'Paris, Texas' mist intimiteit op schouwburgtoneel

Theater..

Marian Buijs

Verloren staat hij op het immense toneel: Travis. De man heeft veel wegvan een verzopen hond die te moedeloos is om zijn vacht uit te schudden.Travis is zichzelf kwijtgeraakt na een gepassioneerd huwelijk met eenjongere, 'onbeschoft mooie' vrouw. Hun zoontje is liefdevol opgenomen doorzijn broer Walt die hem zojuist heeft opgespoord. Na jaren kijken die tweebroers elkaar nu weer in de ogen.

Peter de Graef, die Travis speelt, het lange donkere krulhaar hangendvoor zijn gezicht, kan zo minutenlang staan. Roerloos, zonder een woord.En je kijkt. Het is een acteur met zo'n intense dampkring om zich heen, datalleen zijn aanwezigheid op een toneel al goed is om een publiek gevangente houden. En je weet meteen, hij is de spil in deze voorstelling.

Paris, Texas, de bekroonde film van Wim Wenders, leverde het materiaalvoor de gelijknamige toneelbewerking van Paula Bangels. Ze kapte in hetscript en hield een karig verhaal over. Een simpele vertelling over deellende van een gepassioneerde liefde die niet duurt. En het effect daarvanop een kind, de achtjarige Hunter die ook niet weet hoe hij met deze plotsopgedoken vader moet omgaan.

Er zijn mooie momenten, de voorzichtige manier waarop Walt (HermanBolten) zijn broer benadert. De ongemakkelijke zorgen van Anna, Walt'svrouw die ineens een vreemde gast in haar huis krijgt, de verzenuwdetelefoongesprekken, en de onhandigheid waarmee Travis zijn weg probeert tevinden in dit huis en contact met zijn zoontje probeert te maken.

Hunter, gespeeld door de jonge Eva van de Wijdeven, dartelt over hettoneel. Het joch noemt de twee mensen die zich over hem ontfermen pappa enmamma en het duurt lang voordat hij datzelfde tegen zijn echte vader kanzeggen. Maar als het er eindelijk van komt, wekt dat niet de ontroering dieje zou verwachten. Net zo min als de ontmoeting tussen Travis en zijnex-vrouw, die in de film zo onthutst.

Dat ligt niet aan de acteurs. Die zijn stuk voor stuk het bekijkenwaard. Het ligt vooral aan dat gigantische podium waarop het dunne verhaalzich overeind moet houden. Het reusachtige billboard, werkterrein van broerWalt (Herman Bolten), de daverende muziek van David Cantens die het spelkeer op keer versterkt of juist onderbreekt bij wijze van contrast, Bangelsheeft zich uitgeput in middelen die haar keuze voor de grote zaal moetenrechtvaardigen.

Toch verlang je juist naar de intimiteit van een kleine zaal waar eenvoorstelling als deze om vraagt. De wanhopige pogingen van Travis om zijnleven weer op te pakken, de teleurgestelde Anne, Walt's vrouw, die haarpleegkind ziet verdwijnen, je wilt er met je neus bovenop zitten. Nu wordthet drama zo aangezet en verpakt in effecten dat het er allemaal wel ergdik bovenop ligt.

Bangels laat weinig oningevuld en daarmee schiet ze haar doel voorbij.Het onbegrip, de onmacht en al dat onvervulde verlangen worden nu zonadrukkelijk uitgespeeld met de bedoeling het voor een publiekonontkoombaar te maken, dat de pathetiek het langzamerhand wint van deontroering. Dankzij Peter de Graef, die de voorstelling draagt, blijf jegeboeid, maar je zou wensen dat hij in een subtielere voorstelling stond.

Marian Buijs

Meer over