Parlement moet in actie komen

Het kabinet negeert Kamervragen en praat eerder met de pers dan met het parlement. Dit kan zo niet langer, vindt Alexander Pechtold....

Alexander Pechtold

Het kabinet heeft veel oog voor pr. Dat mag. Over vorm en instrumenten die daarvoor worden gebruikt, kun je zo je bedenkingen hebben, maar ook daarover is het kabinet baas in eigen huis. Ik zou er niet voor kiezen uit reclameoverwegingen een plaatjesboek, een soort prospectus, uit te brengen over kabinetsbeleid, maar mijn kritiek in het Kamerdebat daarover deze week gold in de eerste plaats de inhoud en niet de vorm. Want over het eerste kan ik een kabinet ter verantwoording roepen, over het tweede gaat het kabinet zelf, zolang het de rol van het parlement respecteert. Toch is dat niet meer het geval bij het pr-beleid van het kabinet.

Aan de 100-dagen-luistertour zat al een bedenkelijke staatsrechtelijke kant. Zichtbaar zijn is goed, luisteren nog beter, maar we leven niet meer in een tijd dat koningen en regeringen steun zoeken bij de bevolking. Het kabinet heeft de taak zich in de eerste plaats te verantwoorden tegenover het parlement (Commentaar, 15 en 20 juni).

Het probleem is dan ook dat het kabinet zijn inzet voor die toer vooraf niet bekend wilde maken, nadat Mark Rutte en ik daarom hadden gevraagd. Daardoor werd het parlement gehinderd in zijn taak om goed te controleren: alles wat het kabinet uit de 100-dagentour zou halen, zou het gaan bejubelen. En dat deed het kabinet dus ook, buiten het parlement, over de hoofden van de pers, zich direct richtend tot de bevolking (Binnenland, 15 juni).

Voordat er misverstanden ontstaan, ik hecht nog steeds aan de invoering van het referendum in ons parlementaire stelsel. Als noodrem, als ultiem instrument door de bevolking te hanteren om beleid te corrigeren dat door regering en parlement is aanvaard. Dus achteraf! Wij zijn natuurlijk ook niet tegen proactief beleid, maar ook in dat geval moet de Tweede Kamer tijdig en nauwkeurig worden geïnformeerd.

De Kamer, ik dus ook, heeft het kabinet met z’n tour zijn gang laten gaan. Maar daarmee is de staatsrechtelijk bedenkelijke kant ervan onvoldoende onderkend. We kunnen niet accepteren dat het functioneren van de Kamer wordt teruggebracht tot louter controleur en de rol van het parlement als vertegenwoordiger van het volk wordt veronachtzaamd.

Verder was het tot voor kort ondenkbaar dat kabinetsleden de pers eerder informeren over nieuw voorgesteld beleid dan de Kamer. Het is nu aan de orde van de dag. Bewindslieden tuimelen over elkaar heen met lucht- en proefballonnen, waarover de Kamer niets of anders te laat hoort. Minister Klink met z’n happy hours en rookverbod in coffeeshops, minister Ter Horst met haar alcoholverbod tot 18 jaar. Pijnlijker is dat officieel beleid, dat wil zeggen op vrijdag door de ministerraad vastgesteld, de pers eerder bereikt dan de Tweede Kamer.

Kabinetsleden presteren het om op persconferenties hun plannen toe te lichten voordat de Kamer überhaupt van iets weet. Staatssecretaris Bussemaker deed het bij de evaluatie van de Euthanasiewet. Minister Middelkoop stond in een weekend de pers al te woord over Irak voordat de Kamer werd geïnformeerd. Minister Rouvoet wil het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens wijzigen om zijn jeugdkampen mogelijk te maken. Staatssecretaris Timmermans repte in vele mediaoptredens over het Verdrag van Nice als uitgangspunt voor de onderhandelingen over de EU-Grondwet. Maar de Kamer blijft, ondanks aandringen, lang in het duister tasten.

De gang van zaken deze week rond de aankondiging van de participatietop en de daar te bespreken plannen voor het ontslagrecht slaat alles (Binnenland, 21 juni). De premier weigerde in de Kamer te praten over het compromis dat het kabinet had bereikt over het ontslagrecht – om de onderhandelingspositie niet in gevaar te brengen. Enkele uren later, nog tijdens het debat, lekte het kabinet zijn inzet wel naar de pers. Het kabinet behandelt de Kamer als een verwaarloosbare factor. Dat was eens maar nooit weer.

Bas van der Vlies van de SGP heeft dezelfde kritiek. Hij zei deze week: ‘Was het in het verleden zo dat wij het een bewindspersoon officieel kwalijk namen als er in het land nieuws weggegeven was, terwijl dat niet als eerste aan de Kamer gemeld was, nu lijkt dit een trend te worden.’ Wij vinden bovendien dat de presentatie van het beleidsplan had moeten gebeuren op de werkvloer van de parlementaire democratie, de Tweede Kamer.

Het lijkt me tijd worden voor actie. Het tij dient gekeerd. In eerste instantie bij uitstek een taak voor onze Kamervoorzitter. Ik gun ieder kabinet zijn pr, maar niet ten koste van positie en aanzien van het parlement. D66 heeft altijd aangedrongen op directe invloed van mensen; ik verwachtte op dit terrein de komende vier jaar niet veel te bereiken. Maar de schrik slaat me om het hart als ik kijk naar de huidige ontwikkelingen. De hele oppositie lijkt alles te moeten doen om de basiswaarden van de liberale democratie te beschermen. Het gaat er niet meer om terrein te winnen, maar om het behaalde te verdedigen. Het kabinet lijkt het parlement te willen gebruiken als decorstuk bij zijn mediashow.

Meer over