Overweldigende jeugdliefde van een roomse jongen

'FAUSTO COPPI STIERF op mijn verjaardag. Ik herinner me dat ik na het bericht op de radionieuwsdienst te hebben vernomen snikkend naar de zolder ging, ik kon het niet harden.' Beter kon Martin Ros de gevoelens die hem op die dramatische tweede januari van 1960 besprongen, niet onder woorden brengen....

De dood van Fausto Coppi op 40-jarige leeftijd betekende voor Ros niet alleen het verlies van een door hem geadoreerde wielerheld, maar ook het wrede einde van lang gekoesterde jongensromantiek, die - zoals bij veel generatiegenoten in 'ach ja, de jaren vijftig' - een van haar kristallisatiepunten vond in de mythische wereld van het wielrennen. De 'roes' voor Coppi bracht Ros tot het uit alle hoeken en gaten bij elkaar knippen en verzamelen van verhalen over roem en glorie, afzien en eenzaamheid, lijden en sterven op de fiets. Voordat hij de boekengek werd die hij nu is, was hij wielergek.

Nog één keer heeft Ros, zelf in zijn jongensjaren een verwoed wielrenner, een sprankelende aubade willen brengen aan zijn grote jeugdliefde. Voor de Nederlandse Sportbibliotheek van Thomas Rap schreef hij Fausto Coppi, een heldenleven, deels gebaseerd op eerder in Heldenlevens - Verhalen over tragedie en roem van wielrenners en Gerrit Schulte, zesdaagse-koning en wielerlegende gepubliceerde fragmenten. De titel doet al vermoeden dat we te maken hebben met een enigszins hagiografisch getoonzette biografie, maar het boek biedt verrassenderwijs méér.

Ros heeft zijn beschrijving van Coppi's levensverhaal verweven met wat kan worden genoemd een persoonlijke zedenschets van jong zijn in de jaren vijftig. Hij vertelt openhartig over zijn jeugdjaren in een authentiek katholiek gezin in de 'heerlijke vol-roomse volksbuurt Klein-Rome' achter de Vituskerk in Hilversum. De Katholieke Illustratie en de Volkskrant, toen nog 'katholiek dagblad voor Nederland', vormen de vensters op de wereld. Het bolsjewisme, met een apocalyptische benaming 'het Vierde Beest' genoemd, is de vijand. 'We baden dat de stukken ervan afvlogen.'

Die vermenging van de jonge-heldenlevens van Coppi en Ros is tegelijk de charme èn de zwakte van het boek. Aardig is dat Coppi's biografie niet wordt gepresenteerd in de geijkte opzet van een doorlopend, zakelijk verhaal van de wieg tot het graf, maar wordt ingebed in de sfeer van de tijd waarin de hoofdpersoon de bloedsomloop van velen opstuwde. Bij afwezigheid van de televisie werden de prestaties van Coppi vooral tot leven gewekt in lyrische sportverslagen en heroïsche radioreportages. Ros geeft van die belevingswereld een mooi sfeerbeeld.

Minder geslaagd is zijn poging persoonlijke belevenissen die niets met wielrennen te maken hebben, een plaats in het verhaal te geven. Hij doet dat waarschijnlijk om de jaren vijftig te typeren, maar dat is om te beginnen al zo vaak gedaan (vanaf het Groot gedenkboek van de jaren vijftig, 1968) dat het echt oubollig begint te worden, en bovendien: wat hebben wij ermee te maken dat de opgroeiende Ros op de hei achter de Laapersvijver vrijende paartjes ging besluipen? 'Flarden van grote witte directoires die langzaam werden uitgetrokken, speelden nachtenlang door mijn hoofd.'

Het fietsen is prima verzorgd. Ros verhaalt met een aanstekelijk enthousiasme (prettiger om te lezen dan om naar te luisteren) zonder in snorkende superlatieven te vervallen over de al vaak bezongen wielerprestaties van Coppi en zijn fietsende tijdgenoten, zoals Koblet ('mooie Hugo'), Kübler, Robic (de man met het uiterlijk van een 'slachtkip'), Schulte en Jan Nolten. Fraai is de wijze waarop hij de tegenstelling aangeeft tussen de vrije, onafhankelijke Coppi en zijn grote Italiaanse tegenstrever Gino Bartali, door en door katholiek, met Lourdeswater in een bidon en voortdurend op audiëntie bij de paus. Tal van anekdotes geven extra kleur aan de wielerstrijd.

Datgene waardoor Coppi eeuwig in de herinnering voort zal leven, heeft Ros voor het laatst bewaard: zijn relatie met La Dama Bianca. Sinds die 'witte dame', Giulia Locatelli, getrouwd en wel in 1950 opdook, kreeg Coppi's leven een wending die de inspiratie zou leveren voor tal van toneelstukken, opera's en musicals. Een film staat op stapel. Coppi verliet zijn vrouw Bruna en stortte zich met Giulia in een hartstochtelijke liefde. Italië stond op zijn kop, maar 'wat een geluk straalde er van Coppi's gezicht'. Bij Coppi's begrafenis stonden Bruna en Giulia getweeën bij het graf. 'Bruna verdween zonder een traan, zonder een trilling in het gezicht te hebben getoond. Giulia viel driemaal bewusteloos.'

Han van Gessel

Martin Ros: Fausto Coppi, een heldenleven.

Thomas Rap; Fl. 24,50.

ISBN 90 6005 440 7.

Meer over