Column

'Papadag', 'me' of 'selfie': wat is het meest irritante woord?

Welke woorden irriteren Nederlanders het meest?

null Beeld anp
Beeld anp

Vandaag maakt het Instituut voor Nederlandse Lexicologie het ergerniswekkendste woord van 2015 bekend.

En dit woord luidt: 'me'.

Persoonlijk vind ik dit een enorme tegenvaller. Dit kon echt zo veel beter. Ik noem een 'papadag', 'benchmarken', 'bubbels', 'comfortzone', 'episch', 'gezellie', 'taskforce' en 'toppertje'.

Dit is de derde verkiezing 'Weg met dat woord!' Het eerste jaar won 'kids', het tweede jaar 'oudjes'. Ruim 20 duizend Nederlanders zonden dit jaar woorden en hun motivering in. Met 'papadag' het meest genoemd in de topdrie van 2015: 'diervriendelijk vlees'. Die hoge notering had van mij ook al volstrekt niet gehoeven. Hier zit de vegetarische lobby achter, met gortdroge motiveringen als 'Diervriendelijk vlees bestaat niet!!!' en 'Vlees op je bord is nooit diervriendelijk en daarmee misleiding van de consument!' Dat zal allemaal wel, maar dit was nooit de bedoeling van de verkiezing van het ergerlijkste woord van het jaar, ik kan me daar zó aan ergeren. Het woord of desnoods de woordcombinatie zélf moet ergernis wekken. En wat is er mis met de woorden 'diervriendelijk' of 'vlees'?

Om dezelfde reden is 'me' een ontzettend irritante winnaar. Bedoeld wordt hier namelijk 'me' indien verkeerd gebruikt als bezittelijk voornaamwoord: 'Me moeder'. 'Me dubbelloops'. Een inzender roept dramatisch uit: 'Dit is echt dramatisch!! Volwassen vrouwen die dit gebruiken!!! Da's nog het ergste!!!!' Maar meneer heeft er zélf niets van begrepen.

Ik kreeg de complete verzameling wegwoorden met bijbehorende motiveringen van Laura van Eerten en Vivien Waszink, beiden als taalkundige werkzaam bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden en bedenker van de verkiezing. Hun instituut beschrijft en verzamelt de Nederlandse taal sinds de 6de eeuw, Neerlandici kennen het van het omvangrijke Woordenboek der Nederlandsche Taal, met uitgebreide beschrijvingen over herkomst en syntaxis, en het Middelnederlandsch Woordenboek van Jacob Verdam. Alle lexicons zijn nu in de online taalbank van het instituut ingevoerd. De nieuwe generatie taalkundigen heeft een piercing in haar kin (Laura) of oogt een beetje als een rockchick: lexicograaf Vivien. De geleerde Jacob Verdam van het Middelnederlandsch is Viviens betovergrootvader; zij schreef het taalkundige boek Woord! over Nederlandse hiphop.

Taalkundigen Vivien Waszink (links) en Laura van Eerten. Beeld
Taalkundigen Vivien Waszink (links) en Laura van Eerten.Beeld

'Weg met dat woord!' is natuurlijk een pr-vehikel (eens verstoft instituut noemt zich nu 'schatkamer van de Nederlandse taal' en weet wat er leeft). Maar Vivien Waszink hoopt ook serieus 'tendensen' in beeld te krijgen voor verder onderzoek. Zo ergeren Nederlanders zich dood aan metaforisch gebruikte woorden, vooral op de werkvloer (even iets 'ombuigen' of 'een rapportje bakken') en aan Engelse leenwoorden: 'Daar zit echt een soort angst achter dat er steeds minder Nederlands overblijft. Dus misschien moeten we eens onderzoeken over hoeveel woorden we het eigenlijk hébben.'

Maar neem 'selfie': al jaren hoog op de lijst, terwijl het achtervoegselfie intussen achter tal van nieuwe woorden opduikt: stemfie, saaifie, brilfie. Hier barst Vivien los in een enthousiast taalkundig betoog over de 'enorme woordvormende potentie van het suffix -fie'.

Verkleinwoordjes zijn alom gehaat. 'Wijntje', 'stukje', dat is allemaal wel 'een dingetje' in 'de participatiesamenleving', die trouwens ook al hoog scoort om de verkeerde reden, namelijk dat het concept niet deugt. Net als 'patatje oorlog': 'Maak er een patatje vrede van', schrijven de grootste droogstoppels onder de inzenders.

Jacob Verdam, beroemd taalkundige, betovergrootvader Vivien. Beeld
Jacob Verdam, beroemd taalkundige, betovergrootvader Vivien.Beeld

Wie het wel begrepen: de inzenders van 'iconisch' ('Mijn kapper zegt een iconische kapper te zijn') en 'zuurtje' ('Geen kookprogramma zonder zuurtje') en 'Joe!' ('Gewoon dom') en het plotseling inderdaad onbegrijpelijk hippe 'kak' ('Laten we het gebruik beperken tot darmgerelateerde onderwerpen'). Vlamingen ergeren zich terecht aan 'sportelen': sport voor vijftigplussers. En mijn persoonlijke favoriet komt van een tobber die lijdt onder 'Hoe leuk is dat?' ('Ik neem het op als een vraag en ga gelijk piekeren. Leuk op de schaal van wat? Ik ben dan zo áfgeleid.')

Vivien Waszink studeerde overigens af op het woord 'leuk'. Dit omdat er nauwelijks een woord in de Nederlandse taal bestaat dat zó moeilijk in één definitie is te vangen. 'Leuk is heel vaag, zelfs voor een bijvoeglijk naamwoord.'

Het leukste van leuk is dat het in de jaren vijftig van de vorige eeuw ordinair werd gevonden. 'Nette mensen gebruikten 'leuk' niet.' Dit belooft een gouden toekomst voor de ergerwoorden van nu.

Leuk betekende vroeger niet 'leuk'. Beeld
Leuk betekende vroeger niet 'leuk'.Beeld
Meer over