Particulier zorgbureau Huispitaal acht wachtlijsten onvermijdelijk bij gelijkblijvend budget 'Wij leveren veel meer thuishulp voor hetzelfde geld'

Een particulier thuiszorgbureau wil de stichting Huispitaal in Oosterhout niet worden genoemd. Dat riekt te veel naar winstbejag. Directeur Angeline van de Korput wil dat misverstand de kop indrukken: 'Wij zijn door de overheid erkend, we worden door de verzekering betaald, we houden ons aan de cao, en onze cliënten...

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

OOSTERHOUT

Bovendien, commercieel is ook niet alles, weet Arie Treffers, bestuursadviseur van Huispitaal, tevens vennoot van het commerciële bedrijf Zorggroep Zuid-Nederland. 'Als je denkt dat je veel geld kunt verdienen met een commercieel thuiszorgbureau, heb je het verkeerde beroep gekozen.'

Huispitaal is een van de 25 bureaus die vorig jaar van de overheid vergunning kregen om de traditionele, 'logge en dure' thuiszorg te beconcurreren. De oude thuiszorg moest zelfs een deel van haar budget inleveren om daarmee haar eigen concurrenten in het zadel te helpen. Zo kreeg Huispitaal vorig jaar bijna 2,4 miljoen gulden te besteden. Maar zó gemakkelijk kwam de concurrentie niet op gang. Huispitaal kreeg zijn pasverworven budget namelijk bij lange na niet op. De verzekeraars, de financiers van de thuiszorg, hadden namelijk wel hulpcontracten afgesloten met oude bureaus, maar nauwelijks met de Oosterhoutse nieuwkomer. Een van de oude Brabantse thuiszorginstellingen - Midden-Brabant in Tilburg - had daarentegen wèl cliënten, maar geen geld. Er kwam een deal tot stand. Tilburg kreeg de beschikking over het leeuwendeel van het geld van Huispitaal, om zijn eigen klanten te helpen.

Het resterende bedrag van veertigduizend gulden mocht Huispitaal houden om reclame voor zichzelf te maken. Een oneigenlijk gebruik, want het geld was bedoeld om mensen te helpen, erkennen Treffers en Van de Korput. 'We hadden het geld hard nodig om ons bureau op te starten en bekendheid te verwerven', zegt hij. 'We konden het geld beter wegzetten bij Thuiszorg Midden-Brabant dan het op de plank laten liggen', vindt zij. Een handeltje als hier beschreven is sinds 1997 niet langer toegestaan.

Dit jaar gaan de zaken voor Huispitaal beter. Het budget voor 1997 is 2,7 miljoen. Er werken zestig parttimers. Vanaf juli breidt het bureau uit Oosterhout zijn werkterrein uit naar Zeeuws-Vlaanderen. Als er niet meer geld bij komt, zal een wachtlijst onvermijdelijk zijn, denken Treffers en Van de Korput. Ze hebben wel een suggestie voor de overheid. Verruim het budget voor de actieve nieuwkomers op de thuiszorgmarkt naar twaalf miljoen gulden per bureau. Dan kunnen de nieuwelingen pas écht concurreren met de oude garde.

Maar waarom zou een patiënt de voorkeur geven aan Huispitaal boven de traditionele thuiszorg?

Van de Korput: 'Wij leveren de zorg binnen 24 uur. Bij ons wordt de hulp niet opgesplitst. De wijkverpleegkundige die 's morgens komt om insuline te spuiten, maakt ook even het ontbijt klaar. Reguliere instellingen sturen voor elk type zorg een andere hulpverlener langs. Cliënten vinden dat vervelend.'

Treffers: 'Wij zijn voor de verzekeraars, die de zorg uiteindelijk betalen, voordelig. Want voor hetzelfde geld kunnen wij 40 procent méér hulp leveren dan de oude thuiszorg.' Van de Korput: 'In de gewone thuiszorg wemelt het van de beleidsmedewerkers, kwaliteitsfunctionarissen en deskundigheidsbevorderaars. Bij ons niet. Dus hebben wij minder kosten.' Treffers: 'Verpleging bijvoorbeeld kost bij ons maar 75 gulden per uur, bij de reguliere zorg ruim honderd gulden. Mooi toch, als je voor hetzelfde geld méér mensen kunt helpen?'

Huispitaal mag dan geen zuiver particulier bureau zijn, zijn wortels liggen daar wel. Tien jaar geleden begon een verpleegkundige in Oosterhout een eigen bureautje voor kraamzorg en thuishulp aan particulier verzekerden. Personeelsbestand: een kaartenbak met nul contracten. De hulpverleners waren niet in dienst, ze konden worden opgeroepen. In 1993 werd Huispitaal een Vennootschap Onder Firma (VOF).

Toen in 1995 bleek dat de overheid particuliere bureaus ging inschakelen als concurrenten voor de reguliere thuiszorg, vroeg het particuliere Huispitaal vergunning aan de overheid om ook thuiszorg en kraamzorg te mogen leveren die door de collectieve verzekering - AWBZ en ziekenfonds - wordt vergoed. Die vergunning werd vervolgens overgedragen aan een nieuwe stichting Huispitaal. De stichting bleef, net als voorheen, particuliere zorg leveren, maar biedt daarnaast ook zorg op kosten van AWBZ en ziekenfonds.

De vennootschap, die na het vertrek van Huispitaal verder ging als Zorggroep Zuid-Nederland (ZZN), bleef wél een commerciële instelling, met dertig nulcontracten en 120 parttimers. Als Huispitaal gebrek aan personeel heeft, doet het - net als de reguliere zorg overigens - een beroep op ZZN. ZZN betaalt wel cao-lonen, maar andere arbeidsvoorwaarden uit de cao zijn er niet van kracht.

Treffers, bestuursadviseur van Huispitaal, is één van de vennoten van ZZN. Maar van financiële banden tussen beide organisaties is geen sprake, zegt hij. 'Ze hebben elk hun eigen jaarrekening en hun eigen accountant.'

Marktwerking betekent niet dat Huispitaal en de reguliere Brabantse thuiszorg elkaar voortdurend bestrijden. Zo praten Huispitaal en de 'rivaal' in Tilburg over een gemeenschappelijke ledenadministratie. Samen maken ze afspraken met de ziekenhuizen over de zorg aan patiënten die naar huis mogen. Van de Korput: 'Shell en Esso maken toch ook afspraken over de plaats van benzinestations? Toch zijn ze elkaars concurrenten.' 'We zijn tegen monopolievorming', zegt Treffers. 'Je zou ons convenant kartelvorming in duplo kunnen noemen.'

Vorige week besloot het kabinet vanwege de chaos in de thuiszorg om de marktwerking te bevriezen tot het jaar 2001. De erkende particuliere bureaus, waaronder Huispitaal, mogen blijven. Nieuwe bureaus moeten voorlopig afwachten of ze de volgende eeuw een plaatsje kunnen krijgen op de markt van zorg en hulp.

Treffers is niet rouwig om de 'marktstop'. 'Die duurt maar kort', zegt hij. 'In de thuiszorg hebben we nu de tijd om de kinderziektes te overwinnen. Straks kunnen we de marktwerking uitbreiden naar de rest van de gezondheidszorg.'

Meer over