog in de hoop dat ze hun kind levend zouden terugvinden. Ze dachten dat zijn of haar naam misschien vergeten was op de lijst van de overlevenden, dat er een vergissing was begaan. Ik sprak een moeder die zei te hopen dat haar dochter nog in leven was. Vele uren later, toen ik het hotel verliet, liep ik dezelfde vrouw tegen het lijf. Ze huilde en zei dat ze hoopte dat haar dochter niet te veel had geleden voor ze stierf.'

Jens Stoltenberg (52) zet de toppen van zijn vingers gespannen op elkaar. Even een korte pauze. Hij zit in de woonkamer van zijn elegante residentie in een groene wijk van Oslo, pal achter het koninklijk paleis. Van zijn gezicht zijn nog altijd de schok en het onbegrip af te lezen over wat zijn land is overkomen. Dan schieten zijn ogen weer vol leven. Haast gretig vertelt hij hoe die helse dag in juli begon. Alsof hij het allemaal zelf nog moet verwerken, door zijn verhaal steeds opnieuw met anderen te delen.

'Daar zat ik te werken.' Stoltenberg draait zich half om in zijn stoel en wijst naar zijn bureau. 'Het was vrijdag 22 juli, iets voor half vier. Ik was de speech aan het voorbereiden die ik de volgende dag zou geven op Utoya. Opeens hoorde ik een dof, dreunend geluid in de verte. Seconden daarna ging mijn mobiel. Een van mijn naaste medewerkers hing hijgend aan de lijn. ''Ben je ongedeerd'', vroeg hij. Ik begreep niet wat hij bedoelde. Natuurlijk. Waarom vraag je dat?, antwoordde ik bijna laconiek. ''Er is een explosie geweest in het regeringsgebouw. We weten nog niet of het een aanslag is. Ik ren nu de trap af want de liften doen het niet. De verwoesting is enorm. Blijf waar je bent. Ik kom naar je toe.''

'Van de politie vernam ik dat er een bomauto was ontploft voor mijn kantoor in het centrum. Pas toen mijn medewerker hier in mijn ambtswoning arriveerde, drong de ernst van de situatie tot me door. Hij had een grote wond op zijn voorhoofd, zijn kleren hingen vol bloed. Op slag besefte ik hoe enorm de vernieling moest zijn. Mijn collega was aan het werk op de 15de verdieping en hij was er al zo slecht aan toe. Hoe erg was het dan niet gesteld met de mensen lager in het gebouw?'

'Ik begreep meteen dat ik het doelwit was. Natuurlijk wel... Ik ga elke dag het regeringsgebouw in en uit. Toch voelde ik me niet bang. Zo is mijn aard, ik voel me niet snel onveilig. Terwijl we hier in de woonkamer stonden te praten, kwamen twee bewakingsagenten binnengelopen. Ze zeiden dat we naar de beveiligde bunker moesten. Ik vond dat overdreven. Waarom moesten we daar in dat kleine kamertje in de kelder gaan zitten? Maar ze drongen aan. Ze vreesden een tweede aanslag. Terecht, bleek later.'

'De ministers die op dat moment in Oslo waren, kwamen meteen hierheen. Vanuit de kelder begonnen we te werken. We namen alle ruimtes beneden in beslag. Zelfs in de fitnesszaal zaten we met mobiele telefoons en laptops te overleggen, met politie en reddingsdiensten. Het was hectisch, maar we deden wat we konden om zo veel mogelijk levens te redden.'

'Iets na vijf uur kwamen de eerste telefoontjes van Utoya. Ik kende daar heel veel mensen. Het was de jongerenafdeling van mijn partij die er haar jaarlijkse zomerkamp hield. Terwijl de schietpartij nog aan de gang was, belden mensen die daar waren mij en mijn collega's op onze mobiele telefoons. Jongeren die zich in doodsangst probeerden te verstoppen. Ook ouders belden die hun kinderen hadden gesproken of paniekerige sms'jes van ze hadden gekregen.'

