Parijs toont tijdloze mode voor de ideale schoonzoon

Een colbert, een jeans, een overhemd, een T-shirt, een polo, een bermuda, een regenjas het beperkte vocabulaire van de mannenmode maakt sommige shows soms nogal saai....

Anders dan in Milaan, vorige week, werd de afgelopen dagen in Parijs niet zo uitbundig met kleur gesmeten, maar het ideale schoonzoongevoel was ook hier bijna overal terug te vinden. Bij Louis Vuitton was de oude televisieserie Brideshead Revisited de inspiratiebron, hetgeen een lieve, rustige collectie opleverde. Dries van Noten raakte verzeild in de Schotse hooglanden, met een wirwar van mooie ruitjesstoffen, en Paul Smith verwerkte dat soort ruitjes in een strak silhouet dat cowboy-achtig aandeed.

De theatrale John Galliano maakte van zijn show een piratentoneelstuk dat niet in Disneyland zou misstaan, en waarin eigenlijk alleen de krantenprint-stof die hij al jaren gebruikt echt leuke kleren opleverde. Viktor & Rolf waren in een Las Vegas-bui, met erg grappige goochelaars-en showmasterskleren. Enig, zo'n hemdje met op de linkerborst een konijn dat uit een hoge hoed piept, en een feestcolbert waarop met Swarovskikristallen speelkaarten geborduurd waren.

Ook mooi: de superelegante kleren van Yves Saint Laurent Rive Gauche. Stefano Pilati, de opvolger van Tom Ford bij Saint Laurent, rekende af met de pooierigheid die het merk dreigde te krijgen, en maakte het merk weer chique en flamboyant. Op die manier is nostalgie heel goed te behappen. Maar gloednieuw is het natuurlijk niet.

Wie maakt er tegenwoordig nog echt iets nieuws? De Antwerpse ontwerper Raf Simons. Zijn show ademde technologie en futurisme, met een vleugje Bauhaus-esthetiek. Een zwart pak is bij hem ook gewoon een recht zwart pak, maar met een superstrakke broek eronder. Simons maakte dit seizoen voor het eerst schoenen: een beetje bonkige sneakers en laarzen met rubberen zolen. Hij ontwierp prachtige strakke leren motorbroeken en leren coltruien, en gigantisch opbollende regenjacks; technomode voor de 21ste eeuw.

De kleren van Bernhard Willhelm zijn altijd het minst saai van allemaal: hij presenteerde doldwaze harlekijnspakken met een wirwar van geometrische prints. Prettig dat er nog een ontwerper is wiens kleren je op straat van een halve kilometer afstand herkent.

De allereerste Parijse show van de jonge Londense ontwerper Kim Jones was hdiscussiestuk van de Parijse modeweek. Was het een nieuwe blik op mode, of was het een hype? Jones maakt lieve kleren voor stoere straatjongens, met een kleurenpalet van lichtgrijs, mintgroen, lichtroze en geel. Jones ontwerpt ook een lijn voor voetbalkledingmerk Umbro, die zijn groots opgezette show flink sponsorde. Jong en fris, of een terugblik naar de beginjaren van Dirk Bikkembergs en Walter van Beirendonck? Daar zijn de toeschouwers nog niet uit.

Misschien is uiteindelijk alles al een keer goed gedaan in de mannenmode. Dat is in ieder geval de theorie van Thom Browne. De jonge New Yorker maakt kleren 'zoals je opa ze droeg': grijze vesten, geruite kostuums, gaatjespuntschoenen. Superouderwets, maar Browne veranderde de proporties. De pakken zitten te strak, de broeken zijn te kort. Op de hanger zien Thom Browne's kleren er braaf uit, maar voor de drager is het effect spectaculair: het lichaam pept er direct van op. Hij gebruikt de allerbeste kasjmier en zijde en dus zijn zijn kleren duur. Maar, zoals Browne zegt: 'Vroeg je opa zich ooit af wat hij vandaag aan zou trekken? Nee.' En zo kan ook Browne's tijdloze mode jarenlang mee.

Meer over