Paars kabinet verbergt zijn sociale gezicht

Het paarse kabinet schuift de discussie over de sociale zekerheid op de lange baan. Dat is onterecht, stellen Ank Bijleveld-Schouten en Pieter Jan Biesheuvel....

ANK BIJLEVELD-SCHOUTEN; PIETER JAN BIESHEUVEL

OOK het huidige kabinet heeft zich verplicht na te denken over de toekomst van de sociale zekerheid. In de zomer van 1996 worden de paarse plannen over de toekomst van de sociale zekerheid gepresenteerd. Met het naderbij komen van die zomer begint de nervositeit in kringen rondom regering en coalitiefracties te groeien.

Openlijk vraagt men zich in paarse kring af of het kabinet, nu het economisch tij meezit, nog wel een fundamentele discussie moet voeren over de sociale zekerheid. Het is kennelijk aantrekkelijker een houding aan te nemen van 'het is nu op dit moment met de economische wind voluit in de zeilen niet echt nodig, politiek masochisme is ons vreemd en na 1998 zien we wel verder'.

Echter, regeringsverantwoordelijkheid verdraagt zich daar niet mee. Regeren vereist verder kijken dan de eigen kabinetsperiode. Alleen maar schadevrij rijden kan en mag voor geen enkele verantwoordelijke politieke groepering het hoogste doel zijn. Dat betekent niet problemen voor je uit schuiven, maar daadkracht tonen in combinatie met verantwoordelijkheid, en duurzame oplossingen bieden voor wezenlijke problemen.

Staatssecretaris Linschoten bijvoorbeeld, liet als eerstverantwoordelijk bewindspersoon tijdens een jubileum van de Algemene Nederlandse Bond van Ouderen doodleuk weten dat volgens hem de AOW in de toekomst betaalbaar blijft. Met andere woorden: we hoeven er nu niet over te discussiëren. Intussen wordt door het paarse kabinet wèl een aantal drastische bezuinigingen op de AOW doorgevoerd. Zo worden samenwonende broers en zussen vanaf 1 januari 1997 flink op hun AOW gekort; zal de partnertoeslag, als het aan dit kabinet ligt, in 2015 worden afgeschaft en zal de AAW (Algemene Arbeidsongeschiktheidswet) worden afgeschaft.

Het pleidooi van de CDA-fractie om de AAW te laten voortbestaan, en het unanieme SER-advies te volgen om fasegewijs te komen tot een privatisering van de Ziektewet, vond bij het kabinet helaas geen gehoor. Vorige week is het wetsvoorstel tot afschaffing van de Ziektewet bij de Kamer ingediend, met de bedoeling deze wet zo snel mogelijk door de beide Kamers te jagen, zodat zij nog per 1 januari 1996 kan worden ingevoerd. Kortom: we lijken aardig op weg naar het door de VVD zo gewenste mini-stelsel.

Staat de PvdA volledig in de schaduw van de opperbevelhebber van deze paarse troika, de heer Bolkestein? Wanneer krijgt het sociale gezicht van de PvdA weer kleur - desnoods een rode? Sprak Den Uyl, de voormalig leider van de PvdA, in het verleden al niet zijn vrees uit voor een tweedeling in de samenleving, en zal deze uitgerekend nu gestalte krijgen onder een premier van socialistische huize? Is dat de prijs die voor een kamer in het regeerkasteel wordt betaald?

Bij een fundamentele discussie over de sociale zekerheid gaat het over verantwoordelijkheid. Waar begint de verantwoordelijkheid van de overheid en waar eindigt de verantwoordelijkheid van het individu of van groepen van individuen?

Mensen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het verwerven van een eigen inkomen en economische zelfstandigheid. Zij zijn ook zelf verantwoordelijk voor hun keuzes.

De overheid behoort vanuit het motief van sociale gerechtigheid en solidariteit de elementaire bestaansvoorwaarden te waarborgen voor diegenen die daartoe niet (meer) zelf in staat zijn.

Zij dient een schild voor de zwakke te zijn en dat te blijven. De overheid is er voor verantwoordelijk dat mensen die niet (meer) voor zichzelf kunnen zorgen, altijd kunnen terugvallen op een fatsoenlijke uitkering, gerelateerd aan het sociaal minimum. Er zijn grenzen aan de economische krachten; deze worden overschreden wanneer de economisch zwakkeren in onze samenleving in de ronddraaiende carrousel van de markt vermalen dreigen te worden.

Omdat wijzigingen in het sociale zekerheidsstelsel diep ingrijpen in het leven van mensen, behoort een verantwoordelijke en betrouwbare overheid ervoor te zorgen dat er een goede overgangsregeling komt voor toekomstige en bestaande uitkeringsgerechtigden. Hoe dit overgangsrecht er uitziet en hoe lang het moet duren, hangt onder andere af van de mate waarin mensen in de gelegenheid zijn om zich her- of bij te verzekeren.

Dit is in de huidige voorstellen van het kabinet rond de Nabestaandenwet niet het geval. Het overgangsrecht is in deze voorstellen niet of nauwelijks geregeld, waardoor het mogelijk is voor burgers binnen twee jaar honderden guldens per maand te verliezen.

Zo'n groot verlies aan inkomsten is in zo'n korte tijd niet bij te verzekeren en stelt degenen die het betreft voor grote financiële en daarmee ook sociale problemen. De overheid stelt zich hier wel op als een héél onbetrouwbare partner. Sociale zekerheid verwordt op die manier tot onzekerheid.

Bij een wijziging van het sociale zekerheidsstelsel dient rekening te worden gehouden met het overgangsrecht. Het afschaffen van toeslagen in 2015, zoals het kabinet dat wil, is dan ook veel te vroeg. Het is beter dit in 2037 te doen, wanneer de 1990-generatie pensioengerechtigd is en betrokkenen voldoende tijd hebben zich bij te verzekeren.

De AOW moet als basispensioen overeind blijven. De voorstellen van het kabinet-Kok om de AOW verder inkomensafhankelijk te maken zijn daarmee onverenigbaar, evenals de nu door het kabinet voorgestelde bezuinigingen op de inkomens van samenwonende broers en zussen.

Ouderen met alleen AOW of een zeer klein pensioen mogen nooit door de vloer van het bestaansminimum zakken. Mocht dit toch het geval zijn (door bijvoorbeeld hoge lasten of bijzondere kosten) dan moet er de mogelijkheid zijn om een aanvulling op het inkomen tot het bestaansminimum te verkrijgen.

DE overheid dient op een verantwoorde wijze vorm te geven aan een toekomstig stelsel van sociale zekerheid. Die toekomst is immers gisteren al begonnen. Uitstel van moeilijke discussies en het vooruitschuiven van problemen, getuigt van onverantwoord bestuur, en maakt straks het nemen van noodmaatregelen noodzakelijk. Die kunnen dan alleen maar ten koste gaan van hen voor wie het stelsel van sociale zekerheid uiteindelijk is bedoeld.

Ank Bijleveld-Schouten,

Pieter Jan Biesheuvel.

De auteurs zijn leden van de Tweede-Kamerfractie van het CDA

Meer over