PostuumDonald Rumsfeld 1932 - 2021

Overleden architect van de War on Terror Donald Rumsfeld vond excuses aanbieden nooit nodig

Donald Rumsfeld in 2004. Beeld Gerald Herbert / AP
Donald Rumsfeld in 2004.Beeld Gerald Herbert / AP

Republikein Donald Rumsfeld, die dinsdag op 88-jarige leeftijd overleed, zal vooral worden herinnerd om zijn bloedige en soms gênante antwoord op de aanslagen van 11 september 2001.

IJzervreter, havik, taai, arrogant, bikkelhard, koppig, held, misdadiger; de dinsdag overleden Donald Rumsfeld heeft alle bijnamen en typeringen weleens horen passeren. Dat is ook niet zo gek voor een man die bijna zes decennia meedraaide in het centrum van een wereldmacht. In die hoedanigheid besliste hij mee over de Koude Oorlogsstrategie van de Verenigde Staten en werd een van de architecten van de Amerikaanse War on Terror, een conflict dat op 11 september 2001 in New York begon en uiteindelijk zou leiden tot ellenlange oorlogen diep in Afghanistan en Irak.

Donald Rumsfelds leven laat zich, in ieder geval tot 11 september 2001 − de dag waarop ook zijn bestaan compleet veranderde − het best vertellen als zo’n typisch geglazuurd all-American levensverhaal over een slimme, atletische jongen met brede kaken die politicologie studeert aan de universiteit van Princeton, daar onderdeel uitmaakt van het worstel- en footballteam, tijdens de Korea-oorlog straaljagerpiloot wordt en niet lang daarna trouwt met zijn knappe high school sweetheart Joyce, met wie hij ook nog eens drie bloedjes van kinderen krijgt.

Het verhaal van Rumsfeld begint pas wat af te wijken van het stereotype zodra hij in 1957 naar Washington vertrekt, waar hij zich in razend tempo weet op te werken tot een uiteindelijk onmisbaar onderdeel van de Republikeinse partij. Onder president Nixon werd hij Navo-ambassadeur in Brussel, onder president Ford in 1975 de jongste minister van Defensie ooit en onder president Bush in 2001 de eerste Amerikaan die voor de tweede maal die functie zou vervullen, ditmaal als oudste minister van Defensie ooit.

In de tussentijd had Rumsfeld ook nog een bloeiende carrière als zakenman. Zo werd hij schathemeltjerijk bij een farmaceutisch bedrijf dat uiteindelijk aan chemiereus Monsanto zou worden verkocht. Ook werkte hij onder president Reagan als speciale gezant in het Midden-Oosten, waardoor hij tijdens zijn leven sleutelposities vervulde voor in totaal vier Republikeinse presidenten.

Een ervaren rot aldus, van wie iedereen binnen de Republikeinse partij in 2001 verwachtte dat hij ook onder Bush furore zou maken. Tot de ochtend van 11 september aanbrak en alles veranderde.

11 september 2001

Rumsfeld − die die dag op zijn kantoor in het eveneens aangevallen Pentagon was − hielp eerst eigenhandig mee de gewonden naar ambulances te dragen, om vervolgens vanuit een van de bunkers onder datzelfde Pentagon het Amerikaanse leger in stelling te brengen voor een antwoord dat ontegenzeggelijk moest volgen.

Het is precies dat antwoord, en de ellenlange, bloedige, dure en soms gênante nasleep ervan, waar Rumsfeld uiteindelijk om herinnerd zal worden. En dan vooral vanwege de invasie in Irak die in 2003 begon. Die invasie werd met een te kleine troepenmacht uitgevoerd en ontaardde uiteindelijk in een jarenlange burgeroorlog die meer dan 700 miljard dollar kostte en vele duizenden slachtoffers eiste.

En waarvoor eigenlijk? Voor de invasie van start ging, hielp Rumsfeld president Bush en vice-president Cheney de wereld overtuigen dat dictator Saddam Hoessein moest worden afgezet vanwege zijn massavernietigingswapens. Dergelijke wapens werden echter nooit gevonden. Sterker nog: later concludeerde een inlichtingencommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden dat het bewijs van massavernietigingswapens op zijn best gefragmenteerd, verouderd en indirect was.