'Die eerste uren na de aanslagen waren zo verschrikkelijk verwarrend. Wat in Oslo was gebeurd, konden we vatten. Daar was een bom afgegaan in een fysiek beperkte ruimte. Daar konden we de slachtoffers tellen. Maar het was enorm moeilijk om een precies beeld te krijgen van wat zich op Utoya had afgespeeld. Toen ik die avond vanuit de kelder mijn eerste persconferentie gaf, rond half elf, lag het officiële dodenaantal op tien. We begrepen toen al allemaal dat dat een véél te lage schatting was. Zouden het er twintig, dertig, veertig zijn... niemand kon het zeggen. Die nacht deed ik geen oog dicht.'

Uiteindelijk zou blijken dat Anders Behring Breivik 69 mensen, overwegend tieners en prille twintigers had afgemaakt. Hij riep zijn weerloze slachtoffers dingen als 'Hoera!', 'In de roos!' of 'Hebbes!' toe, nadat hij ze beheerst had neergeschoten, zeiden overlevenden later. Bij de bomaanslag in het centrum van Oslo vielen 8 doden.

Jens Stoltenberg verloor vrienden en collega's, veel jonge beloftevolle politici gingen heen. Toch loodste hij zijn land door de ergst denkbare nachtmerrie met een verbazingwekkende moed en bewonderenswaardige sereniteit. 'We zullen deze aanslag beantwoorden met meer democratie, meer openheid, meer menselijkheid', zei de premier meteen. Die boodschap zou hij blijven herhalen, ook tijdens de vele begrafenissen en herdenkingsplechtigheden in de weken die volgden.

Stoltenberg was niet bang om zijn verdriet en kwetsbaarheid te tonen - meermaals huilde hij in het openbaar -, maar hij was vastbesloten in zijn onwil om zijn land aan wraak ten prooi te zien vallen. Zijn boodschap van verdraagzaamheid, hoewel met gekraakte stem uitgesproken, weerklonk over de hele wereld. Stoltenberg zou niet toestaan dat de slachting zou worden aangewend om (vermeende) rekeningen te vereffenen.

'Die eerste dagen had ik geen tijd om stil te staan. Dat was goed, het hield me op de been. Als je te veel nadenkt, word je te emotioneel en kun je niet meer adequaat handelen. Pas op zondagochtend, 48 uur na de aanslagen, ben ik voor het eerst in huilen uitgebarsten. Meteen na het ontwaken zag ik de voorpagina van de krant. Daarop stond in grote letters: We zijn allemaal jong-socialisten. Toen werd het me even te machtig.'

'Mijn familie is een belangrijke steun voor me. Ik haal ook veel kracht uit mijn ontmoetingen met slachtoffers en nabestaanden. Het troost me dat ik een troost voor ze kan zijn. Het is zalvend te zien hoe Noorwegen heeft gereageerd op de aanslagen. Hoe mensen voor elkaar hebben gezorgd, hoeveel warmte en solidariteit er is losgeweekt. Het is de vreselijke paradox van 22 juli: het was de hel, maar tegelijk heeft het zoveel goeds gemobiliseerd bij de Noren. Ik ben trots op mijn land.'

Wist u meteen hoe u moest reageren? U had ook kunnen oproepen tot wraak en repressie. Kijk naar hoe president George Bush reageerde na de aanslagen van 9/11.

'Het doel van een terroristische aanslag is om de democratische samenleving ten gronde te richten door angst en paniek te zaaien. Terroristen willen minder openheid en meer repressie. De beste manier om ze het zwijgen op te leggen, is net het tegenovergestelde te doen van wat ze willen.'

'Ik heb geen moment getwijfeld over mijn antwoord aan de terreur. Ik geloof heel sterk in openheid en democratie. Dat zijn basiswaarden die ik koester als sociaal-democraat én als mens. Het zijn ook de pijlers van de Noorse samenleving. Noorwegen is een land met veel vertrouwen. Als we in een peiling de vraag stellen of mensen hun buurman vertrouwen, liggen de scores altijd erg hoog. Veel Noren doen hun huizen ook niet op slot als ze weggaan. Of ze leggen de sleutel gewoon onder de deurmat. We vinden het ook heel normaal dat politici bereikbaar zijn. Ik ging voor de aanslagen altijd te voet naar mijn kantoor en daar hecht ik veel belang aan. Omdat ik dan mensen, gewone Noren kan ontmoeten."

