Pakkende zoektocht naar de eerste doden aan Duitse en Franse kant

MARCEL HULSPAS

Theo Toebosch: De Eerstgevallenen

****

De Bezige Bij; 300 pagina's; euro 19,90.

'U heeft zich een weinig vruchtbare taak gesteld.' De Duitse paardensportjournalist Gerd von Ende had nog nooit van springruiter Albert Mayer gehoord. Hij had alle naslagwerken geraadpleegd, maar deze officier had nooit iets gewonnen. In het standaardwerk Das Deutsche Reiterbuch (uit 1940, verlucht met een foto van de Führer) is over de meeste ruiterregimenten en hun sportieve prestaties wel een paar bladzijden te vinden. Maar over de Jäger zur Pferde: een paar regels. Nee, Von Ende kon Theo Toebosch niet verder helpen.

Albert Mayer, geboren op 24 april 1892 in Magdeburg, was de eerste Duitse gevallene in de Eerste Wereldoorlog. Op 2 augustus 1914, rond half tien in de ochtend, stuitten hij en enkele andere leden van zijn regiment in Joncherey (Guntscherach in het Duits) in de Vogezen, op een Franse wegversperring. In het vuurgevecht werd Albert dodelijk getroffen. Aan Franse kant sneuvelde de schoolmeester André Peugeot. Hij is de eerste Franse gevallene.

De Eerstgevallen is geen rechttoe, recht-aan geschiedenisboek over dat eerste treffen. Het gaat Toebosch niet om de bestemming, maar om de reis. Hij zoekt en de lezer zoekt mee. Een Frans gedenkboek uit de jaren twintig bracht hem op het spoor van beide soldaten. Speurend op internet rezen de eerste vragen. 'Wat voor mannen waren dat? Wat deed Mayer in Joncherey? Wat is er precies gebeurd? Vragen waarmee ik rondrij, terwijl ik deze ochtend de route volg die Albert Mayer op 1 en 2 augustus heeft afgelegd. De motor van de Volvo 940 snort tevreden. Op de mp3-speler zingt Johnny Cash: Have You Come to Raise the Dead?'

Toebosch zoekt de nog levende Mayers op. Alberts vader hield een dagboek bij, vertellen ze. Maar waar dat gebleven is... een nicht heeft nog wat dozen in de kelder staan. Toebosch informeert, en krijgt een dikke envelop in de bus. Interessante documenten, maar geen dagboek. Een paar weken later belt ze op: ze heeft het gevonden; ze zal het opsturen. Toebosch: 'Ik zeg dat ik het liever zelf kom ophalen.' De inhoud van dat dagboek valt tegen. Zakelijke mededelingen en allerlei faits divers.

Toebosch speurt verder. De nazaten van André Peugeot zijn ook behulpzaam. Hij krijgt het familiearchief. De gever had zich er ooit in verdiept, om te kijken of 'zijn' tak misschien verwant was aan de Peugeots van de autofabriek. Nee dus. 'Neem maar mee. We krijgen het weleens terug.'

Abert Mayer was geen beste ruiter en André Peugeot geen beste leraar. De Franse boerenzoon was meer een dromer. Maar dat vormde geen belemmering om hem na 1914 te verheffen tot een voorbeeld voor zijn beroepsgroep. De leraar-martelaar die zijn pupillen voorbereidde op de nobele taak het vaderland te verdedigen. Peugeot was een held en kreeg een monument in Joncherey. Toen de Duitsers in 1940 terugkeerden in Frankrijk, stond de sloop van dat monument bovenaan hun to-dolijst. Mayer werd vergeten. Geen monument, geen straatnaam. Toebosch vindt zijn graf in Illfurth, in de Elzas. Het ligt er verwilderd bij.

In het slothoofdstuk rijden we met hem terug naar 2 augustus 1914. Hij bezoekt Bisel, waar Mayer zijn laatste nacht doorbracht. Daarna gaat het richting Joncherey, waar die avond een kleine herdenking zal plaatsvinden. 'De Volvo verandert in een tijdmachine, met de voorruit als tijdsvenster. Ik heb een achterstand van ongeveer een half uur op de Duitse patrouille; misschien kan ik ze nog inhalen.'

De lezer heeft er dan al honderden kilometers op zitten. Hij heeft redevoeringen aangehoord, vlooienmarkten bezocht, vergeelde krantenknipsels gelezen en ook heel wat versies van dat 'heldhaftige' treffen gehoord. En nu, in de laatste voetsporen van Mayer, beschrijft Toebosch de ware toedracht. De Duitse patrouille die onverwacht opdook, de paniek aan Franse zijde, de aanval, de doden. Als Toebosch bij het (rommelig herstelde) monument in Joncherey aankomt, hoort hij een ratelend geluid. Het monument krijgt nog snel een opknapbeurt. 'Met een bladblazer van het Duitse merk Stihl.'

Van Mayer geen spoor.

undefined

Meer over