Overeenkomsten met sinterklaas

Eigenlijk moest ik er nooit veel van hebben, van de stukken die Pam Emmerik over kunst schreef in NRC Handelsblad....

Als je informatie wilde krijgen over de kunstenaars die in de kop of onderkop werden aangekondigd (zoals Ronald Ophuis, Edgar Degas en Cne van Balen), behoorde je flink wat doorzettingsvermogen te hebben. Die kunstenaars en hun werk kwamen namelijk altijd pas in de derde of vierde alinea ter sprake. En dan nog zijdelings. Dat maakte zo'n paginagrote bespiegeling tot een ware beproeving.

Maar zie, 'het wonder werkt': versneden tot A5-formaat en gebundeld in boekvorm, zien die artikelen er plots heel anders uit. En laten ze zich ook anders lezen. Aandachtiger en geduldiger ten opzichte van Emmeriks associatieve en uitzinnige geest. Ooit over de overeenkomst gelezen tussen de Engelse schilder Chris Ofili, de Russische schrijver Isaak Babel en sinterklaas?

Emmerik heeft lef. Dat blijkt uit haar stijl en onderwerpkeuze, en uit de gedachtesprongen waarmee ze grip probeert te krijgen op de dionysische chaos waaruit kunst ontstaat. Iets wat in wezen niet te traceren is, en alleen n hardcore-analyses n omtrekkende bewegingen valt te benaderen. Emmerik kiest voor het laatste: ze draait in cirkels om haar onderwerp heen. Onderwerpen die niet een kunstwerk of kunstenaar betreffen, maar de grote thema's als angst, dood, geluk, tegenspoed, doodsdrift en liefde h veel liefde. Het geeft haar artikelen een zwaar existentialistische ondertoon: 'Je zou kunnen zeggen dat de geschiedenis van de moderne kunst grotendeels een ziektegeschiedenis is.'

De zwarte kant, de modder, het ongeluk, dat is haar wereld 'geeresseerd in kunstenaars die aan het leven ten onder gingen'. Het zijn in haar optiek de kunstenaars die uit het juiste hout gesneden zijn, omdat ze hun rampspoed hebben overleefd, en daardoor de kijker (en dus ook Emmerik) hoop bieden op een beter bestaan. Kortom, 19de-eeuwse romantiek met een hoog Fleurs du mal-gehalte.

Emmerik is openhartig en neemt geen blad voor de mond. Diezelfde openhartigheid en schaamteloosheid vormen tegelijkertijd haar handicap. Wat blijft je nu daadwerkelijk bij na het lezen van Het wonder werkt? Geen nieuwe kennis of informatie. Geen hemelbestormende theorie of pragmatisch inzicht. Maar wde uitnodiging om zelf een persoonlijke visie op de kunst te formuleren. En inderdaad, zou niet elke vorm van kunstbeschouwing daar moeten beginnen?

Meer over