Paars narcisme

Een nieuwe, totalitaire ideologie heeft zich van Nederland meester gemaakt: de ideologie van de autonome, gezonde, mooie mens. We zijn bereid voor dit ideaal te sterven, want we schamen ons dood om afhankelijk te zijn....

DE HOOGLERAAR psychiatrie aan de Universiteit Utrecht is ernstig bezorgd over de voorstellen van het paarse kabinet om euthanasie te liberaliseren. Frank Koerselman is niet christelijk, niet reactionair en evenmin een tegenstander van een zachte dood in de terminale fase van ernstige ziekten. 'Pijnbestrijding is belangrijker dan het rekken van het leven.' Als psychoanalyticus koestert Koerselman echter een diep wantrouwen tegen het belangrijkste argument dat de voorstanders van liberalisering van euthanasie in de strijd werpen: het recht op zelfbeschikking over leven en dood.

In Trouw van 10 september gaf minister Borst van Volksgezondheid een toelichting op het voorstel van het kabinet euthanasie niet langer strafbaar te stellen als de arts zich aan de zorgvuldigheidseisen houdt, de wilsverklaring een wettelijke status te geven en kinderen vanaf twaalf jaar, desnoods tegen de wil van hun ouders, het beslissingsrecht over hun leven toe te kennen.

Borst propageert het recht op wat zij noemt 'een goede dood'. 'Pijn is meestal niet de reden voor een euthanasieverzoek. Het is ook niet goed als iemand door een gebrek aan pijnbestrijding tot een verzoek om euthanasie komt. Het gaat om de ontluistering. Het belangrijkste voor veel mensen is dat ze waardig kunnen sterven. Dat ze niet eerst een fase van complete ontluistering meemaken. Je kunt echt lijden onder het vooruitzicht dat je dementeert.'

Wat is die angst voor ontluistering?

'Wanneer er sprake is van ondraaglijk, uitzichtloos lijden, is euthanasie toegestaan. Maar wat is dat? Verlies van waardigheid wordt vandaag de dag kennelijk gezien als ondraaglijk lijden. Het verlies van onafhankelijkheid en het verlies van verstand beleven we als ontluistering. We beschouwen dat als zo erg dat we vinden dat artsen straffeloos moeten kunnen doden.

Ik vrees dat in onze samenleving de tolerantie ten opzichte van afhankelijkheid en verlies van verstand sterk aan het afnemen zijn. Ook vroeger deed aftakeling natuurlijk pijn, maar men bleef wel geaccepteerd. Er was verdriet over, maar het was niet - zoals klaarblijkelijk nu het geval is - onverenigbaar met het leven.'

De mooie dood als burgerrecht?

'Inderdaad, het lijkt een esthetische kwestie. En het mooist is natuurlijk de geënsceneerde dood, waarbij mensen worden uitgenodigd en er muziek gedraaid wordt - zodat de uitvaart al tijdens het sterven plaatsvindt.

Maar we zijn wel bezig met het overschrijden van een grens, namelijk die tussen leven en dood. Achteraf kan niemand ooit meer nagaan of een beslissing tot euthanasie juist was of niet. Niemand kan achteraf aantonen dat je het beter niet had kunnen doen, omdat het leven achteraf toch wel draaglijk was geweest.'

Is ondraaglijk lijden objectief vast te stellen?

'Het is zelfoverschatting wanneer artsen, juristen of ethici menen dat ze de ondraaglijkheid van lijden kunnen vaststellen. Het zal er dus op neerkomen dat - extreme uitzonderingen daargelaten - iemand die zegt dat hij ondraaglijk lijdt, ondraaglijk lijdt.

De voorstanders van euthanasie willen daar ook juist naartoe. De mensen zullen bezwaar maken dat de ernst van hun lijden tegenover zo'n commissie (die de euthanasievraag moet toetsen) moet worden verdedigd. Vooral als je, zoals het kabinet nu formeel doet, de deur openzet naar een beleving van ondraaglijk lijden die losstaat van de terminale stervensfase, zal die commissie als betutteling worden ervaren.'

Dus toch een glijdende schaal?

'Inderdaad, het is altijd ontkend, maar er wordt wel degelijk steeds een nieuwe stap gezet. Mensen zullen geïrriteerd raken als de commissie niet bereid is euthanasie toe te staan. Zo komen we in wat Christopher Lasch heeft omschreven als de cultuur van het narcisme. De hele cultuur die we nu beleven, en die door mevrouw Borst onder woorden wordt gebracht, is een elitaire vorm van narcisme. 'Ik bepaal niet alleen zelf wat lijden is, ik bepaal ook dat ik niet wil lijden. Ik accepteer niet dat lijden soms gedragen moet worden.' En onder lijden versta ik ook eerverlies door afhankelijkheid.'

Koerselman signaleert een verschuiving van een typische West-Europese, door het christendom geïnspireerde, schuldcultuur naar een schaamtecultuur, waarbij de waarde van iemand wordt bepaald door de mate waarin hij eer, of juist schande, oproept in zijn omgeving. Onluistering speelt zich immers af in de ogen van anderen.

'Het zijn grote woorden, maar ik ben geneigd het een totalitaire ontwikkeling te noemen. Een bepaald idee krijgt dan een onweerstaanbare invloed. De grens tussen leven en dood wordt daaraan ondergeschikt gemaakt. En het gaat gepaard met bangmakerij.

'Al die kenmerken van totalitarisme zie je terug in de discussie over de verruiming van euthanasie. Mensen worden bang gemaakt dat het een schande is dat, wanneer ze ouder worden, ze in een tehuis zullen komen, dat ze niet meer zelf naar de wc kunnen, dat ze straks mensen niet meer herkennen en rare dingen zeggen. Daaraan wordt gekoppeld dat je je daarvoor moet schamen, dat je anderen niet meer onder ogen kan komen.