Rumsfeld bood nooit excuses aan voor die veronderstelde misleiding. Hij gaf weliswaar toe dat er foutjes waren gemaakt rondom de oorlog in Irak, bijvoorbeeld dat het verkeerd was om het leegroven van het Nationaal Museum in Bagdad publiekelijk af te doen met de woorden ‘stuff happens’, maar verder hield hij altijd vol dat de VS middels de oorlog een ‘stabielere en veiligere wereld hebben gecreëerd’.

Rumsfeld (vooraan, tweede stoel van rechts) als minister van Defensie in 2003, na een bezoek aan een luchtmachtbasis in Saoedi-Arabië in 2003. Beeld Luke Frazza / AP
Rumsfeld (vooraan, tweede stoel van rechts) als minister van Defensie in 2003, na een bezoek aan een luchtmachtbasis in Saoedi-Arabië in 2003.Beeld Luke Frazza / AP

Abu Ghraib

Misschien was het diezelfde vastberadenheid waardoor Rumsfeld ook nooit excuses aanbood voor het grootste schandaal van zijn politieke carrière: de mishandelingen en martelingen in de Abu Ghraib-gevangenis, nabij Bagdad en later in de onder hem opgezette terroristengevangenis Guantanamo Bay, op Cuba.

In 2004 doken voor het eerst foto’s op van Amerikaanse bewakers die zich in Abu Ghraib schuldig hadden gemaakt aan marteling en seksuele intimidatie van gevangenen − foto’s die het toch al afbrokkelende imago in de rest van de wereld nog verder zouden schaden − en later bleek dat het Rumsfeld was die persoonlijk toestemming had gegeven voor het gebruik van agressieve ondervragingstechnieken, zo stelde een Amerikaans senaatsrapport.

Zelf bleef Rumsfeld de mishandelingen toeschrijven aan ‘een kleine groep gevangenisbewakers die amok maakte bij gebrek aan adequaat toezicht’. Hij bood als verantwoordelijke minister weliswaar tot tweemaal toe zijn ontslag aan toen het schandaal publiek werd, maar toenmalig president Bush accepteerde dat niet.

Nee, de reden voor zijn uiteindelijke aftocht waren geen martelingen van gevangenen of het onder valse voorwendselen starten van een bloedige invasie. Het kwam omdat de Republikeinen in 2006 een verpletterende verkiezingsnederlaag leden bij tussentijdse verkiezingen en president Bush besloot zijn kabinet op te schudden.

Volgens Rumsfelds familie, die deze week bekendmaakte dat hij dinsdag op 88-jarige leeftijd is overleden aan de ziekte van Kahler, een vorm van kanker, zal ‘de geschiedenis hem herinneren om zijn buitengewone prestaties gedurende zes decennia in dienst van de Staat’. Zijzelf, zo schreef de familie tot slot, zullen dat vooral doen vanwege zijn ‘onvoorwaardelijke liefde voor zijn vrouw Joyce, zijn familie en vrienden’.

Donald Rumsfeld, president George Bush en vicepresident Dick Cheney tijdens de afscheidsceremonie van Rumsfeld in 2006.

 Beeld Charles Ommanney / Getty Images
Donald Rumsfeld, president George Bush en vicepresident Dick Cheney tijdens de afscheidsceremonie van Rumsfeld in 2006.Beeld Charles Ommanney / Getty Images

Rumsfeld in drie citaten

Mensenrechtenadvocaat Jameel Jaffer twitterde deze week naar aanleiding van zijn overlijden: ‘Het was Rumsfeld die de bevelen gaf die leidden tot het misbruik en martelen van honderden Amerikaanse gevangenen in Afghanistan Irak en Guantanamo Bay. Het is dat feit dat bovenaan elk overlijdensbericht zou moeten staan.’

Voormalig president George H.W. Bush schreef in 2015 over Rumsfeld: ‘Er is een gebrek aan bescheidenheid, een gebrek aan het vermogen om te zien wat anderen denken. Hij handelt, noteert namen en nummers. Ik denk dat hij daar de prijs voor heeft betaald. Rumsfeld was een arrogante man.’

Over zijn eigen huwelijksaanzoek in 1954 schreef Rumsfeld in zijn memoires: ‘Ik liep naar Joyce toe om haar ten huwelijk te vragen. Er was geen opbouw, geen spanning en het was 10 uur ‘s ochtends.’

Meer over