Overzicht belastingplan 2001

De BTW gaat van 17,5 naar 19 procent (opbrengst 4,4 miljard gulden). Milieuheffingen stijgen (opbrengst 3,7 miljard)...

De belastingvrije som (het deel van het inkomen waarover geen belasting hoeft te worden betaald) maakt plaats voor een algemene heffingskorting van 3.321 gulden voor iedereen, ook niet-werkende partners. Er zijn vijf aanvullende kortingen.

Een arbeidskorting van 10 procent voor werkenden en zelfstandigen, die ten minste 15.316 gulden verdienen. De korting bedraagt maximaal 1536 gulden, ongeveer 10 procent van arbeidsinkomsten boven 15.315 gulden.

Een ouderkorting van 2658 gulden voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 27 jaar van wie er ten minste nog een thuis woont.

Een aanvullende ouderkorting voor alleenstaande ouders met buitenshuis betaald werk: 4,3 procent van het salaris met een maximum van 2658 gulden.

Een ouderenkorting voor 65-plussers; 377 gulden voor inkomens tot 58.004 gulden; wie een hoger inkomen heeft, krijgt een korting van 97 gulden. Alleenstaande AOW'ers krijgen een hogere korting.

De meeste aftrekposten verdwijnen, maar niet de aftrek van de hypotheekrente voor de eerste woning en de aftrek van kosten voor aankoop, onderhoud en verbetering van de eigen woning. Het huurwaardeforfait heet voortaan eigenwoningforfait.

Nieuw is de vermogensrendementsheffing, een belasting op sparen, beleggen en de tweede woning. Hypotheekrente en onderhoudskosten zijn niet meer af te trekken. Een vast rendement van 4 procent over het bezit (minus alle schulden) wordt belast met 30 procent. Iedereen krijgt een vrijstelling van 37.500 gulden; 65-plussers nog wat extra.

Er geldt geen rendementsheffing voor kunst (tenzij beleggingen), groene beleggingen, zogenoemde tante-Agaathleningen, roerende zaken voor persoonlijke doeleinden en vrijgestelde kapitaalverzekeringen.

Het reiskostenforfait heet voortaan reisaftrek en geldt slechts het openbaar vervoer. Wie een auto van de zaak heeft, moet een hoger bedrag bij het inkomen optellen naarmate het privé-gebruik groter is.

Beroepskosten heten voortaan 'algemene aftrek': 4 procent van het loon met een minimum van 308 en een maximum van 1263 gulden. Er is een bijzondere aftrek van 308 gulden voor onder anderen gepensioneerden.

Premies lijfrente zijn alleen aftrekbaar voor wie een pensioentekort heeft, of voor 'meerderjarige invalide kinderen'.

Renteaftrek van consumptief krediet, sinds 1997 al beperkt, verdwijnt helemaal.

Buitengewone uitgaven voor ziekte, invaliditeit, bevalling of overlijden van gezinsleden blijven wel aftrekbaar, ook weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen van 27 jaar of ouder.

Kinderopvang en giften blijven deels aftrekbaar.

Ten hoogste 1500 gulden onbelast sparen via spaarloon en premiesparen. Nu leveren beide regelingen 2800 gulden op. Voor het starten van een eigen bedrijf, verlofsparen of studie kan het spaarloon binnen vier jaar onbelast worden opgenomen.

Uitgaven voor onderhoud monumenten en giften blijven aftrekbaar.

Meer over