Particulier blijft weg van optiebeurs

De omzet op de optiebeurs is gekelderd. De interesse van privé-beleggers is verdwenen. Er is geen Mister Optiebeurs meer, zoals Tjerk Westerterp destijds, en 'opties zijn te ingewikkeld.'

AMSTERDAM - In de jaren negentig waren putjes en calletjes een even populair gespreksonderwerp op verjaardagsvisites en in voetbalkantines als auto's en voetbal. Als enige volk in de wereld waren de Nederlanders massaal bekeerd tot optiespeculanten.

Dat was vooral te danken aan Tjerk Westerterp die het hele land - en vooral de uitgaanscircuits - afreisde om zijn optiebeurs en opties te propageren. De flamboyante directeur van de optiebeurs was een van de grootste pr-giganten van Nederland in de laatste decennia van de vorige eeuw. Daarbij maakte hij individueel de nodige brokken, maar de beurs voer er wel bij. Hij ontbrak geen dag in een societyrubriek om de producten van zijn beurs aan te prijzen.

Westerterp, nu 84 jaar, doet niet meer in opties. 'Ik heb het wel gehad. Maar ik vind het jammer dat er van de kant van Euronext nog zo weinig aandacht aan wordt besteed', zegt hij.

De omzetten op de optiebeurs zijn de laatste jaren gekelderd. Vorig jaar is 30 procent minder aan opties verhandeld, terwijl aandelen het heel goed deden. De beurs doet het gemakshalve af als een gevolg van de crisis, maar er is meer aan de hand. De particuliere interesse is verdwenen. Er is geen Mister Optiebeurs meer. Westerterps opvolger Joost Kuiper was de laatste ambassadeur voor de optie. In de jaren negentig was nog gemiddeld 70 procent van alle optietransacties afkomstig van kleine beleggers. Nu is dat nog 40 procent.

Nadat de Amsterdamse beurzen waren opgeslokt in Euronext en ook de internetbubbel er nog overheen was gegaan, was de lol er snel af. Beleggingsclubs werden nog sneller opgeheven dan ze waren opgericht. Een gokje werd een individuele sport. Sem van Berkel sr. (64), de bekendste rainman op de optiebeurs in die tijd, zegt dat de particuliere belegger is veranderd. 'Particulieren hebben zich afgekeerd van opties. De reden is simpel. Ze zijn te ingewikkeld. In de jaren negentig bestond een klein deel van de optiebeleggers uit bollebozen die er sommetjes mee maakten. De anderen waren vooral speculanten. De sommertjesmakers zijn gebleven, de speculanten kiezen nu voor veel simpeler producten, zoals trackers, turbo's en sprinters. Dat zijn kortetermijnproducten die door de banken worden afgegeven.'

De optie was ooit het paradepaardje van Nederlandse financiële innovatie. De optiebeurs werd in 1978 opgericht als EOE - European Options Exchange. Het zou de eerste en enige optiebeurs van Europa moeten worden. Westerterp die daarvoor minister van Verkeer en Waterstaat was geweest in het kabinet Den Uyl, werd aangetrokken als directeur. Maar de grote beleggers haalden hun neus op voor wat 'het casino van Tjerk' werd genoemd. De nieuwe yuppengeneratie was er gek op.

Hippiegeneratie

Er was geen mooiere manier om je af te zetten tegen de hippiegeneratie van de sixties en seventies dan door opties te kopen - een call-optie (speculeren op koersstijging) of een put-optie (speculeren op een koersdaling). Zonder in hooggeprijsde aandelen te stappen, kon toch van koerswisselingen worden geprofiteerd. Massaal werd gespeculeerd op de koersontwikkeling over drie, zes of negen maanden. De grotere risico's nam iedereen voor lief. Pas vijf jaar later kon Westerterp ook de interesse van grote beleggers winnen door een optie op de index te lanceren: de huidige AEX-Index. De optiebeurs behield het Europese monopolie echter niet. Door het succes van de EOE richtten andere landen hun eigen optiebeurs op. Alleen bleef het daar een puur professionele markt. Nederland was het enige optieparadijs voor de particulier. Maar sinds beleggen geen volkssport meer is, is de optiebeurs ook geen volkspaleis meer. Optiehandel is profsport geworden.

undefined

Meer over