Pa pa pa, bom bom

De bossanova is opnieuw weergekeerd. Van de golf platen, die in de jaren zestig in Amerika uitkwamen, verschijnen nu heruitgaven....

Bossanova, dat was toch van die suikerzoete behangmuziek, bedoeld om het gebrek aan conversatie van verveelde echtparen in goedkope restaurants te maskeren? Nee. Net als andere muziekgenres is de bossanova slachtoffer geweest van geldbeluste producers die haar hebben gladgestreken tot zouteloze easy-listening.

Nu weer trouwens. Tientallen reclamespots worden muzikaal ondersteund door een deinend bossaritme, en vele dj's maken goede sier met de vriendelijke zomerklanken. Toegegeven, ook de authentieke bossa ging vooral over strand, mooie meisjes en lekkere drankjes, maar er zat ook iets in dat je nu weinig meer hoort.

Bossanova is niet begonnen als de massamuziek die het later zou worden. Het was rond 1960 muziek die in Brazilië werd gemaakt door en voor de elite en de middenklasse. Pas een paar jaar later zou de eerste (en grootste) bossanova-explosie plaatsgrijpen in Noord-Amerika. Een aantal titels uit die tijd zijn nu opnieuw op de markt gebracht - voorzien van de originele hoes, schappelijk geprijsd.

De bossanova is volgens velen geboren in 1958, toen zanger en gitarist João Gilberto met componist Antonio Carlos Jobim de plaat Chega De Saudade opnam. De nadruk lag niet op zijn stem maar op de instrumenten en op het huppelende syncopische ritme. De zanger sprak-zong op een onderkoelde manier over ingewikkelde, uit de cool-jazz van de Amerikaanse West Coast afkomstige akkoordenschema's.

De soundtrack van Jobim en Luiz Bonfá voor Marcel Camus' film Black Orfeus introduceerde in 1960 de bossa in de Verenigde Staten. Maar het was Gilberto's vrouw Astrud die drie jaar later de definitieve doorbraak bewerkstelligde. Zij werd de koningin van de bossanova dankzij haar onverwachte optreden op een plaat van haar man, tenorsaxofonist Stan Getz. Producer Creed Taylor wilde graag een nummer dat in het Engels werd gezongen, en zij was de enige aanwezige Braziliaan die de taal enigszins machtig was. The Girl From Ipanema werd een wereldhit.

Op haar tweede soloplaat, The Shadow Of Your Smile uit 1966, zingt Gilberto bekende Amerikaanse (film)liedjes van dat moment in bossa-arrangement, en een aantal originele nummers van Luiz Bonfá. Het is een luxe productie met topmusici en af en toe een dosis strijkers. Gilberto's stem is echter nog lang niet op het niveau dat daarbij hoort - je kunt het geniaal vinden, of volslagen lullig. Diep respect gaat naar trombonist Urbie Green die prachtige kleine solo's geeft en tegenstemmen weet te spelen die zijn eigen haarscherpe intonatie intact laat, maar ook de bijzondere zang van Astrud.

Meer in de richting van easy-listening gaat de grootschaliger sound van Sergio Mendes en zijn Brasil 66. Hij stal er de harten en de onderbuiken van duizenden Amerikanen mee. Equinox uit 1967 is er een perfect voorbeeld van. Mendes kiest sterke nummers van landgenoot en bossa-vader Antonio Carlos Jobim (het nummer Wave is dankzij Mendes een hit geworden), en de band klinkt relaxed zonder echt saai te worden. Heel fijn: zangeressen Lani Hall en Janis Hansen die pa-pa pa-pa-pa-papada zingen terwijl een onbekende mannenstem bim-bom bast.

Antonio Carlos Jobim is tevens de componist van Dindi, het favoriete nummer van percussionist Willie Bobo. Diens plaat A New Dimension begint weliswaar met een stevig salsanummer, maar verder staat er voor Bobo's doen vrij ingehouden muziek op: easy-dancing latin in de stijl zoals die nu door de Nederlandse New Cool Collective wordt gespeeld, en door Bobo aandoenlijk gezongen ballads. Het is typisch een plaat die onder invloed van het commerciële latinsucces is gemaakt, maar die toch zijn persoonlijke charme heeft.

Maar dan zanger Jon Hendricks, voor wie João Gilberto al jaren een held was. Zijn plaat is een van de weinige positieve gevallen waarin een Amerikaan met Braziliaanse muziek aan de haal ging. Op Salud! João Gilberto zingt Hendricks zijn eigen Engelse teksten op nummers als O Amor Em Paz, O Pato en Chega de Saudade. Bij hem dringt de tekst daadwerkelijk tot je door. En hij beoefent hier geen gymnastiek met lettergrepen zoals hij dat op zijn jazzplaten nog wel eens doet. Hij zingt zo ingetogen en vriendelijk dat het lijkt of hij op de rand van je bed zit en je in slaap zingt. Het enige dat je op Hendricks zou kunnen aanmerken, is dat hij niet altijd even zuiver intoneert, maar als je eerst even Gilberto's The Shadow of Your Smile opzet, valt het daarna reuze mee.

Na de regeringscoup van rechtse partijen in 1964 veranderde de sfeer in Brazilië. Dat was ook terug te horen in de bossanova. De teksten gingen niet meer alleen over zonneschijn, maar ook over ellende en onrecht. De Amerikanen hebben nooit veel van deze ommekeer meegekregen. Voor platenmaatschappijen was het handig als bossa niets-aan-de-hand-muziek bleef. Maar op Stone Flower (1970) van Antonio Carlos Jobim hoor je toch een donkere ondertoon. Geen van zijn bekende nummers staat erop, maar het is een van zijn interessantste platen. De befaamde technicus Rudy van Gelder nam hem op, Ron Carter speelt bas, Eumir Deodato arrangeerde en speelt gitaar, Airto Moreira speelt ook mee, evenals de eerder genoemde trombonist Urbie Green.

De ruime spanningsboog en het uitgebalanceerde spel maken Stone Flower, opgenomen tien jaar na het begin van de hype in Amerika, tot een van de beste bossa-platen. Maar in een restaurant zul je hem niet snel horen: te veel diepgang.

Meer over