Parken in zout water

Het gaat niet goed met de natuur in zee. Vandaar dat Greenpeace Noordzeereservaten voorstelt. De vraag is of dat kan....

Door Marieke Aarden

De Noordzee betekent voor veel mensen strand, golven, een haringkar en een mooie zonsondergang. Zomerse schijn. Want de grote milieuproblemen van de 21ste eeuw zijn de problemen van de zeeen oceanen, zegt ecoloog drs. Ruben Huele van het Centrum voor Milieuwetenschappen aan de Universiteit Leiden.

Klimaatverandering doet bijvoorbeeld de temperatuur van het zeewater stijgen. Daardoor neemt de hoeveelheid plankton af, dat aan het basis staat van de mariene voedselketen. Met plankton wordt bijvoorbeeld de zandspiering groot. Zeevogels als papegaaiduikers en zeekoeten voeden zich op hun beurt weer met die zandspiering.

Vorige week riep Greenpeace ertoe op om-40 procent van de Noordzee als reservaat te bestempelen. Economische activiteiten als visserij, olie-, gas-, zand-en schelpdierwinning zouden daar voortaan taboe moeten zijn.

Afgelopen zaterdag stapt Huele in Den Helder met vier collega-onderzoekers aan boord van een sportvissersboot om twintig mijl uit de kust naar walvisachtigen te speuren. Om te achterhalen hoe het leven in zee zich ontwikkelt, gaan onderzoekers regelmatig het water op. Huele is al vanaf 2001 bezig tienduizenden foto's van walvissen in een gedigitaliseerde databank te zetten.

Het gaat onder meer om bultruggen, potvissen en witsnuitdolfijnen. Meest gesignaleerde walvisachtige is de bruinvis. In maart zijn er achthonderd van deze allesetende 'zeevarkens' in de Noordzee waargenomen.

Vijf paar ogen tasten het zeeoppervlak af op zoek naar vinnen. Het weer is ideaal en dankzij het rimpelloze zeeoppervlak kunnen zelfs kleine vinnen net boven de zeespiegel worden opgemerkt, zegt ecoloog drs. Bas Beekmans, die vorig jaar zes weken in de Canadese wateren naar walvissen zocht en dus weet waar je op moet letten. 'Heel geconcentreerd kijken naar kleine bewegingen', zegt hij.

Maar het kan snel verkeren. Plots vaart het scheepje in een gordel van mist. Niks meer te zien. Totdat ineens het enorme staketsel van een boorplatform opdoemt.

Schrille tonen klieven door de stilte. Het klinkt dreigend. Zo waarschuwt het platform naderende schepen. Dan schorre klanken, het geluid van meeuwen in doodsnood. Ook die zijn afkomstig van het platform. 'Zo worden meeuwen afgeschrikt om te voorkomen dat ze op de pijlers neerstrijken. Ze schijten anders het platform onder', legt de kapitein uit.

In mist valt er weinig vanuit de lucht te controleren. Die momenten grijpen vissers nogal eens aan om op verboden plekken kabeljauw naar boven te halen, bijvoorbeeld bij een wrak, of mooier nog, bij een boorplatform, door vissers aangeduid als 'schoon wrak'. Allebei plekken waar zich graag scholen vissen verzamelen, maar rond de pijlers van een platform scheurt het net minder snel dan om de grillige contouren van een scheepswrak.

Als het weer verbetert en de verrekijkers weer in de aanslag worden genomen, lijkt zich eindelijk een zeezoogdier te manifesteren. Snel eropaf. Het blijkt een autobumper.

De dag verstrijkt zonder dat vinnen van dolfijnen of bruinvissen opduiken.

Het plan van Greenpeace om zes grote zeereservaten op de Noordzee - en nog eens tien in de Baltische Zee - af te schermen van schadelijke economische activiteiten, valt goed bij de walviswatchers op het schip.

Zeereservaten, zegt Huele, zijn echter moeilijk vast te pinnen met conaten. Door de zeestromingen schuift water met verschillende zoutgehalten heen en weer. Met die beweging verplaatsen zich ook de ecosystemen die daarbij horen. 'Je kunt niet steeds een scheepvaartroute op zee wijzigen omdat het reservaat aan de wandel is', aldus Huele.

Gert Jan Gast van Greenpeace geeft toe dat er nu, vanwege alle onderling soms botsende activiteiten (scheepvaart, visserij, zand-en energiewinning, militaire oefeningen, recreatie, natuur), nog geen ruimte is voor reservaten op zee. Daarom wil Greenpeace een soort ruilverkaveling van activiteiten op zee, waarin dit wel mogelijk wordt.

'Wij zijn op deze zes gebieden gekomen nadat we allerlei gegevens over ecosystemen, paai-en kraamkamers voor vissen en economische activiteiten bijeen hadden gelegd', zegt Gast.

Het voorstel loopt vooruit op Europese plannen waarin is afgesproken dat er in 2006 zeeparken op de Noordzeekaart moeten staan, die in 2012 moeten zijn gerealiseerd. Met die parken worden de activiteiten op zee echter minder strikt gescheiden dan met reservaten.

Ervaringen met zeereservaten bij St. Lucia, een eiland in de Caribische Zee, wijzen uit dat er voor vissers ook gunstige effecten zijn. Als de zeereservaten vollopen met vis, zwermen ze ook naar buiten en kunnen vissers in de omliggende wateren hun netten vullen.

Stichting De Noordzee, die zich ook met natuur op de Noordzee bezighoudt, is echter niet blij met de Greenpeace-actie. 'Wij zijn voor een bescheidener opzet van beschermde kerngebieden waar nog steeds, in aangepaste mate, gevist mag worden', zegt medewerker Henk Offringa.

'De praktijk leert dat echte reservaten hier, in tegenstelling tot de tropen, niet werken.' Zo moeten we na tien jaar concluderen dat de sluiting van een gebied bij de Waddeneilanden voor scholvisserij de schol geen goed heeft gedaan.' De 'productie' in het reservaat is niet groot genoeg om de vangst buiten het reservaat te compenseren. 'Vissen migreren en laten zich niet in een reservaat stoppen.'

Meer over