Papoea-Nieuw-Guinea in crisissfeer naar stembus

Corruptie, huurlingen, criminaliteit, burgeroorlog en een openlijke ruzie tussen de regering en het leger; is het vreemd dat veel bewoners van Papoea-Nieuw-Guinea het niet meer zien zitten?...

Van een medewerker

SYDNEY

Dat het stemmen maar liefst twee weken duurt heeft niets te maken met de crisis waarin Papoea-Nieuw-Guinea zich bevindt. 'Nee, nee', verzucht een regeringsfunctionaris in de hoofdstad, Port Moresby, 'ons land is nogal onherbergzaam. Sommige plaatsen liggen hoog in de bergen, andere diep in de jungle. We hebben zelfs helikopters nodig om de stembussen overal af te leveren.'

Verkiezingen organiseren in Papoea-Nieuw-Guinea is een heksentoer, maar de gang naar de stembus werd onvermijdelijk toen de premier van het vier miljoen inwoners tellende land, Sir Julius Chan, eind maart aftrad vanwege een huurlingenschandaal en een opstand van het leger.

Premier Chan had de Britse firma Sandline International namelijk vijftig miljoen gulden betaald voor 150 Zuid-Afrikaanse huurlingen, die voorgoed moesten afrekenen met de opstandelingen op Bougainville. Op dit eiland, dat deel uitmaakt van Papoea-Nieuw-Guinea, woedt al negen jaar een oorlog tussen het regeringsleger en rebellen van het BRA (Bougainville Revolutionary Army). De rebellen willen onafhankelijkheid.

De kostbare hulp van de huurlingen werd door premier Chan ingeroepen omdat het regeringsleger nauwelijks succes heeft geboekt in de strijd tegen het BRA. Deze beslissing was echter een klap in het gezicht voor de legerleiding van Papoea-Nieuw-Guinea. 'Een vernedering', vond bevelhebber Jerry Singirok. Immers, als de premier buitenlandse huurlingen inzet, dan heeft hij overduidelijk geen enkel vertrouwen in zijn eigen troepen.

Generaal Singirok eiste het aftreden van premier Chan. Chan weigerde. Duizenden mensen gingen de straat op uit solidariteit met de generaal. Er braken rellen uit, er werd brand gesticht en geplunderd, er vielen gewonden. De aan premier Chan getrouwe politie schoot op de demonstranten, terwijl soldaten op de politie vuurden om de demonstranten te beschermen.

De manschappen van generaal Singirok arresteerden vervolgens een tiental huurlingen die al in Papoea-Nieuw-Guinea waren aangekomen en zetten hen een paar dagen op een vliegtuig naar het buitenland.

Hoewel het parlement kort daarop besloot dat premier Chan aan mocht blijven, hield hij de eer aan zichzelf. 'Een zwarte dag voor onze democratie', zei de man die jarenlang de nationale politiek in Papoea-Nieuw-Guinea domineerde en die van de Britse koningin de titel Sir ontving.

De turbulente dagen in maart vormden wellicht het hoogtepunt in de protesten tegen de regering, maar er is meer aan de hand. De criminaliteit is de afgelopen jaren fiks toegenomen. Werkloze jongeren uit de geïsoleerde dorpen trekken naar de steden, waar ze moeilijk kunnen aarden en gemakkelijk in crimineel gedrag vervallen. Niet meer dan 10 procent van de jeugd heeft zes jaar voortgezet onderwijs.

De gezondheidszorg is ingestort. Ziekenhuizen werken slecht en zeker in de afgelegen gebieden mogen de burgers al blij zijn als er een hulppost bestaat. De gemiddelde levensverwachting voor vrouwen in Papoea-Nieuw-Guinea is slechts 54 jaar.

Het heetste hangijzer is echter de corruptie. Politieke vrienden van premier Chan, zelf meervoudig miljonair, maakten bijna tien miljoen gulden winst toen ze een gebouwencomplex kochten en dat binnen een week voor de dubbele prijs doorverkochten aan de overheid. Het leger heeft de regering ervan beschuldigd dat zij een deel van de vijftig miljoen gulden die de mislukte huurlingenoperatie kostte, achterover heeft gedrukt.

En Sir Julius Chan - wiens vader in China is geboren - wordt ervan verdacht dat hij Aziatische zakenlieden voortrekt. Een waterleidingcontract van vele miljoenen dollars ging onlangs op advies van Chan naar een firma uit Maleisië, hoewel de Nationale Ombudsman in Port Moresby de regering sterk afraadde om met dit bedrijf in zee te gaan.

Vanwege de recente schandalen en de huurlingencrisis lijkt de kans vrij gering dat de politieke partij van Sir Julius Chan, de People's Progress Party (PPP), een verkiezingsoverwinning kan boeken. 'De bevolking is gedesillusioneerd', meent Blaise Nangoi, politiek commentator van de krant The Papua New Guinea Post Courier, 'Sir Julius kan het wel vergeten.'

De grootste oppositiepartij, de People's Democratic Party (PDP), vormt ook al geen alternatief. De naam van PPP-leider Piais Wingti, een vroegere premier, wordt immers ook regelmatig genoemd in de corruptieschandalen.

De enige partij die een goede kans maakt om de nieuwe regering te vormen is de National Alliance van Sir Michael Somare. Net als alle andere politici is Sir Michael voorstander van een vrije-markteconomie, maar hij heeft zich als enige volledig gericht op het uitbannen van de corruptie.

Bovendien heeft de leider van de National Alliance een uitstekende verstandhouding met Jerry Singirok, de - inmiddels ontslagen - legerbevelhebber, die nog altijd een enorme populariteit geniet onder de bevolking.

Meer over