'Schaamte heeft een heel duidelijke relatie met er-niet-meer-willen zijn. We zeggen ook: je dood schamen. Als je je eer verliest, moet je zelfmoord plegen, of een ander doden. We zijn in Nederland ontzettend verbaasd als islamitische vaders hun dochters doden wanneer die hun maagdelijkheid verliezen, maar men moet zich wel realiseren dat in de zogenaamd liberale levensvisie eigenlijk dezelfde dingen gebeuren. Het gaat om een veronderstelde schaamtesituatie die men niet wil - en daarom kiest men voor de dood en claimt men het recht op de dood. En men is net zo verbaasd als die moslimvaders wanneer anderen zeggen: dat kan toch niet zomaar?'

Komen mensen die die autonomie niet kunnen opbrengen, in de knel?

'De intolerantie voor de afhankelijke mens neemt toe, ben ik bang. Er is geen onderzoek naar gedaan, maar de opvallende statusverlaging van alle verzorgende beroepen heeft daar vast mee te maken. Vroeger waren ouders trots als een van de kinderen de verpleging in ging. Of arts werd. Nu is men trots op het vrije beroep en het bedrijfsleven. Er is een obsessie met zelfstandigheid, gezondheid en schoonheid, inclusief de daarbij behorende bangmakerij voor het tegendeel. De verruiming van euthanasie en hulp bij zelfdoding is een uitdrukking van het collectief wegpoetsen van het zwakke, het hulpbehoevende, het lelijke. Dat is uitermate zorgelijk.'

Autonomie veronderstelt rationeel handelen.

'Het menselijk lichaam is dermate complex', doceert Koerselman, 'dat we ons 99,9 procent van wat ons lichaam uitvoert, niet realiseren. Er is geen enkele reden aan te nemen dat dat voor ons psychisch functioneren anders is. Zaken die we ons het moeilijkst realiseren, zijn motieven.

Bij de liberale ideologie behoort de veronderstelling dat wij rationele wezens zijn, dat wij onze emoties helder kunnen analyseren en onszelf in alle omstandigheden onder controle hebben. Dat is een illusie. Er zijn allerlei motieven die we niet onder ogen willen zien. Het kan zelfs zijn dat we ons sterfbed in scène zetten om tot een verzoening te komen, en als het ware de dood op de koop toenemen om dat doel te bereiken. Of we willen dood om anderen een schuldgevoel te geven.

'Elk weekend melden zich enkele honderden mensen bij een ziekenhuis omdat ze hebben geprobeerd zelfmoord te plegen. In negen van de tien gevallen gaat het daarbij in wezen om invloed op een ander uit te oefenen. Mensen zijn verlaten, of bang verlaten te worden, mensen zijn vernederd of beledigd. Ik heb zelf te maken gehad met mensen die bij zelfmoord werden 'geholpen' door de afdeling Noord-Holland van het Humanistisch Verbond; die gaat daar prat op. Ook bij mensen die het overleefden, zag je precies hetzelfde mechanisme: dat er in hun zelfmoordpoging een boodschap zat voor de omgeving.'

Koerselman is ervan overtuigd dat psychische depressies zeer dikwijls de achtergrond vormen van de wens te overlijden, ook in situaties waarin sprake is van ziekte, tegenslagen en rampen. 'Als dat niet zo zou zijn, zouden ze in Kosovo of Oost-Timor massaal een eind aan hun leven maken. Dat doet men niet, omdat mensen er wel degelijk op gebouwd zijn voort te leven met tegenslag. Ik geloof dan ook niet in de weloverwogen zelfmoord. Ik geloof niet dat mensen, behalve als ze pakweg nog drie weken te leven hebben, rationeel kunnen kiezen voor de dood.'

En hoe zit het met de toerekeningsvatbaarheid van de dokter?

'Ik maak me zorgen over de neiging van de arts zich hulpverlener te noemen. Dat is overmoed. Helpen geeft een goed en positief zelfgevoel. En als het lukt, geeft je dat als arts of verpleegkundige inderdaad een kick. Niet alleen bij genezing of verzachten van leed, ook bij euthanasie.

'Een andere neiging van artsen en verzorgenden is het zich afsluiten voor negatieve emoties. Naarmate euthanasie meer een routine wordt - en dat zit er wel in, want alle ziekenhuizen hebben protocollen waarin het allemaal geregeld is - gaan artsen en verpleegkundigen hun negatieve gevoelens en angsten uitschakelen en voeren ze gewoon de procedure uit.

'Het is heel begrijpelijk. Want er wordt een geweldig appèl op je gedaan: Jij bent mijn redder. Of: als jij mij niet helpt met mijn doodswens, dan ben je schuldig aan mijn lijden.

'Dus het is een illusie te menen dat de besluiten van degene die euthanasie pleegt of hulp bij zelfdoding biedt, volledig rationeel zijn - en niet worden gestuurd door negatieve of positieve emoties, of het verdringen daarvan. Dat is een hard punt, dat je niet kunt wegnemen met scholing of training.

In plaats van jezelf te overschatten, moet je erkennen dat het onmogelijk is daarover een 'goed' oordeel te vellen. Je moet inzien dat de consequentie van je besluit onherroepelijk is en er daarom van afzien. En dan praat ik niet over terminale ziekte, maar over de uitbreiding waarbij euthanasie daarvan is losgekoppeld. Dan praat je dus over de illusie van het oordeel over ondraaglijk en uitzichtloos lijden.'

Meer over