Denkt u niet dat u toch naïef bent geweest en te veel vertrouwen hebt gehad in uw burgers? Breivik, een Noorse jongeman die hier letterlijk om de hoek is opgegroeid, nam u recht in het vizier.

'Nee, vooral omdat we de veiligheidsmaatregelen de voorbije jaren wel degelijk hebben opgevoerd. Toen ik voor het eerst premier was in 2000-2001, had ik geen bodyguards. Ik ging zonder beveiliging hardlopen of skiën, of met mijn gezin op vakantie. Na de aanslagen in New York van 2001, en na de moord op de Zweedse minister Anna Lindh in 2003, en tijdens de Noorse deelname aan de oorlogen in Afghanistan veranderde dat. Ik kreeg body- guards, overheidsgebouwen in Oslo werden zichtbaar beveiligd.'

Toch kon Breivik vrij zijn busje dat volgestouwd zat met munitie parkeren voor uw kantoor, op de stoep zelfs. Niemand reageerde. Zeker nu weerklinkt de roep om meer beveiling en antiterreurmaatregelen weer hard.

'Het is een discussie die we zeker moeten voeren. Ik verwelkom het debat, maar ik vind het belangrijk dat de afstand tussen politici en burgers zo klein mogelijk blijft. We moeten ook niet zo naïef zijn om te denken dat meer beveiliging ons zal behoeden voor terroristische aanslagen. Kijk naar andere landen die veel meer in veiligheidsmaatregelen investeren. Ook zij zijn de afgelopen jaren hard getroffen door terreur. Kijk naar de Verenigde Staten. Naar Spanje dat zich al decennia bewapent tegen de ETA. In 2004 ontplofte een bom op een treinstation in Madrid. Kijk naar Groot-Brittannië, dat al zolang een gevecht levert met de IRA. In 2005 verwoestte een bom in de Londense metro het leven van zoveel mensen.'

U pleit hartstochtelijk voor een open en democratisch Noorwegen, maar toch zei u tijdens interviews dat uw land onvermijdelijk zou veranderen na 2011. In welke zin dan?

'Ik heb gezegd dat er onvermijdelijk een Noorwegen zal zijn van voor de aanslagen en een Noorwegen van na 22 juli, maar dat ik tegelijk hoop dat we Noorwegen nog zullen herkennen. De terreuraanslagen worden een deel van onze geschiedenis en van onze identiteit. Ze waren het absolute kwaad en onvoorstelbaar wreedaardig, maar ik hoop dat ze ons toleranter zullen maken. Veel Noren dachten onmiddellijk aan een moslimterrorist toen ze hoorden van de aanslagen. Later die dag bleek de dader een blanke etnische Noor te zijn die zijn christelijke geloof aanwendde als motief voor zijn daad. 22 juli was een confrontatie met onszelf, met onze eigen vooroordelen. Op een bepaalde manier is dat iets goeds dat uit het kwaad is voortgekomen. Het bewustzijn is gegroeid dat het niet etnische groepen zijn die terreur plegen maar individuen. Of ze nu bruin of zwart of blank zijn.'

Was het toch niet ergens een opluchting voor u en uw regering dat de dader geen moslimfundamentalist was?

'We weten niet hoe de Noren dan gereageerd zouden hebben, maar ik hoop met evenveel warmte en solidariteit.'

Breivik koos uw partij uit omdat hij vond dat u te laks bent als het om migratie gaat. Hoe tolerant Noorwegen ook is, ook in uw land woedt het migratiedebat volop.

'Net als in de andere Europese landen is migratie hier een belangrijk politiek thema. Er wordt veel over gedebatteerd en dat juich ik toe. We moeten aanvaarden dat daarover uiteenlopende standpunten bestaan. Ik zal altijd het recht op extreme meningen verdedigen. Die moeten geuit kunnen worden in een democratie. Maar ik zal nooit aanvaarden dat mensen geweld gebruiken om hun mening aan anderen op te dringen.'

Maar extreme standpunten moeten kunnen?

'Extreem in de zin dat ze heel erg verschillend zijn van mijn standpunten. In Noorwegen gaan stemmen op om de grenzen volledig te sluiten voor migranten en asielzoekers. Daar ben ik het niet mee eens, maar ik moet accepteren dat mensen dat vinden.'

Eenvierde van de Noren steunt de rechts-populistische Vooruitgangspartij waar Breivik een tijd lid van was.

'Het zou heel erg verkeerd zijn om Breivik met die partij of met andere nationalistische partijen te vereenzelvigen, ook al zijn er misschien overeenkomsten. De Vooruitgangspartij respecteert de regels van de democratie. Ze gebruikt geen geweld. Dat is een essentieel verschil.'

Heeft u als sociaal-democraat een medicijn tegen de rechts-populistische partijen die overal in Europa het migratiedebat domineren?

'Mijn partij is de afgelopen jaren vrij strikt geweest als het om migratie gaat. We accepteren dat er verschillende culturen en godsdiensten zijn, maar de mensenrechten moeten worden gerespecteerd. Vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor man en vrouw, het gezag van de wet... dat zijn basisprincipes die gelden voor iedereen. Religie kan geen motief zijn om vrouwen te discrimineren of om gedwongen huwelijken af te sluiten. Daar zijn we heel duidelijk over. Migranten moeten Noors leren. Ze moeten participeren in de maatschappij en een baan zoeken. Een uitkering ontvangen zonder dat je daar iets tegenover plaatst... dat kan niet. Daar zijn wij als sociaal-democraten heel strikt in. Het verklaart waarom we twee nationale verkiezingen op rij hebben gewonnen, in 2005 en 2009.'

De Duitse bondskanselier Angela Merkel verklaarde eerder dit jaar dat de multiculturele samenleving mislukt is. Wat vindt u daarvan?

'Het is me niet helemaal duidelijk wat ze daarmee bedoelde. Migratie is een moeilijk thema en daarom moeten we er heel genuanceerd over discussiëren. Wat de multiculturele samenleving betreft: die is gewoon een feit, of je dat nu wil of niet. We moeten manieren vinden om ze leefbaar te houden.'

TELG VAN DE NOORSE KENNEDY'S

Jens Stoltenberg (1959) is gepokt en gemazeld in de politiek. Hij groeide op in een van de bekendste families van Noorwegen. De Stoltenbergs worden de Noorse Kennedy's genoemd. Vader Thorvald was lang minister van Buitenlandse Zaken, moeder Karin was staatssecretaris voor Handel en Scheepvaart. Van jongsaf aan ging Jens mee naar sociaal-democratische congressen. Bij de Stoltenbergs thuis werd altijd druk gedebatteerd. Jens en zijn zussen Camilla (1958) en Nini (1963) werden in grote vrijheid opgevoed. Ze gingen naar de Steiner-school.

Bij de oudste twee kinderen pakte die autonomie goed uit. Jens werd op zijn 26ste voorzitter van de sociaal-democratische jongerenbeweging AUF. De socialisten hebben de Noorse na-oorlogse politiek gedomineerd. Veel premiers en ministers kwamen en komen uit de AUF. Het is de perfecte leerschool en het begin van een gebeiteld carrièrepad naar het hoogste ambt. Het was de AUF die op Utoya haar zomerkamp hield. Vandaar de grote emotionaliteit bij Stoltenberg in reactie op de aanslagen. In 2000-2001 was Stoltenberg voor het eerst premier, sinds 2005 regeert hij onafgebroken in een Rood-Groene coalitie.

Jens' jongste zus Nini verging het minder goed. Zij raakte verslaafd aan heroïne. De familie Stoltenberg heeft nooit geheimzinnig gedaan over Nini's ziekte. Tijdens interviews getuigde Jens hoe hij als minister van Financiën aan het ziekenhuisbed van zijn zus de begroting zat op te maken, terwijl zij op de rand van de dood balanceerde. Nini overwon de verslaving en is samen met haar vader een belangrijk ambassadeur voor een humaner drugsbeleid.

Jens Stoltenberg is getrouwd met Ingrid Schulerud, een mediaschuwe diplomate die een topfunctie bekleedt op het ministerie van Buitenlandse Handel. Samen hebben ze twee kinderen, Axel en Catharina. Stoltenberg is een verwoed cross-country skiër, hij houdt van hardlopen en duiken. Voor de Noorse premier is het van het grootse belang zijn lichaam goed te onderhouden. Hij lijdt aan de ziekte van Bechterew, een reumatische aandoening die zijn gewrichten aantast.

undefined

Meer over